Aflevering 2: Openbaring 1:4-20

Vers 4Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede van Hem, Die is en Die was en Die komt, en van de zeven geesten die voor Zijn troon zijn. 

Deze zegen klinkt ook tot de christelijke kerk. De zeven geesten voor Zijn troon zijn zeven aartsengelen die God trouw bleven (van de oorspronkelijke twaalf). Samen met Jezus vormen zij de Raad der Heiligen. 

Vers 4bDie is en Die was en Die komt 

God openbaart zich als: Die is en Die was en Die komt. Komt de hoge God naar de aarde? Ja aan het einde van de Grote Verdrukking verlaat Hij de hemel en komt naar de aarde. Daarom zegt Openbaring 16:5 Die is en Die was en dan ontbreektDie komt. Dat hoeft op dat tijdstip niet meer, want na de oordelen, als de hoge God zijn intrek neemt in de tempel te Jeruzalem, is Hij gekomen! De tekst spreekt tot de zeven gemeenten. Voor hen geldt nog de belofte: Die komt. Micha 1:2-4 (HSV) profeteert erover: 

  2 Luister, volken, allemaal! Sla er acht op, aarde, met al wat u bevat! En laat de Heere HEERE Getuige tegen u zijn, de Heere, uit Zijn heilige tempel. 

  3 Want zie, de HEERE komt uit Zijn woonplaats, Hij daalt af en treedt op de hoogten van de aarde. 

  4 De bergen smelten onder Hem weg, de dalen splijten als was voor het vuur, als water dat langs een helling vloeit. 

En Jesaja 19:1 (HSV) getuigt: 

Zie, de HEERE (Jahweh) rijdt op een snelle wolk en komt in Egypte. De afgoden van Egypte zullen beven voor Zijn aangezicht en het hart van de Egyptenaren zal smelten in hun binnenste. 

Lang geleden heeft God (= de Heerlijkheid des HEEREN) de aarde verlaten (Ezechiël 11:22-23), maar Hij komt terug! Eerst gaat Hij naar Egypte (Jesaja 19:1) en dan naar Jeruzalem, waar Hij zich in de tempel zet. Daar zal Hij de inwoners van de stad tot beschutting zijn; Jesaja 4:5-6 (Grondtekst): 

  5 Dan zal Jahweh boven geheel het bewoonde gebied van de berg Sion en boven de heilige samenkomsten aldaar een wolk scheppen bij dag en rook met een vuurgloed bij nacht. 

   Voorzeker, over heel de GLORIE (= de tempel) zal het een beschutting vormen en dit zal tot onderkomen dienen, gelijk de schaduw tegen de hitte van de dag; en als een toevluchtsoord, zoals een schuilplaats tegen storm en regen. 

Ook Ezechiël 43:1-7 profeteert hierover. God gaat weer in de tempel wonen. Die wordt dus nog gebouwd.   

________________________________________________________________________________________________

Vers 5aEn van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene uit de doden  

Na de zegen van God (vers 4) volgt de introductie van Jezus Christus. Alleen Hij is waardig om het finale programma van Gods Raad te ontvangen. De Gemeente is geestelijk onderdeel van Jezus’ lichaam zoals 1 Korintiërs 12:27 (HSV)* getuigt, dus delen wij in die wetenschap. Ziet u de logica van Gods handelen?  

 Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. 

Jezus is de uitvoerder van de Raad Gods. Hij gaf Zijn bloed om ons met God te verzoenen en heeft die zware weg tot het laatst gelopen  getrouw aan Zijn opdracht getuigde Hij zo van de Raad Gods. Jezus is de eerstgeborene uit de doden. Daarin gaat Hij allen voor die Hem in geloof volgen. 

Vers 5a verkondigt geen nieuw feit. Het Oude Testament spreekt vaak over de verhoogde Christus, zoals  

in 2 Samuël 7:13-16, Psalm 2:7-8 en Jesaja 55:4. En Psalm 89:27-28 getuigt: 

Híj zal tot Mij roepen: U bent mijn Vader, mijn God en de rots van mijn heil. Ja, B zal Hem tot een eerstgeboren zoon maken, tot de allerhoogste van de koningen van de aarde. 

Gods voornemen (Ík) is nog niet uitgevoerd. De eerste vervulling was Jezus’ opstanding (eerstgeboren). De tweede (tot de allerhoogste van de koningen van de aarde) wordt werkelijkheid in de Messiaanse Tijd.  

