Algemene Inleiding op de Bijbelstudie
A. Verwarrende Verklaringen
Er zijn zoveel verschillende verklaringen van het boek Openbaring in omloop dat onder veel gelovigen verwarring is ontstaan. Het is daarom noodzakelijk om een inleiding op deze Bijbelstudie te geven. Daarin bespreken we een beperkt aantal dogmatische problemen en sleutelbegrippen*, met als doel dit Bijbelboek beter te kunnen begrijpen.
* Een uitgebreide bespreking van de dogmatische problemen vindt u in mijn Verklaring van Openbaring.
In deze studie houden we ons strikt aan de Griekse grondtekst en dat is ongewoon (hoe raar dat ook klinkt). Die vertaling wordt breed verantwoord in mijn Verklaring van Openbaring, echter in deze studie ontbreekt ons daarvoor de tijd en de ruimte.
Wie Openbaring wil verklaren moet een principieel antwoord geven op twee belangrijke vragen:
-
Geloof je dat Openbaring van Jezus Christus komt (zoals vers 1 getuigt) en Johannes de notulist is?
-
Ben je bereid de woorden van Jezus te aanvaarden in de algemene woordbetekenis? (lezen wat er staat)
B. Twee rare vragen?
Beslist niet, want de meeste theologen geloven niet dat Jezus Christus de bron van deze profetie is. Velen ontkennen zelfs dat Johannes die heeft opgeschreven en spreken over een onbekende persoon die de naam van de apostel misbruikt heeft om het boek gezag te geven. Kortom ze bestempelen Openbaring 1:1 tot een leugen. Dat daarmee de geloofwaardigheid van het boek Openbaring heel twijfelachtige wordt (waarom zou je dan de rest geloven?), zien helaas weinigen als een probleem.
En dan punt 2 – dat is toch logisch? Beslist niet. Want als je de letterlijke betekenis van de woorden van Jezus volgt, dan spreekt Openbaring 4-22 geheel over de Eindtijd – dat staat wel vast. Echter, daar wordt in de dogmatiek (= officiële leer) van belangrijke kerken heel anders over gedacht.
Velen, zelfs in Bijbelvaste kringen, zien het grootste deel van Openbaring vervuld in het verre verleden! Nu staat dat nergens in Openbaring zo vermeld, noch worden namen van keizers, koningen en historische gebeurtenissen genoemd om dat te onderbouwen. Maar dat ‘lastige probleem’ lost men op door andere betekenissen aan de woorden van Jezus te verbinden dan de ‘algemeen aanvaardde’ en ook door de Griekse grondtekst afwijkend te vertalen. Zeg maar: Je ziet een auto en noemt het een fiets. We noemen dat de allegorische verklaring. Zijn dit bewuste falsificaties? Neen, velen zijn helaas overtuigt van die dogma’s en zo wordt de profetie van Openbaring verduisterd. Wel raar toch? Eigenlijk niet. Daniël 12:9 (NBV) voorzag het: Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd. Die ‘verzegeling’ wordt heden langzaam maar zeker opgeheven. Er komt klaarheid over de Eindtijd.
C. Allegorie Verduisterde Openbaring
De allegorische manier van verklaren houdt zich (als de dogmatiek dat vereist) niet meer aan de letterlijke betekenis van de grondtekst. Dat heeft grote gevolgen gehad voor de manier waarop Openbaring wordt uitgelegd, want sleutelbegrippen kregen een andere betekenis. Zo wordt de stad Babel in de allegorische exegese Rome; engelenvorsten worden kerkleiders genoemd en de stammen van Israël, die in Openbaring 7:5-8 zelfs bij name worden genoemd, worden de Nieuwtestamentische gemeenten. Wat dan het nut is dat die stammen allemaal bij naam genoemd worden kan niemand uitleggen.
