Aflevering 15: Openbaring 12:6-18

Excurs 1: Het Beeld van het Beest - 1

De profetie doet nu een volgende stap in de tijd. Het kind Jezus is geboren en volwassen geworden. Het heeft Zijn boodschap gepredikt – een boodschap van liefde en genade. Jezus Christus is gestorven en weer opgestaan; opgevaren ten hemel en zit heden aan de rechterhand van de Vader (Handelingen 2:34).

Vers 9 zoomt vervolgens in op de Eindtijd, vele eeuwen daarna, en wel halverwege de Grote Verdrukking als de Antichrist het beeld van het Beest opricht in de Binnenste Voorhof van de tempel. Als dat gebeurt, begint de afgodendienst van de Babylonreligie. Want eenieder zal dat beeld moeten aanbidden en het getal 666 – het eigendomsteken van Satan – moeten aannemen. Dat betekent voor eeuwig verloren gaan, want voor een ‘overleveren aan Satan’ bestaat geen vergeving. Wie het teken weigert sterft! Om dat lot nu te ontlopen profeteert Jezus tot de gelovigen in en rond Jeruzalem om onmiddellijk te vluchten als die ‘gruwel van de verwoesting’ wordt opgericht. Mattheüs 24:15-22 (HSV):

15 Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting A), waarover gesproken is door de profeet Daniël B), zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! C) –
16 laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen D).
17 Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen,
18 en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen E).
19 Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! F)
20 En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat. G)
21 Want dan zal er een grote verdrukking H) zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal H).
22 En als die dagen niet ingekort werden I), zou er geen vlees J) behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen K) zullen die dagen ingekort worden.

Noten en Verwijzingen:

A Het beeld van het Beest dat zal spreken (Openbaring 13:15).
B Daniël 9:26-27; 11:31 en 12:11 1).
C Die het leest is de gelovige. Jezus spreekt dus tot het ware Israël.
D Dat zijn de bergen van Paran, ten zuidoosten van Jeruzalem, waar Petra ligt 2).
E De profetie dringt aan op een onmiddellijke reactie als de gruwel wordt opgericht, wellicht omdat de Antichrist de vluchtwegen uit Jeruzalem kort daarna zal afsluiten.
F Voor baby’s en hoogzwangere vrouwen geldt dat ze niet mobiel genoeg zijn om te vluchten. Het geeft tevens aan dat die vlucht te voet zal zijn.
G Gelovige Joden onder de wet zullen weigeren om op Sabbat te reizen.
H Dat is de Grote Verdrukking. De profetie van Jezus Christus maakt duidelijk dat die periode van uitzonderlijke zwaarte zal zijn. In de tweede helft daarvan vallen de oordelen van God over de aarde.
I We weten dat de Grote Verdrukking zeven jaar zal duren. Wordt dat verkort ter wille van de uitverkorenen? Daar lijkt het op, maar we weten het niet zeker.
J Geen vlees is een uitdrukking voor geen levend wezen.
K De uitverkorenen zijn die Joden die God dienen en wellicht Jezus Christus nog niet kennen, maar ook volgelingen van Jezus Christus die dan in het land Israël verblijven.

________________________________________________________________________________________________

Openbaring 12: 6-18 Exegese

Vers 6: Toen is de vrouw naar de woestijn gevlucht. Daar heeft zij een plaats gekregen die door de hoge God was gereedgemaakt, teneinde haar op die plaats twaalfhonderdzestig dagen te voeden.

De vluchtende vrouw stelt het volk Israël voor – niet het gehele volk maar het ware Israël, dus zij die God dienen; ware gelovigen. Dat is dezelfde vlucht waar Jezus Christus in Mattheüs 24 over spreekt. De vrouw vlucht de woestijn in en daarmee wordt de Arabah ten zuidoosten van het huidige Israël.

Vluchthaven: Petra

De plaats die door de hoge God was gereedgemaakt is waarschijnlijk Petra dat in de bergen van Paran ligt, in het huidige Jordanië (Petra ligt halfweg, iets westelijk van de Arabah). Daar worden de vluchtelingen door God gevoed en beschermd gedurende twaalfhonderdzestig dagen, zijnde de gehele periode dat het beeld van het Beest in de Binnenste Voorhof staat 3) en de Antichrist elke gelovige die weigert het beeld van het Beest te aanbidden, probeert op te sporen om die te kunnen doden.