Vers 5b: En de ware overste van de koningen van de aarde 

 

Er staat ho archōn in de Griekse grondtekst, dus de ware overste. Heden is Satan de overste van deze wereld (Johannes 12:31, 14:30, 16:11). Zijn falen heeft tot de komst van Jezus Christus geleid, maar de uitvoering van Gods voornemen (Efeziërs 1:8b-10) laat helaas nog op zich wachten. De benoeming van Jezus tot koning over de aarde wordt in diverse teksten voorzegd, zoals in Psalm 2:5-8 (HSV): 

  5 Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen. 

  6 Ik heb Mijn Koning toch gezalfd over Sion, Mijn heilige berg. 

  7 Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb U heden verwekt. 

  8 Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden der aarde als Uw bezit. 

Vers 5c: Die ons heeft liefgehad  

Soms kan een lied beter verwoorden wat we ervaren. Opwekking 400: Liefde was het, onuitputt’lijk, liefd’ en goedheid, eind’loos groot. Toen de Levensvorst op aarde tot ons heil zijn bloed vergoot. 

Vers 5d: en ons wast van onze zonde door Zijn eigen bloed. 

Het losserschap van Jezus is een sleutelbegrip. Het oudtestamentische woord gâmal wijst daarop. Het wordt vaak vertaald met vergelden  onjuist. Het betekent: compenseren of toevoegen aan. In Spreuken 11:17 (HSV) staat: Een goedertieren mens doet zijn eigen ziel goed. Beter is: Een goedertieren mens voegt toe aan zijn eigen ziel en dat is een prachtige uitspraak. De heiligmaking van een mens wordt dus ondersteund door zijn goede daden. Daarmee bewerkt hij niet zijn eigen redding – dat doet Jezus Christus –, maar sluit hij aan bij de gezindheid van Christus die immers zijn Losser is! 

Welnu, omdat we zelf niet in staat zijn onze schuld aan God te compenseren, heeft God Jezus Christus aangesteld. Hij nam die last vrijwillig op zich en Hij wast ons van onze zonde door Zijn eigen bloed. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 6a: En Hij, die Zijn God en Vader is, 

Deze woorden verwijzen naar Psalm 89:27 (HSV). Ook hier spreekt de psalmist primair over Koning David en zijn dynastie; maar de profetie kijkt verder naar Zijn Grote Zoon:  

Híj (Jezus) zal tot Mij roepen: U bent mijn Vader, mijn God en de rots van mijn heil. 

Vers 6b: heeft van ons een koninklijk huis van priesters gemaakt; Hem zij de heerlijkheid en de kracht, tot in eeuwigheid. Amen. 

In Openbaring 5:10 vinden we dezelfde uitspraak uit de mond van de vierentwintig oudsten. De tekst staat in de voltooid verleden tijd ondanks dat het de toekomst duidt. Dat noemen we Perfectum Propheticum – de verleden tijd van de profeten. Voor de hoge God, die buiten de tijd staat, is een voornemen gelijk aan een besluit, vandaar deze taalvorm. Vers 6b verwijst naar Exodus 19:6 (HSV):  

U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken. 

Spreekt Exodus nog over Israël, Openbaring 1:6 duidt op de Gemeente, want zij is toegevoegd aan de boom van het heil, zoals Romeinen 11:13-26 getuigt. 1 Petrus 2:9 (HSV) legt dat uit: 

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, 

Petrus spreekt over priesterschap in dienst van de grote Hogepriester, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God (Hebreeën 4:14 HSV). Dat vereist persoonlijke heiliging (1 Petrus 1:16). Dan kunnen we met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade (het hemelse koninkrijk), opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip (Hebreeën 4:16 HSV). Dat koninkrijk is niet aards; de Gemeente heeft een hemelse bestemming! Echter het volk Israël koerst op een aards koninkrijk af – het Messiaanse Rijk 2). Jesaja 61:6 (HSV) bevestigt dat: 

Ú (het volk Israël) echter zult genoemd worden: priesters van de HEERE, men zal u noemen: dienaren van onze God *)U zult het vermogen van heidenvolken eten, u zult u beroemen in hun luister.  

*) Een verwijzing naar de hoge positie van Israël in het Messiaanse Rijk. 

Vers 6 eindigt met een lofprijzing aan de hoge God die voor zich spreekt. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 7a: Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien,  

Aan het einde van De Grote Verdrukking zal God zelf het ware Israël bijstaan en tegen de heidenvolken ten strijde zal trekken. Zacharia 12:9 (NBG) spreekt daarover: 

Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. 