De 144.000 uitverkorenen van de kinderen Israëls – 12.000 uit elke stam – blijkt helemaal geen getal, maar een geheimschrift dat als volgt is samengesteld (citaat ds. Munster): 12 x 12 x 10 x 10 x 10 = het getal van de opperste volmaakte volheid, een zeer groot getal, bij God alleen bekend; er kan er niet één gemist worden. Ook de bekende reformatorische theoloog Greijdanus ziet geen absoluut getal in de 144.000, maar schrijft: Het als dubbele volkomenheidsgetal 144.000 geeft het zinnebeeldig aan, maar het getal uitverkorenen en gekochten en gelovigen is toch groter. En ook: Dat getal wijst op heilige volheid in volkomen zin. Is dat echt geloofwaardig? Neen, het is vroom klinkende onzin. Want als de Bijbel over een groot getal in dit kader spreekt, gebruikt het bijvoorbeeld de uitdrukking: Een schare die niemand tellen kan (Openbaring 7:9). Een getal ‘dat geen getal is’ komt er niet in voor!
Ook het Duizendjarig Rijk is niet wat het lijkt. Munster verklaart: Een zeer lange tijd, waarvan de
precieze duur bij God bekend is (er staat toch duizend?). Greijdanus: Duizend jaar spreekt van een volkomen tijdperk. Duizend is ook nu een zinnebeeldig getal, dat op eene volkomen volheid wijst. Zo vervalt de betekenis van het geschreven woord en kan de Bijbel aan de dogmatiek aangepast worden.
D. Aanzwellende Kritiek
Wij zijn natuurlijk lang niet de enige die de Eindtijdmening aanhangen. In feite neemt de kritiek op de traditionele uitleg van Openbaring voortdurend toe. Dat heeft geleid tot een vloedgolf aan boeken over dit onderwerp, waarvan Hal Lindsey en Tim LaHaye wel de bekendste auteurs zijn. Er werd zelfs een populaire serie films over de Eindtijd gemaakt: Left Behind. Zo kwamen miljoenen mensen in aanraking met het boek Openbaring – wel in de uitleg Eindtijdprofetie. Dat gaf een stimulans aan theologen van allerlei denominatie om weer aan de studie te gaan en zo namen ze langzaam afstand van de traditie. Het boek Openbaring begon zo zijn ware gezicht te tonen. Is die nieuwe kennis toeval? Beslist niet. Het is de Heilige Geest die dat stuurt.
E. Nieuwe Kennis
De kennis over de Bijbel is niet statisch. Voortdurend vinden we nog oude documenten. Ook is onze kennis van het Hebreeuws en het Bijbels Grieks gegroeid. We weten heden veel meer dan in het grijze verleden. Die kennisverrijking geldt niet alleen de taal. Ook weten we nu beter wat de beste grondtekst is, mede dankzij nieuwe ontdekkingen van oude handschriften en betere apparatuur om ze te ontcijferen of te dateren. Daarom kunnen we nu Openbaring beter vertalen dan 100 jaar geleden en met die kennis wint de ‘Eindtijduitleg’ voortdurend aan gezag, zoals we mede in punt D en F aantonen. Het is de vervulling van de profetie van Daniël 12:4b (NBG), waar staat: velen zullen (in de Eindtijd) onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen.
F. Enige Getuigenissen
De beweringen onder punt C en E zijn natuurlijk gemakkelijk gemaakt. Daarom geven we enige reacties van theologen. Want als een verklaring puur op de grondtekst wordt gebaseerd, wordt de invloed van verklaarders op de uitleg (dus de dogmatiek) sterk verminderd en dat doet sommige kerkelijke dogma’s wankelen zoals ds. Hans Bette opmerkte in een reactie op mijn Verklaring van Ezechiël.