________________________________________________________________________________________________

Vers 7: Want er brak oorlog uit in de hemel. De hoge engel Michael en zijn eigen engelen strijden tegen de Draak en de Draak heeft samen met zijn eigen engelen gestreden.

Een belangrijke vraag komt nu op: Waarom breekt juist dan een oorlog uit in de hemel? – kennelijk min of meer op hetzelfde moment als de vlucht van het gelovig deel van het volk Israël (vers 6). Dat laat zich raden, want dat moet de oprichting van dat beeld van het Beest in de Binnenste Voorhof van de tempel zijn. Want aldus wordt God heel bewust voor het oog van de gehele wereld belasterd en vernederd. De aartsengel Michaël is kennelijk zo geschokt door deze vorm van godslastering dat hij (samen met zijn eigen engelen) de Draak (Satan) aanvalt die op dat moment blijkbaar in de engelenhemel is, waar zowel goede engelen, aartsengelen, maar ook boze, niet-menselijke machten, verblijven.

Let op de Chronologie

Zoals al vaak in deze verklaring is uitgelegd, hechten we sterk aan de chronologie van de profetieën in Openbaring. Ook hier is dat het geval, want de oorlog in de hemel is rechtstreeks verbonden met de vervolging van de vrouw in het vorige vers. Satan strijdt niet samen met zijn bondgenoten – de andere vier gevallen aartsengelen. Die zijn dan namelijk nog opgesloten in de Abyssus. En als ze losgelaten worden, storten ze zich op de aarde en doden daar het derde deel van de mensheid (Openbaring 9:15). Echter de strijd van vers 7 wordt in de engelenhemel gevoerd. Satan heeft daar alleen zijn eigen legioenen engelen – boze geesten dus – tot zijn beschikking. Dat voert ons naar een tweede vraag: Waarom strijdt de aartsengel Michaël? Antwoord: Omdat hij de aartsengel van Israël is. In Daniël 10:21 wordt hij namelijk uw (= Israëls) vorst Michaël genoemd en zo wordt hij ook beschreven in rabbijnse literatuur.

De Strijd Gaat Door

Het is opvallend dat van de hoge engel Michaël en zijn eigen engelen wordt gezegd dat zij strijden tegen de Draak (tegenwoordige tijd). Dat suggereert dat die strijd doorgaat, totdat één van de twee partijen heeft overwonnen. Van de Draak (en zijn eigen engelen) wordt gezegd: hij heeft gestreden. Dat duidt op een tijdelijke strijd, namelijk de strijd om zijn recht op toegang in de engelenhemel en die verliest Satan. Voor de aartsengel Michaël is de oorlog daarmee niet afgelopen. Hij zet die voort. Michaël betekent: ‘wie is als God’ en dat past perfect bij zijn taak.Nergens spreekt de profetie over een ingrijpen of bevel van God. Toch is het ondenkbaar dat deze oorlog zonder Zijn toestemming wordt begonnen. De daden van de aartsengel Michaël zijn onderdeel van de Raad Gods en de openingsfase van Gods persoonlijke bemoeienis, zoals ook bevestigd wordt in vers 10.

________________________________________________________________________________________________

Vers 8: Maar hun macht was niet toereikend. Dientengevolge wordt voor hen in de hemel geen plaats meer gevonden.

Een simpele mededeling beschrijft een belangrijke nederlaag van Satan. De engelenhemel is vanaf dat moment voor hem gesloten. Alleen de aarde en Sheol (de onderwereld) blijft hem nog over.

________________________________________________________________________________________________

Vers 9: Zo werd de Grote Draak neer gebracht – die van oudsher een reptiel is die kwaadspreker genoemd wordt. Die ook de Satan is die de gehele bewoonde wereld misleidt. Hij is neer gebracht op deze aarde en zijn eigen engelen werden samen met hem neer gebracht.