De Profeten getuigen van dat oordeel. Zoals Jesaja 66:15-16 (directe vertaling uit de grondtekst): 

15 Want zie toch: Jahweh komt in vuur en Zijn strijdwagens zijn als een wervelstorm – als antwoord in razernij op Zijn toorn – en Zijn tuchtiging is in vlammend vuur. 

16 Want Jahweh zal over een ieder en alles wat leeft, in vuur en met Zijn zwaard, het oordeel vellen en velen daarvan zullen gedood worden door Jahweh. 

Als Gods toorn is uitgewoed, zal Jezus Christus weerkomen; Handelingen 1:11b (HSV) spreekt daarover: 

Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan. 

Dat is geen nieuw feit, want Zacharia 14:2a (HSV) profeteerde over dezelfde gebeurtenis 2):  

Op die dag zullen Zijn voeten (van Jezus) staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. 

Er staat: elk oog zal Hem zien! Hoe wordt niet gezegd, maar internet en tv maken dat simpel mogelijk.  

 Vers 7b: ook degenen die Hem doorstoken hebben. 

Met degenen wordt op die Israëlieten gewezen die aan het einde van de Grote Verdrukking in Israël zijn overgebleven. Zij vertegenwoordigen het gehele volk dat Hem doorstoken heeft. Wellicht zullen Bijbel- vaste lezers opmerken dat niet Joden, maar een Romeinse soldaat Jezus doorstoken heeft. Maar dat wordt niet bedoeld, want het woord châlal uit Jesaja 53:5 (NBG: doorboord / HSV: verwond) heeft een dubbele betekenis. Het kan doorboren betekenen, maar de eerste betekenis is ontheiligen. Jezus is goddelijk dus heilig. Toch werd Hij veracht, gegeseld, bespot en gekruisigd in opdracht van het Sanhedrin. Zijn lichaam werd zo ontheiligd. En, aangezien de geestelijke rechtbank van de Joden Jezus ter dood liet brengen, ondanks dat Pilatus geen schuld in Hem vond, worden de nakomelingen van de Joden hier omschreven als ‘degenen die Hem doorstoken (beter: ontheiligd) hebben’. Lukas 24:20 (HSV) getuigt: Hoe onze overpriesters en leiders Hem overgeleverd hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. 

Behalve naar Jesaja 53:5 verwijst Openbaring 1:7 ook naar Zacharia 12:10 (NBV), waar over de toekomstige bekering van het volk Israël gesproken wordt: 

Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. 

Zo zal een gezuiverd volk van God de Messias eindelijk herkennen en erkennen.  

Vers 7c: Alle stammen van de aarde zullen over Hem weeklagen. 

Als Jezus wederkomt zullen de volken van de aarde beseffen wie Hij is: de rechtmatige koning van deze wereld. Vers 7c brengt woorden in herinnering die Jezus zelf sprak in Mattheüs 24:30 (HSV):  

En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. 

Dat teken wordt beschreven in Jesaja 18:3, waarvan we de grondtekst weergeven: 

Gij inwoners van de gehele wereld, ja, gij die de aarde bewoont (hoor toe): Wanneer een banier opgericht  wordt op de bergen, zult u het opmerken en vanwege het klinken van de bazuin zult u het horen.  

En die bazuin vinden we weer in Openbaring 11:15 (HSV) beschreven: 

En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 8: De IK BEN is de Alfa en de Omega, spreekt de Heer, Die is en Die was en Die komt: de Almachtige. 

Met de Alfa en de Omega wordt niet het begin en einde bedoeld. God heeft geen begin en einde. De uitdrukking heeft betrekking op de menselijke geschiedenis en de Raad Gods, waardoor alles is geworden en zal worden. En de bron van die Raad is Jahweh, de Almachtige. Alles wat over die Raad Gods geschreven staat is dus uit God. Het is een soort Goddelijke handtekening onder de verzen 4-7. 

________________________________________________________________________________________________

Openbaring 1:9-20 Introductie en Legitimatie 

Na de goddelijke proclamatie van vers 4-8 geeft Johannes informatie over wat hem overkomen is. Het belangrijkste gedeelte is zijn ontmoeting met de verheerlijkte Jezus Christus.  

 Vers 9: Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en mededeelgenoot, zowel in de verdrukking, in het koninkrijk, als in de volharding van Jezus Christus, was op het eiland dat Patmos wordt genoemd, omwille van het woord van God en vanwege het getuigenis van Jezus Christus. 