De commentaren op mijn boeken zijn overwegend positief, ook van orthodoxe zijde. Ds. Blokhuis (Ned. Ger.) schreef: Ik ben enthousiast over de uitgangspunten en de daarmee corresponderende uitleg. Prof. Dr. W.H. Velema (emeritus hoogleraar, TU Apeldoorn): Het commentaar van de auteur heeft mij geboeid vanwege de originele, zeer nauwkeurige benadering van de tekst; vanwege de verrassende inzichten die geopend worden, mede door de kennis van becommentariërende literatuur. Prof. Dr. B. Smalhout (emeritus hoogleraar en columnist) gaf als commentaar: De grote verdienste van Gert van de Weerd is de nauwkeurige analyse van het Hebreeuwse idioom. Dato Steenhuis (bekend evangelist) sprak van: helder, verrassend en zeer opbouwend. Ds. A. Bijlsma (Vrij Evangelische Kerk) loofde de schrijver voor zijn SCHRIFTverkondiging. Hij zei ook: Wat een werk, machtig, boeiend en verrijkend! Ds. C. Langbroek (Chr. Ger. Kerk): Pennenvruchten van een carnale catechisant; ik verheug me er op! Prof. Dr. Mart Jan Paul (Hoogleraar EFT, Leuven, België): De auteur komt met veel nieuwe inzichten, waarbij hij de nadruk legt op de betekenis voor onze toekomstverwachting. Prof. Dr. Willem Ouweneel: Van harte gefeliciteerd met je dikke pil over het boek Openbaring! Wat een verademing ten opzichte van zoveel vervangings- theologische of vrijzinnige commentaren. Geen leesboek, wel een doorwrocht studieboek. Prof. Dr. W. van ’t Spijker (Emeritus hoogleraar TU Apeldoorn): U hebt een werk gepresenteerd dat het teken draagt van harde en volhardende studie; daarvoor oprechte en diepe dank.
G. Alle Profetie Werkt naar Dezelfde Eindhalte toe
God spreekt met één mond door verschillende profeten. Alle Bijbelse profetie in het Oude Testament is daarom onderschikt aan dezelfde doestelling *). Om dat doel zichtbaar te maken leg ik een raamwerk over de profetie heen. Dat doet vervolgens dienst als een soort werkschema dat vanuit het toenmalige ‘nu’ van de profeet naar een algemeen geldend einddoel toewerkt. Dat is de wederkomst van Jezus Christus (de Messias) en de stichting van het Messiaanse Rijk. Die doelstellingen samen worden de Raad Gods genoemd. De vele dwarsverbanden met andere profetenboeken bevestigen dat standpunt.
*) Efeziërs 1:8b-10 – zie pagina 3
H. De Gemeente en Israël gaan Gescheiden Wegen
In de profetenboeken wordt de Gemeente van Christus nergens genoemd. Dat gebeurt pas in het Nieuwe Testament. De Gemeente en het volk Israël gaan verschillende heilswegen. Dat is een standpunt dat niet door iedereen zal worden omarmd. Ik neem dan ook – en dat zal maar weinigen verassen – zonder enige reserve afstand van de vervangingstheologie; de kerk is niet in de plaats van het volk Israël gekomen!
I. Geen Tegenstrijdigheden?
Met mijn manier van verklaren neem ik wel een risico. Ik accepteert geen tegenstrijdigheden in Bijbelse profetie. Dus wat te doen als ik die toch tegenkom? Daarop is een heel eenvoudig antwoord te geven: Ik kom ze niet tegen! Vanuit dit vaste vertrouwen schrijf ik mijn boeken.
________________________________________________________________________________________________
Het Boek Openbaring
A. Titel van het Boek
Oorspronkelijk was de titel: Openbaring van Jezus Christus. Pas later werd Openbaring van Johannes toegevoegd. Er waren in die tijd meer soortgelijke geschriften in omloop (niet van de apostelen – vaak falsificaties). Door de naam van de apostel Johannes toe te voegen, werd er onderscheid gemaakt.
B. Kerkelijke Traditie en Vervangingstheologie
De kerkelijke traditie leert dat Openbaring 4-22 voornamelijk historiebeschrijving is (voor velen is dat de periode van 50-320 na Chr.). De Griekse grondtekst geeft daar geen enkele reden toe. Om dit probleem op te lossen past men de allegorische methode van verklaren toe. Zo kunnen teksten omverklaard worden naar een andere betekenis dan de woorden zelf geven en past het wel in een kerkelijk dogma. Dat werd vroeger nog algemeen geaccepteerd door gelovigen, omdat de kerk altijd het laatste woord had. Heden staat die wijze van verklaren in toenemende mate onder kritiek, vooral omdat die nogal ongeloofwaardig is. De gelovige is bovendien veel mondiger geworden en heeft via het internet toegang tot bronnen van kennis die voorheen moeilijk bereikbaar waren. Velen laten hun denken niet meer kanaliseren door de kerk. Dat oefent ook invloed uit op Bijbelvaste theologen, vandaar dat zelfs in orthodoxe kringen voorzichtig naar een meer letterlijke lezing van Openbaring gezocht wordt. Die twijfel aan de ‘oude dogmatiek’ heeft helaas tot gevolg dat predikanten vrijwel niet meer uit Openbaring durven preken.