Johannes geeft een treffende beschrijving van Satan. Hij is van oudsher (vanaf het prilste begin op aarde) als een verraderlijk reptiel geweest, een kwaadspreker. Zo heeft hij de gehele bewoonde wereld misleid.

Het woord grote (megas) heeft hier de betekenis van machtig of aanzienlijk (als in Mattheüs 5:19). We moeten namelijk niet vergeten dat Satan eens, voordat hij tot zonde viel, een hoge rang bekleedde onder de aartsengelen. Ezechiël 28:14-15 (Grondtekst 1)) zegt het zo:

Gij waart een gezalfde, gij beschuttende Cherub. Aldus beschikte Ik (God) het op de berg van de heiligheid Gods. Gij wandelde te midden van de vurige stenen (in Gods woning). Vanaf de dag dat gij werdt geschapen, waart gij onberispelijk in uw gedrag, totdat er verdorvenheid in u gevonden werd (hij tot zonde verviel) vanwege uw overvloedige handel (= zijn eigengereid optreden).

Met zijn eigen engelen wijst Openbaring niet op de vier andere gevallen aartsengelen, want die worden in vers 4 sterren genoemd (die zijn niet Satans eigendom). Het betreft zijn eigen engelen/demonen.

________________________________________________________________________________________________

Vers 10: Toen hoorde ik een luide stem in de hemel, zeggende: De verlossing is heden tot stand gekomen vanwege de wondermacht en de soevereiniteit van onze hoge God en vanwege de autoriteit van Zijn Gezalfde, omdat de aanklager van onze broeders werd neergebracht die hen dag en nacht aanklaagt bij onze hoge God.

Dit vers bevestigt dat met de oorlog in de hemel een beslissend moment in de Raad Gods is aangebroken. De grondtekst spreekt van broeders, dus kan de luide stem niet van God wezen, maar moet het wel de stem van Jezus Christus zijn, want alleen Hij heeft een broederband met gelovigen, als ware Hij directe familie. Jezus Christus spreekt van onze broeders. Dat onze wijst op Hem en Zijn Vader – zij zijn immers een eenheid. Die spreekvorm – meerwoud – komt veel meer voor in de Bijbel.

De luide stem maakt bekend dat het moment is aangebroken om de aarde te verlossen (is heden tot stand gekomen). Maar die beslissing heeft nog een tweede grondslag, want God doet dit mede vanwege de autoriteit van Zijn Gezalfde. Die autoriteit wijst op het koningschap van Jezus Christus over de aarde dat Hem door Zijn Vader is toegezegd; het is een recht dat Hij door Zijn lijden op aarde heeft verworven.

Vers 10b: en vanwege de autoriteit van Zijn Gezalfde

Hier klinkt de echo van Mattheüs 28:18 Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

Vers 10c: omdat de aanklager van onze broeders werd neer gebracht die hen dag en nacht aanklaagt bij onze hoge God.

In Zacharia 3:1 (HSV) wordt ook over het aanklagen van Satan gesproken:

1 Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel van de HEERE stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen.

Is Satan dan een soort ‘openbare aanklager’, zoals wij die in de rechtbank kennen? In zekere zin wel. Satan weet dat God rechtvaardig is en juist die rechtvaardigheid van God verhindert dat de mens zich bij Hem kan voegen. De mens is namelijk ‘besmet’ met zonde en het ontbreekt hem aan heiligheid. Het is dus niet voor niets dat wij geloven dat alleen het bloed van Christus ons van alle zonden kan reinigen. Pas dan kan een brug naar God geslagen worden. Satans streven is erop gericht om het ‘schoonwassen’ van de mens te voorkomen en het is daarom dat hij de onheiligheid van de mens als misdaad bij God meldt.

Als Satan (de aanklager) uit de engelenhemel wordt verbannen, komt er een einde aan het aanklagen van onze broeders. Echter, op aarde aangekomen, barst Satan in redeloze woede uit en neemt hij vergaande stappen. Want zijn verbanning gebeurt ten tijde dat het beeld van het Beest wordt opgericht en in plaats van dat hij mensen bij God aanklaagt, gaat Satan een stap verder. Hij begint een verschrikkelijke vervolging van de gelovigen op aarde (vers 12 en 17).