Johannes noemt zich broeder van alle leden van de gemeenten waar hij aan schrijft en dat duidt natuurlijk op de broederschap in Christus – de Gemeente is immers één in Zijn lichaam.  

Mededeelgenoot wijst op het pad dat de gelovige gaat, zowel in negatieve (de verdrukking) als in positieve zin (het koninkrijk) en dat laatste duidt weer op het priesterschap waar hij in vers 6 over spreekt. De volharding van Jezus Christus is een synoniem van getrouwe getuige (vers 5) en daarin volgt elke ware gelovige Jezus Christus in Zijn volharding om de wil van Zijn Vader te doen. 

Het kleine eiland Patmos ligt in de Egeïsche zee, dicht bij de zuidwest kust van het huidige Turkije. Johannes verbleef daar kennelijk als banneling (omwille… etc.).  

________________________________________________________________________________________________

Vers 10: Ik raakte in de Geest op de dag van de Heer en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin,   

Johannes raakte in de Geest op de dag van Jezus’ opstanding, een zondag. Hij had een vriendschappelijke band met Jezus. Echter hier ontmoet Johannes een andere Jezus die een hemelse uitstraling heeft en grote macht vertegenwoordigt. Hij wordt opgeschrikt door een luide stem, als van een bazuin. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 11: zeggende: Schrijf dan wat je ziet in een boekrol en zendt dat aan de gemeenten die in Azië zijn; naar Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea, 

Johannes krijgt een belangrijke opdracht. Hij moet alles wat hij ziet en hoort te boek stellen en naar de zeven gemeenten van Asia sturen. Dat is een bijzondere onderscheiding voor de Gemeente van Christus die zij vertegenwoordigen, want voorheen was Israël het ‘voertuig van het Heil’. Openbaringen van God werden toen aan dat volk gegeven via de profeten. Nu is die taak aan de Gemeente van Christus toevertrouwd.  Dit is een belangrijk moment vandaar dat Jezus dat met luide stem (vers 10) proclameert. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 12-13: 12 Ik draaide mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden lampstandaards. 13 En in het midden van de zeven lampstandaards iemand die eruitzag als een mensenzoon. Hij was tot aan de voeten bekleed en tot aan de borstkas omgord met een gouden gordel. 

Johannes is geschrokken van de luide stem achter hem en draait zich vlug om. Hij ziet een kring van zeven gouden lampstandaards. In het midden daarvan een hemelse gestalte die eruitzag als een mensenzoon – een man. Dat is Jezus Christus, maar daarmee zijn we er niet. Want Johannes herkent Hem niet. Hij ziet een vreeswekkende gestalte die eruitzag als een man. Daarom legt Jezus in vers 17-18 uit wie Hij is. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 14-15  

14 Wat betreft Zijn hoofd; Zijn haren waren wit als wol, ja wit als sneeuw en Zijn ogen als een vlammend vuur.  

15 Zijn voeten waren als van blinkend, veredeld goud, dat in een oven verhit wordt. Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren.  

Jezus Christus wordt in zijn hemelse gedaante beschreven. Die verschijning kunnen sterfelijke mensen nauwelijks verdragen. In Daniël 10:5, 6 (HSV) wordt eenzelfde hemelse verschijning beschreven. Ook dat is de verheerlijkte Christus, maar daar wordt een veel uitgebreider beschrijving gegeven: 

5 Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man, +gekleed in linnen, Zijn heupen omgord met het fijne goud uit Ufaz. 

6 Zijn lichaam was als turkoois, Zijn gezicht als het uiterlijk van de bliksem, Zijn ogen als vuurfakkels,  

Zijn armen en Zijn voeten als de glans van gepolijst koper en het geluid van Zijn woorden als het geluid van een menigte. 

Ziet u wat Johannes doorstond? Het zal hem verlamd hebben van schrik, als in Daniël 10:7-8 (HSV):  

7 Ik, Daniël, ik alleen zag dat visioen, maar de mannen die bij mij waren, zagen dat visioen niet. Er viel echter een grote verschrikking op hen en zij sloegen op de vlucht om zich te verbergen. 

8 Ik echter, ik bleef alleen achter. Toen ik dat grote visioen zag, bleef er in mij geen kracht over. Mijn gezonde uitstraling werd aan mij veranderd in verval en ik had geen kracht meer over.  