Zij die de Bijbel letterlijk nemen, beschouwen heel Openbaring 4-22 als onvervulde profetie die exclusief de Eindtijd betreft en daar hoor ik ook bij. De zeven brieven in Openbaring 2-3 spreken echter over het heden van die tijd en zijn tevens toepasbaar op de rol van de christelijke kerk in de wereld daarna.
C. Openbaring is de Finale van de Profetenboeken
Openbaring is het enige profetenboek van het Nieuwe Testament en is (gezien de vele verwijzingen) gefundeerd in de profeten van het Oude Testament. Het is dus logisch dat we die boeken als maatgevend beschouwen als we Openbaring verklaren. Het is immers dezelfde God die spreekt! Welnu, de profeten- boeken tonen een patroon. Steeds schildert een profeet de toenmalige situatie in Israël of Juda en springt dan naar de toekomst, als de finale vervulling van Gods Heilsplan (= de Raad Gods) is aangebroken. Die Raad wordt zo verwoord dat een panorama ontstaat van het toekomstige heil als wenkend vergezicht voor de lezer van de profetie. Zo gloort, zelfs in de diepste misère, altijd een hoopvolle toekomst.
In Openbaring komt alle profetie tot vervulling. We vinden dat verwoord in Efeziërs 1:8b-10 (NBV):
Hij (God) heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: Zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en Zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.
Voorgaande tekst vat heel het evangelie bondig samen. Daarin is Jezus Christus ‘het voertuig van het heil’. Via Hem loopt de weg naar Gods toekomst; de voltooiing van de tijd genoemd. De hemel (dat is niet Gods woonplaats, maar de plaats waar o.a. engelen verblijven) en de aarde worden onder één hoofd gebracht: de Christus-koning. Daarnaast is Hij ook Heer van Zijn Gemeente die Hij naar het Vaderhuis zal leiden (1 Thessalonicenzen 4:13-18), terwijl een geheiligd Israël het Messiaanse Rijk zal beërven. In die nieuwe wereld is geen ruimte meer voor Satan. Zijn stadhouderschap wordt aan Jezus overgegeven.
De apostel Paulus spreekt in Efeziërs van een voornemen van God. Dat betreft de eindhalte van een gestage ontwikkeling van de Raad Gods die de eeuwen overspant en heden al bijna 2000 jaar duurt. Dat is een lange weg, zeker, maar wel één waarvan het einddoel vaststaat.
________________________________________________________________________________________________
Excurs: De Raad Gods
A. Een Plan met de Wereld
God heeft in zijn eeuwig voornemen een plan met de mens en met deze wereld. Dit plan wordt in de Bijbel de Raad Gods genoemd. De profeten geven ons een blik in die Raad – Amos 3:7 (HSV):
Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten.
De Raad Gods is eeuwig en staat vast (Hebreeën 6:17). We hebben niet te maken met een wispelturige God die willekeurig van standpunt verandert. De Raad Gods duidt op het voornemen van God om op aarde en in de hemel een samenleving te vestigen die ontdaan is van de invloed van Satan en de hoge God tot eer strekt. Daarom moeten we alle profetie belichten vanuit het grote einddoel, zoals die helder omschreven wordt in Efeziërs 1:8b-10 (NBV).
Zowel de hemel als de aarde worden aan Jezus Christus gegeven. Dat wordt werkelijkheid:
1. Als Jezus Christus zijn Gemeente ophaalt en naar de hemel meeneemt (1 Tessalonicenzen 4:16-17). Dat moment breekt aan als het getal der heidenen vol is (Romeinen 11:25).