Heeft de woede-uitbarsting van Satan nog enige zin? Kan hij zijn huid nog redden? Neen en dat beseft hij op dat beslist. We zien hier de destructieve aard van het kwaad onthuld. Satan probeert zoveel mogelijk mensen in zijn ondergang mee te sleuren. Dat is typerend handelen van Satan en zijn dienaren. ________________________________________________________________________________________________

Vers 11: Zelf hebben zij hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis. Want zij waren niet aan het leven gehecht; zelfs niet onder dreiging van de dood.

Met zelf worden de broeders aangeduid (vers 10a); allen die Jezus Christus als hun zaligmaker hebben aangenomen. Want de aanklager (hem, vers 9 en 10) – Satan – kan alleen overwonnen worden door het bloed van het Lam. En dat bloed van het Lam is alleen werkzaam na het woord van hun getuigenis – kortom, door Jezus als Heer te belijden. Dan zal Hij onze voorspraak bij God zijn; 1 Johannes 2:1 (HSV):

Als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.

Dit getuigenis kan soms de uiterste consequentie van een gelovige vragen, vooral als sprake is van vervolgingen. De geschiedenis staat bol van verhalen over mensen die hun leven prijsgaven, omdat zij Jezus Christus niet wilden verloochenen. In de tweede helft van de Grote Verdrukking zullen gelovigen zelfs wereldwijd vervolgd worden en gedood. Hier klinkt de stem van Jezus – Johannes 12:25 (HSV):

Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen, en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden tot het eeuwige leven.

________________________________________________________________________________________________

Vers 12: Daarom: Verblijd u hemelen en die daar wonen! Wee aan de bewoners van de aarde en de zee, want de Duivel is neergedaald naar u toe, van razende woede vervuld, wetende dat hij weinig tijd heeft.

Als Satan en al de kwade machten uit de hemel verwijderd zijn, is er alle reden voor ‘inwoners van de hemel’ (de engelenhemel) om zich te verblijden. Echter de aarde raakt van de regen in de drup. Deze profetie wordt door velen op de huidige tijd betrokken. Dat is hoogst onwaarschijnlijk. Satan richt wel veel kwaad aan, maar er is nog geen sprake van razende woede. ‘weinig tijd’ wijst op een veel kortere periode en dat is de tweede helft van de Grote Verdrukking, vóór het begin van het Messiaanse Rijk.

Dit vers verklaart ook, waarom Satan dan een wereldwijde vervolging van gelovigen inzet. Hij weet dat zijn ondergang voor de deur staat en besluit om zo veel mogelijk schade aan te richten. Hij kan de zielen van gelovigen niet verdoemen, maar wel mensen zo bedreigen dat ze zijn kant kiezen en het getal 666 aannemen. Dan zijn ook die mensen voor altijd verloren.

________________________________________________________________________________________________

Vers 13: Toen de draak zich realiseerde dat hij op deze aarde was neer gebracht, vervolgde hij de vrouw die het mannelijke kind gebaard had.

Deze tekst verwijst uiteraard naar de verloren oorlog in de engelenhemel, waardoor Satan alleen nog de aarde en Sheol (de onderwereld) als verblijfplaats overhoudt. Daar aangekomen richt hij zijn woede op de vrouw die het mannelijke kind (Jezus Christus) gebaard had. Dat betreft dus het volk Israël.

________________________________________________________________________________________________

Excurs 2: De Vlucht naar Petra

Een Omstreden Profetie

In Jesaja 16:1 (HSV) staat geschreven:

Stuur lammeren voor de heerser van het land, van Sela door de woestijn naar de berg van de dochter van Sion.