Voor Johannes is het moeilijk om de machtige Christus te ontmoeten. Die was immers zo anders dan rabbi Jezus. Het herinnert ons eraan dat de heiligheid en macht van God en Jezus grote eerbied vereist.  

________________________________________________________________________________________________

Vers 16a: Hij hield de zeven sterren aan de rechterzijde: Zijn eigen hand. Zijn mond deed een tweesnijdend scherp zwaard uitgaan  

Hij is de verheerlijkte Jezus Christus. De zeven sterren zijn aartsengelen die voor Zijn troon zijn (Openbaring 1:4), dus God ter beschikking stonden. Het woord hand wordt in de Bijbel vaak toegepast in de betekenis macht of een leger – zo ook hier. Dit is een belangrijk vers, want er is een herschikking in de hemelse machten opgetreden. De zeven aartsengelen die God ten dienste stonden, zijn onder bevel van Jezus Christus gesteld. Die gebeurtenis beschrijft ook Filippenzen 2:9 2) (HSV): 

    9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, 

  10 opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, 

  11 en elke tong zou belijden dat Jezus Christus deHeere is, tot heerlijkheid van God de Vader. 

En Daniël 7:13-14 (HSV): 

 13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen (God) en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. 

 14 Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan. 

Deze profetie is belangrijk, maar de vertaling matig. Daarom nu een directe vertaling uit de grondtekst 3): 

13  Terwijl ik schouwde in het nachtgezicht, ziet! Op de wolken des hemels kwam iemand gelijk een Mensenzoon naderbij. En Hij naderde tot Hem, die de tijdperken verduurt (God) en men leidde Hem tot Zijn nabijheid. 

14 Aan Hem werd autoriteit gegeven en glorie en Koninklijke macht. En alle volken, natiën en talen dienden Hem. Zijn heerschappij is een eeuwigdurende die niet voorbij zal gaan en Zijn koninkrijk zal nooit verwoest worden. 

Daniël spreekt over het moment dat de hoge God aan Jezus Christus de autoriteit en de macht van Zijn koningschap toezegt. Onderdeel daarvan is dat de zeven aartsengelen die tot dan toe God ter beschikking stonden in Zijn eigen hand gegeven worden. De beslissing van God om Jezus ongelimiteerde macht toe te kennen vormt de eerste aanzet tot de Eindtijd. Zo wordt met de zeven aartsengelen een machtige Raad der Heiligen gevormd die Gods plannen moet uitvoeren. 

Maar, de macht van Jezus Christus bestaat niet alleen uit de toegevoegde aartsengelen. Jezus wordt tevens een tweesnijdend zwaard in Zijn mond gegeven, zoals ook Jesaja 49:2a getuigt. Dat is de macht om met een enkel woord elke mogelijke vijand te doden. Hij gebruikt die macht ook – Jesaja 11:4b (HSV): 

Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze (de Antichrist) doden. 

En 2 Thessalonicenzen 2:8-10. We geven de NBG-vertaling die beter is dan de HSV: 

  8  dan zal de wetteloze (de Antichristzich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. 

 9 Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen,  

10 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden.  

Voorgaande verzen beschrijven een moment aan het einde van de Grote Verdrukking, als Jezus reeds is wedergekomen op de Olijfberg (Zacharia 10:4) en zich in de strijd mengt tegen Satan en zijn vazallen. Hij is het die de Antichrist met een enkel machtswoord zal doden. 

Vers 16b: en Zijn gezicht was gelijk de zon schijnt in haar kracht. Zie de verklaring van vers 14 en 15. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 17: Zo gauw als ik Hem zag viel ik als een dode aan Zijn voeten. Maar Hij legde Zijn eigen rechterhand op mij en sprak tot mij: Vrees niet, Ik ben de belangrijkste en tevens de minste. 

Wie goed leest ziet hier een bevestiging dat Jezus de zeven sterren (aartsengelen, vers 16) niet in zijn rechterhand houdt, zoals velen vertalen, maar aan zijn rechterzijde. Want Hij legt die rechterhand nu op de schouder van Johannes (die hand kan uiteraard geen twee taken tegelijk uitvoeren). Johannes valt verlamd van angst en schrik neer; als een dode. De profeet Daniël overkwam hetzelfde – 10:10 (HSV):  

En zie, een hand raakte mij aan en maakte dat ik bevend op mijn handen en knieën steunde. 

Jezus raakt Johannes aan zoals iemand een vriend aanraakt door een hand op zijn schouder te leggen. Hij herhaalt dat Hij niet alleen de machtige Jezus is, maar ook rabbi Jezus die eens de minste wilde zijn. 