2. In de toekomstige verheffing van Jezus Christus tot Messiaskoning over de wereld en de stichting van het Messiaanse Rijk.
B. Het Tijdpad ligt Niet Vast
De weg tot de verwezenlijking van het heilige doel is lang en duurt heden al vele eeuwen. De voortgang daarvan is mede afhankelijk van het gedrag van mensen en staat daarom onbepaald in de tijd. Alleen God zelf kent daarvan de einddatum (Handelingen 1:6-7).
Het is opvallend dat de hoge God de voorwaarden schept die de voortgang van zijn Raad bevorderen, maar die zelden zelf tot uitvoering brengt. Die bijzondere vorm van dualisme heeft te doen met de menselijke keuzevrijheid. Mensen zijn geen marionetten die onderworpen zijn aan Goddelijke willekeur. Wat en wie wij kiezen is belangrijk voor de hoge God. Hij dwingt ons niet Hem lief te hebben, maar vraagt ons erom.
Die vrijwillige keuze voor God is kennelijk zo belangrijk dat de Eeuwige de nadelen (ernstige zonden en haat tegen God) op de koop toe neemt. Consequentie is dat de Raad Gods beïnvloed wordt door menselijk falen of slagen. O ja, de einddoelen van Gods Raad staan vast; het tijdpad niet. Daarom is het niet mogelijk om een jaartal bij de wederkomst van Christus te zetten of bij de Grote Verdrukking.
________________________________________________________________________________________________
Openbaring 1:1-3 Exegese
Vers 1a: Openbaring van Jezus Christus, die de hoge God aan Hem gegeven heeft
De profetie opent groots en zet Jezus Christus als centrale figuur neer. Dat is logisch, want Hij is door de hoge God aangewezen om hoofd te worden over hemel en aarde. Het woord Openbaring omvat het hele boek en dat spreekt van de voleinding van de Raad Gods. Die Raad was oorspronkelijk alleen bij God bekend. De kennis daarvan werd aan de verheerlijkte Jezus geopenbaard, wat een rechtstreeks gevolg is van zijn kruisdood en opstanding. Paulus legt dat precies uit in Filippenzen 2:8-11 (HSV):
8. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.
9. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,
10. opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn,
11. en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.
Deze tekst en Efeziërs 1:8b-10 gaan over hetzelfde: De benoeming van Jezus Christus tot hoofd over hemel en aarde. Vooralsnog zien we daar bitter weinig van, want voordat het kan gebeuren moeten er voorwaarden vervuld worden. Wij leven in de tijd van het voornemen zoals Efeziërs 1:8b-10 getuigd. Die voorwaarden zijn:
1. De Gemeente moet van de aarde verdwijnen (de Opname), want God heeft beloofd om de Gemeente voor het oordeel te bewaren (1 Tess. 5:9 / Openbaring 3:10).
2. De oordelen van God moeten over de aarde gaan om deze te zuiveren van satanische invloeden.
Vers 1b: om Zijn dienstknechten te tonen wat noodzakelijkerwijs met haast moet gebeuren.
Deze woorden duiden op Openbaring 4-22 en staan in het kader van de voorwaarden van vers 1a. God openbaart aan de Gemeente van Christus het sluitstuk van de Raad Gods. Dieptepunt daarvan is de toekomstige confrontatie van God met Satan, de Antichrist, de Valse Profeet en hun handlangers. Dat is geen strijd waarvan de uitkomst onzeker is, want die leidt tot hun ondergang. Dat moet gebeuren, want alleen zo kan een eind gemaakt worden aan de macht van Satan. Het geweld dat ermee gepaard gaat zal zo hevig zijn dat die periode zo kort mogelijk dient te duren, anders zou geen mens het overleven. Vandaar de woorden met haast. Dat bevestigt Mattheüs 24:22 (HSV) die daarover spreekt:
Als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.