De HSV-vertaling is maar één voorbeeld van de zeer verschillende manieren waarop deze tekst vertaald wordt (zie ook bijvoorbeeld de NBV) en dat maakt al duidelijk dat de strekking van deze profetie voor velen een raadsel is. Er staat in de grondtekst:

Zend hen uit, gij Lam, heerser van de aarde, vanuit Sela door de woestijn heen naar de berg van de dochter van Sion. A)

Jesaja 16 opent met een bede om hulp tot het Lam. Dat is Jezus Christus, de Messias. Een belangrijke vraag is: wie of wat moet het Lam zenden? En: Wie worden met hen bedoeld? Habakuk 3:3 (HSV) geeft het antwoord. Daar staat geschreven:

God komt uit Teman, de Heilige komt uit de bergen van Paran. Sela. Zijn glorie straalt aan de hemel, de aarde is vol van zijn roem.

We moeten helaas een correctie in de HSV-vertaling aanbrengen. Het woord ’ĕlôwahh betekent godheid. Dat kan een afgod zijn of Jahweh, maar ook Jezus Christus, Die het hier is. Selah kan een muziekterm zijn (zoals in de Psalmen voorkomt), maar ook betekenen te Sela. Een muziekterm is hier niet op z’n plaats (gezien de context) een plaatsaanduiding wel, want de stad Sela 1) lag in de bergen van Paran.

De grondtekst van Habakuk 3:3 zegt dus:

De godheid (de Messias) komt uit de bergen van Paran2), van Sela. Zijn glorie straalt aan de hemel, de aarde is vol van zijn roem.

De profetie van Habakuk en Jesaja 16:1 wordt aangevuld in Jesaja 63:1 (HSV). Daar staat:

Wie is Deze (de Messias) Die uit Edom komt, in helrode kleding uit Bozra 3), Die luisterrijk is in Zijn gewaad, Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die spreek in gerechtigheid, Die machtig ben om te verlossen.

1) Sela is de oude naam van Petra (Grieks voor rots).
2) De bergen van Paran (waar we ook Petra vinden) liggen ten zuidoosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.
3) Bozra was de oude hoofdstad van Edom en lag aan de weg van Jeruzalem naar Petra. Over deze weg zullen de gevluchte Israëlieten terugkeren. Anderen verklaren dat Petra eens Bozra genoemd werd, maar dat verandert weinig aan de betekenis. 
(Weerd, Jesaja 1, pagina 502-503 A))

De Vlucht naar Petra

Voorgaande teksten spreken over de Eindtijd en wel over de Grote Verdrukking (Mattheüs 24:21). Die zal zeven jaar duren 1). Na drieënhalf jaar zal een deel van het volk Israël – dat aan het begin van de Grote Verdrukking een verbond met de Antichrist zal sluiten 2) – de Antichrist afvallen, omdat hij zich als god verheft 3) en eist om als god aanbeden te worden. Thoragetrouwe Joden zullen dat weigeren en daarom gruwelijk vervolgd worden. Tot hen klinkt de profetie van Mattheüs 24:15-16 (HSV):

Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! – laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

Die bergen zijn waarschijnlijk de bergen van Paran (Habakuk 3:3) en de plaats waar de vluchtelingen verborgen zullen worden is de rotsstad Petra – en zo zijn we weer terug bij Jesaja 16:1, want Sela wordt algemeen gelijkgesteld aan Petra. De vlucht naar de woestijn (van Paran) vinden we ook beschreven in 

Openbaring 12:6 (Grondtekst):

Toen is de vrouw naar de woestijn 4) gevlucht. Daar heeft zij een plaats gekregen die door de hoge God was gereedgemaakt, teneinde haar op die plaats twaalfhonderdzestig Dagen 5) te voeden 6).

En Openbaring 12:14 (Grondtekst):

De vrouw waren twee vleugels van de grote adelaar gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen naar de voor haar bepaalde plaats 7), waar zij gevoed wordt voor een tijd, tijden en een halve tijd 6), buiten het bereik van het reptiel.

1) Excurs 6, punt D en E / Excurs 20, punt C, D en E / Excurs 22.
2) Excurs 6, punt E en F.
3) 2 Thessalonicenzen 2:4 en Openbaring 13:8 en 15.
4) De bergen van Paran (Habakuk 3:3) liggen in de wildernis of woestijn.
5) Zowel de eerste als tweede helft van de Grote Verdrukking telt drieënhalf jaar.
6) Ook dit is drieënhalf jaar en duidt op de tweede helft van de Grote Verdrukking.
7) Die door God bepaalde plaats is de rotsstad Petra, waar God Zelf de vluchtelingen zal voeden.