Jezus presenteert zich niet als de Alfa en de Omega  dat kan alleen God zelf –, maar als de belangrijkste en tevens de minste. Daarin horen we de echo van Filippenzen 2:8-9 (HSV):  

  8 En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.  

  9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, 

Jezus Christus is dus beide. Zowel de triomferende Knecht van God als de lijdende Knecht. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 18a: Ik ben degene Die leeft en Ik ben dood geweest. Maar zie: Ik ben levend tot in eeuwigheid: ter bevestiging.   

De opstanding van Jezus blijkt een teken; ter bevestiging. Wat voor teken dan? Antwoord: Dat de dood overwonnen is en er door Jezus Christus een brug geslagen is naar God. En hoe kunnen we dat teken waarnemen? Antwoord: Door Jezus Christus als onze zaligmaker te kiezen en zo deel te worden van Zijn lichaam (de Gemeente) want dan zijn we één in Christus en dan ervaren we Hem ook. 

Vers 18b: Ook beschik Ik over de sleutels van het dodenrijk en van de dood. 

De hoge God gaf Jezus Christus bij zijn opstanding de macht om het dodenrijk (Sheol) te ontsluiten – de plaats waar de doden slapen tot het grote oordeel. Daniël 12:13 (HSV) getuigt erover:  

Maar u ga heen tot het einde, want u zult rusten, en u zult opstaan in uw bestemming aan het einde van de dagen. 

Hier moeten we een correctie aanbrengen. We geven de letterlijke vertaling van de grondtekst: 

Maar gij, ga nu henen naar het einde, dan zult gij rusten. Maar gij zult opstaan om de u toebedeelde nalatenschap te ontvangen, aan het einde der dagen. 

Daniël staat een slaapperiode te wachten na zijn sterven. Maar hij krijgt de verzekering dat hij zal opstaan uit de doden. Dat moment bepaalt Jezus die de sleutels van het dodenrijk heeft ontvangen en van de dood. Van die opstanding – in dit geval is dat de Gemeente – getuigt 1 Thessalonicenzen 4:16 (HSV):  

16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen  

Het is Jezus Christus zelf die de doden opwekt en meeneemt naar het Vaderhuis; Johannes 14:1 en 2. 

________________________________________________________________________________________________

Vers 19: Schrijf op wat je waarneemt: zowel hetgeen is als wat hierna zal geschieden. 

Met dit vers krijgt Johannes van Jezus opdracht om het boek Openbaring te schrijven. De tekst is van Jezus Christus die het weer van Zijn Vader heeft ontvangen. Ten overvloede wordt nog eens gezegd wat de inhoud is: Een boodschap voor het heden (hetgeen is) en de toekomst (wat hierna zal geschieden). 

________________________________________________________________________________________________

Vers 20: Het geheimenis van de zeven sterren die u ter rechterzijde van Mij hebt gezien en de zeven gouden lampstandaards is: De zeven sterren zijn engelen. De zeven zijn ook gemeenten. De zeven lampstandaards die u hebt gezien zijn namelijk de zeven gemeenten. 

In de meeste vertalingen worden de zeven sterren (aartsengelen) verbonden aan de zeven gemeenten in Asia. Dat standpunt steunt echter geheel op de wijze van vertalen; het wordt er dus ingelegd. In onze vertaling – die sterk staat – is geen sprake van de toewijzing van een aartsengel (men bedoeld dan een schutsengel voor elke gemeente). Een dergelijke taak is aartsengelen bovendien vreemd en vindt nergens in de Bijbel enige grond. Aartsengelen staan in dienst van God en voeren Zijn bevelen uit en dat betrof belangrijke taken die de Raad Gods bevorderen. In Openbaring 1:16 zijn de zeven aartsengelen toegevoegd aan de verheerlijkte Jezus Christus. Dus ook daar zien we geen koppeling aan de zeven gemeenten in Asia. 

In lijn met voorgaande verklaringen dienen we de zeven aartsengelen dus als ‘het Koninklijke gevolg’ van Jezus Christus te zien die samen met Hem onderdeel van de Raad der Heiligen vormen. En die Raad is weer het uitvoerend orgaan van de oordelen van God in de Eindtijd. Elk van de zeven aartsengelen treedt hier op als heraut van de verheerlijkte Christus en daarmee wordt zijn hoge status bevestigd. 

 

Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:   

Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV. 

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.