Jezus Christus verwijst hier naar de oordelen van de Eindtijd, zoals die onder andere in Jesaja 13:9-14 worden beschreven. We geven een directe vertaling uit de grondtekst:
9 Zie, de dag van Jahweh breekt aan, meedogenloos, wraakzuchtig en in brandende toorn, om de aarde in een woestenij te veranderen en de zondaars erin te verdelgen.
10 Als de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden hun licht niet tonen, de zon bij het opgaan verduisterd wordt en de maan zijn licht niet doet schijnen,
11 dan zal Ik de wereld vergelden voor haar kwaad en de goddelozen voor hun verdorvenheid. Ook zal Ik de arrogantie van de schaamtelozen doen ophouden en de trots van de onderdrukkers vernederen.
12 Ik zal mensen schaarser maken dan puur goud en de mensheid zeldzamer dan goud van Ofir.
13 Aldus zal Ik de hemelen doen beven en de aarde zal van haar plaats losgeschud worden door de woede-uitbarsting van Jahweh van de hemelse legers, op de dag van zijn brandende toorn.
De oordelen van God zullen de aardbevolking decimeren. Om nu te voorkomen dat de mens uitsterft, wordt die tijd ter wille van de uitverkorenen verkort.
Vers 1c: Ook heeft Hij een teken gegeven door zelfs een hoge engel te zenden aan Zijn dienstknecht Johannes.
Het woord sēmainō betekent: teken of bewijsteken. Dat duidt op een hoge afvaardiging uit de hemel, want de hoge God zond een aartsengel – één van de zeven geesten voor Gods troon (vers 4).
________________________________________________________________________________________________
Vers 2: Deze getuigde van het Woord dat van de hoge God kwam, te weten de getuigenis van Jezus Christus en ook van de grootse dingen die hij gezien heeft.
Het Woord wijst op de inhoud van Openbaring, maar duidt ook op Jezus Christus, zoals Johannes 1:14 en 15 (HSV) getuigen:
Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Híj was het van Wie ik zei: Deze Die na mij komt, is vóór mij geworden, want Hij was er eerder dan ik.
Jezus wordt dus ook het Woord van God genoemd en dat duidt op zijn heilige taak; de uitvoering van de Raad Gods. De grootse dingen zijn toekomstige gebeurtenissen – mijlpalen in de Raad Gods – zoals: de Opname van de Gemeente van Christus, de Oordelen van God in de Grote Verdrukking, de Wederkomst van Jezus Christus en de vestiging van het Messiaanse Rijk.
De hoge God staat buiten de tijd en Hij presenteert door Jezus Christus de visioenen alsof ze al gebeurd zijn. Dat is geen vreemd fenomeen in de Bijbel. Ook de oude profeten zagen de toekomst alsof ze er zelf aanwezig waren. We noemen dat: Perfectum Propheticum – de verleden tijd van de profeten.
________________________________________________________________________________________________
Vers 3: Gezegend wie dit voorleest en zij die luisteren naar de woorden van de profetie en in acht nemen wat daarin geschreven staat; die tijd is dan zeker nabij.
Dit vers is een Goddelijke aansporing voor Bijbelvaste leraars om de Raad Gods te onderwijzen. Dat is eeuwenlang niet gebeurd, omdat die kennis verborgen was; verzegeld tot de Eindtijd noemt Daniël 12:9 dat. Sinds enige decennia verandert dat. Heden wordt veel onderzoek naar de woorden van Openbaring gedaan en worden onderwerpen zoals de Opname van de Gemeente, de Grote Verdrukking en het Messiaanse Rijk gelukkig in toenemende mate ernstig genomen. Daarmee wordt een duidelijk signaal afgegeven dat de Eindtijd zeker nabij is; echter slechts de verstandigen zullen het begrijpen (Daniël 12:10). Het is de vervulling van de profetie van Daniël 12:4b (NBG), waar staat: velen zullen (in de Eindtijd) onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen.
De verstandigen luisteren naar de woorden van de profetie en nemen in acht wat daarin geschreven staat. Zo bereiden zij zich voor op het moment dat Jezus Christus Zijn Gemeente ophaalt.
________________________________________________________________________________________________
Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:
De Openbaring van Jezus Christus door Gert A. van de Weerd.
Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