De Terugkeer uit Petra

Na de ondergang van de Antichrist zullen de gevluchte Joden, die in Petra verblijven, naar Jeruzalem terugkeren. Dat gebeurt onder bescherming van de Messias, Jezus Christus. Jesaja

16:1 is dus een bede tot het Lam om het gelovig overblijfsel van Israël terug te brengen naar Jeruzalem. Psalm 108:11-14 (HSV) bezingt die toekomstige gebeurtenis:

Wie zal mij brengen in een versterkte stad? Wie zal mij leiden tot in Edom? Zult U het niet zijn, o God, Die ons verstoten had en niet met onze legers uittrok, o God? Geef ons hulp uit de benauwdheid, want heil van een mens is nutteloos. Met God zullen wij krachtige daden doen; Híj zal onze tegenstanders vertrappen.

En ook Micha 2:12 en 13 (HSV) getuigt er over:

Ik zal u, Jakob zeker verzamelen, geheel en al. Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen. Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra (beter is: in Bozra), als een kudde midden in zijn weide. Het zal er gonzen van de mensen. De Doorbreker (Jezus Christus) trekt vóór hen op. Zij zullen doorbreken, door de poort trekken en daardoor naar buiten gaan. Hun Koning gaat vóór hen uit, de HEERE gaat aan de spits.

Sela en Petra Vandaag

Sela werd, na Bozra, de hoofdstad van Edom en lag op de berg Umm el Biyara, bij het heden-daagse Petra 1) dat voor een deel uit de rotsen is uitgehouwen. Petra was een rotsstad die als een vesting gebouwd was (De naam Bozra betekent versterking of versterkte schaapskooi). Volgens Jesaja 33:16 zullen de rechtvaardigen daar een schuilplaats vinden 2).

15 Hij die wandelt in gerechtigheid en billijk spreekt, die winstbejag door afpersing verwerpt, die zijn handen afwerend schudt om geen geschenken aan te nemen, die zijn oor dicht- stopt om niet van bloedvergieten te horen, die zijn ogen sluit om het kwaad niet te zien - 16 die zal wonen op de hoogten; bergvestingen op de rotsen 1) zullen zijn veilige vesting zijn, zijn brood wordt hem gegeven, van water is hij verzekerd 3).

1) Voormalig Sela. Na de verovering door de Nabateeërs werd de stad Petra genoemd.
2) Er staat selaîm, een meervoudsvorm van Sela dat rots betekent.
3) Ook hier spreekt de tekst over een ‘voeden door God’ (Openbaring 12:6 en 14).
(Weerd, Jesaja 1, pagina 963-965 en 985)

De Koninklijke Weg

De route van Sela naar Jeruzalem loopt door de woestijn van de Arabah. Die route wordt in Numeri 20:17 de Koninklijke weg genoemd en zo staat het zelfs heden nog vermeld op enkele wegwijzers ter plaatse: The Kings Highway. Het is over deze Koninklijke Weg dat het gelovig overblijfsel van Israël onder aanvoering van Jezus Christus zal terugkeren – Is de naam van deze weg, die na zoveel eeuwen bewaard is gebleven, toeval? Ik dacht het niet. Het is een ‘knipoog van God’ die naar de Eindtijd verwijst.

________________________________________________________________________________________________

Vers 14: De vrouw waren twee vleugels van de grote adelaar gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen naar de voor haar bepaalde plaats, waar zij gevoed wordt voor een tijd, tijden en een halve tijd, buiten het bereik van het reptiel.

Wat hier voorzegd wordt, vinden we ook beschreven in Mattheüs 24:15-16. Daar wordt tevens gezegd aan wie deze profetie gericht is, namelijk aan ‘zij die in Judea zijn’ – gelovige Joden en christenen die dan in het land Kanaän/Israël wonen. Zij worden door Jezus Christus aangespoord om, zodra de gruwel van de verwoesting is opgericht – dus het beeld van het Beest dat in de Binnenste Voorhof wordt opgericht – onmiddellijk te vluchten. De vleugels zijn dus een allegorische aanduiding voor deze vlucht.

De vluchtelingen wijken uit naar een ‘voor haar bepaalde plaats’. Dat is een vluchthaven die door God zelf is gereedgemaakt: de stad Petra. Daar zal God zelf hen beschermen en voeden voor een tijd, tijden en een halve tijd; dus drieënhalf jaar, buiten het bereik van het reptiel (anderen: de slang). Dat betreft de gehele periode dat het beeld van het Beest in de Binnenste Voorhof staat en aanbeden wordt.

________________________________________________________________________________________________

Vers 15 en 16
15 Toen spuwde het reptiel water uit zijn bek achter de vrouw aan, als ware het een rivier, opdat hij haar door de stroom zou doen meesleuren.
16 Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, want de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd.

Helaas weten we niet zeker, waar deze profetie op slaat. In de nu volgende verklaring spreken we dus van vermoedens.

De Dode Zee Loopt Leeg

De apostel Johannes gebruikt het woord ophis: slang of (beter) reptiel, wat geen andere naam voor Satan is, maar een omschrijving van zijn karakter (als in vers 9). Het accentueert zijn verraderlijkheid en dat wijst onder andere op deze daad van Satan.

Het is de bedoeling van Satan om de vlucht van gelovige Joden (de vrouw) naar Petra te verhinderen. Hun route loopt over de woestijn ten zuiden van de Dode Zee, naar de bergen van Paran. Dat is een breed dal dat de Arabah genoemd wordt. Dat suggereert een watervloed (water uit zijn bek) die de streek verwoest. Dat zou alleen mogelijk kunnen zijn als de Dode Zee ruim 400 meter omhoog rijst en dan leegloopt. Daar spreekt Ezechiël 47 over – de profetie over de tempelrivier.

Probleem is dat gelovige verklaarders die deze profetie letterlijk nemen (waar ook ik bij hoor), de aardbeving die dit veroorzaakt aan het einde van de Grote Verdrukking plaatsen (= de grote aardbeving van Zacharia 14:4-5. De vlucht naar Petra vindt echter halverwege de Grote Verdrukking plaats.

Wellicht moeten we daarom van twee verschillende aardbevingen spreken. De eerste doet de Dode Zee oprijzen waardoor het water van de Dode Zee naar het zuiden afvloeit. Daarover zegt Johannes dat de aarde de rivier verzwolg voordat die de vluchtelingen kon bereiken. We mogen aannemen dat dit op ingrijpen van God Zelf gebeurt.

________________________________________________________________________________________________

Vers 17

De Draak die woedend was geworden op de vrouw, ging heen om de totale oorlog te voeren met de overigen van haar nageslacht; te weten, allen die de geboden van de hoge God in acht nemen, maar ook degenen die de getuigenis van Jezus Christus bewaren.

Het razende woeden van Satan tegen de vrouw blijkt nutteloos, omdat God Zelf ingrijpt (vers 16). Daarop keert Satan zich tegen de overigen van haar nageslacht die achtergebleven zijn of elders in de wereld wonen. Dat is een totale oorlog, dus met de onderliggende bedoeling alle gelovigen op aarde uit te roeien.

Johannes beschrijft precies wie Satan in zijn woede op het oog heeft. Allereerst zijn dat de Israëlieten die de geboden van de hoge God in acht nemen. Dat zijn zij die hun geloof in God trouw blijven en weigeren het getal van het Beest (666) te aanvaarden. Zij leven nog onder de Mozaïsche wet (de geboden). Maar, er wordt nog een tweede groep genoemd, namelijk degenen die de getuigenis van Jezus Christus bewaren. Dat zijn de vele miljoenen die na de Opname van de Gemeente nog tot bekering zijn gekomen en Jezus Christus zullen volgen en natuurlijk ook Messiasbelijdende Joden.

___________________________________________________________________________

Vers 18 is bij Openbaring 13 gevoegd.

___________________________________________________________________________

 

Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:

De Openbaring van Jezus Christus door Gert A. van de Weerd.

 

Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.