Aflevering 14: Openbaring 11:15-19 en 12:1-5

Voorbespreking bij Openbaring 11:15-19

Na de profetie over de twee getuigen die zich op aarde afspeelt, wordt Johannes weer in een visioen naar de hoge hemel verplaatst. Dat is de woonplaats van God, de plaats waar Hij troont op de cherubs. Daar omheen zitten 24 oudsten op hun eigen tronen, zoals Johannes dat in Openbaring 1, 4 en 5 beschrijft, terwijl ook de zeven aartsengelen en Jezus Christus (het Lam) aanwezig zijn. Het is een soort hemelse vergadering, waar de toekomst van de mensheid bepaald wordt. Op die hemelse vergadering wordt ook de zevende bazuin geblazen die de laatste fase van de oordelen van de Grote Verdrukking inluidt én het koningschap van Jezus aankondigt.

De hoge hemel, de woonplaats van God, staat buiten de tijd. Wat daar gebeurt kunnen we geen plaats in de tijd te geven zoals wij die ervaren. Wel kunnen we zeggen dat de oordelen van de zevende bazuin (vers 15 – die in Openbaring 16 verder worden beschreven) in de laatste weken of maanden van De Grote Verdrukking zullen plaatsvinden en de aanvang van het koningschap van Jezus Christus korte tijd daarna.

________________________________________________________________________________________________

Vers 15: Daarop blies de zevende engel op de bazuin en er klonken luide stemmen in de hemel die zeiden: De koninkrijken van deze wereld zijn van onze Heer geworden die Zijn Gezalfde (= Messias) is. Hij zal heersen tot in de eeuwen van de eeuwen.

De zevende bazuin kondigt het Messiaanse Rijk aan dat kort na de Grote Verdrukking begint. De apostel Johannes spreekt van het koningschap van Jezus Christus (onze Heer) over deze wereld. Heel deze wereld komt dus onder het gezag van koning Jezus. Het wordt één Rijk en Jezus zal heersen tot in de eeuwen van de eeuwen (vers 15c). Dat wil zeggen gedurende tien eeuwen (dat is 1000 jaar), zoals in Openbaring 20 voorzegd.

De zevende bazuin luidt ook de laatste oordelen in en dat is tevens het derde wee (vers 14). De feitelijke uitvoering – de zeven schalen – wordt in Openbaring 16 beschreven.

________________________________________________________________________________________________

Vers 16-18: 16 En de vierentwintig oudsten die gezeten zijn op hun tronen vóór het aangezicht van de hoge God, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en zij hebben de hoge God aanbeden. 17 Ze zeiden: Wij danken U Heer, hoge God, de Almachtige Die is en Die was, omdat U met overweldigende macht ingegrepen hebt en aldus de Soeverein bent geworden. 18 De volken hebben in woede geraasd en toen is Uw toorn gekomen, namelijk het tijdperk dat de dood hun oordeel werd; maar ook om Uw dienstknechten – de profeten, de heiligen, hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten – het loon te geven en te vernietigen die de aarde verwoesten.

De 24 oudsten in de hemel – twaalf vertegenwoordigers van de Gemeente van Christus en twaalf van Israël – beseffen dat de laatste fase van Gods Raadsplan is ingegaan. De Raad Gods staat op het punt tot vervulling te komen en dat stemt hen tot grote dankbaarheid. De hoge God grijpt de macht en zet alles naar zijn hand. De aarde komt onder Zijn controle (Soeverein) en wordt een theocratie.

De volken die tegen God opstonden zijn eigenlijk al verslagen en zeer velen hebben het leven gelaten. Daar komen nog de oordelen van de zeven schalen bij (Openbaring 15 en 16) die echter van korte duur zijn. De laatste haarden van verzet van hen die de aarde bijna ten onder deden gaan, worden vernietigd.

Voor hen die verdrukt werden, omdat zij God niet wilden verloochenen, gloort een hoopvolle toekomst. Dat zijn Gods dienstknechten – de profeten, de heiligen, hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten. Zij ontvangen in het Messiaanse Rijk het loon dat hen toekomt.

________________________________________________________________________________________________

Vers 19a: Toen werd de tempel van de hoge God in de Hemel geopend. Daarop verscheen de Ark van Zijn Verbond in Zijn tempel vergezeld van bliksemflitsen, geluiden van donderslagen en zware hagel.

De tempel van God in de hemel wordt geopend, omdat de hoge God naar de aarde vertrekt en Hij neemt de Ark van Zijn Verbond (Berit Olam) met zich mee.

De oude Ark die in het Heilige der Heiligen van de tempel van Salomo stond was verdwenen, nadat het Sinaïtische Verbond verbroken werd. Kort daarna werd deze tempel door koning Nebukadnezar verwoest. Het verschijnen van de oude Ark duidt erop dat een nieuw verbond aanstaande is. Dat noemen we het Eeuwige Verbond (Berit Olam). Dat is een eenzijdig verbond, door God zelf gegarandeerd, vandaar dat

Hij van Zijn Verbond spreekt. Met het sluiten van dat verbond en de verheffing van Jezus Christus tot koning in Jeruzalem, begint het Messiaanse Rijk. We zijn dan aangeland in de laatste week/weken van de Grote Verdrukking.

Vers 19b: vergezeld van bliksemflitsen, geluiden van donderslagen en zware hagel.

De verschijnselen die Johannes hier beschrijft noemt men ook wel een stormtheofanie; een ‘Goddelijk verschijningsevenement’ dat met natuurgeweld gepaard gaat (Exodus 19:16-20, 20:18; Deuteronomium 5:22-23; 1 Koningen 19:11-12; Ezechiël 1:4, 3:12 en 10:4-5; Openbaring 4:5). Natuurverschijnselen in de hemel kennen we niet in de Bijbel, dus vinden die plaats op aarde, zoals ook de teksten getuigen.

Met deze profetie komt er een einde aan de verdrukking en ellende van de Godgetrouwen, want God zelf waakt dan over hen. De laatste vijanden worden vernietigd door De Plaag (Zacharia 14:12-15). Tevens wordt door de komst van God in Jeruzalem de bewaking van de tempel van de twee getuigen, die kort daarvoor ten hemel zijn gevaren, door de hoge God zelf overgenomen.

________________________________________________________________________________________________

Openbaring 12: De Grote Rode Draak

Dit is een moeilijk hoofdstuk dat van groot belang is. Johannes spreekt over de verschijning van een Grote Rode Draak met zijn demonische dienaren als reactie op een Groot Teken in de hemel. Die demonische machten vertrekken uit de engelenhemel naar de aarde om de vrouw (Israël) te beoorlogen. Dan, in vers 5, wordt uit de vrouw een kind geboren (Jezus Christus, in Bethlehem) en vers 5b spreekt over Zijn hemelvaart. Tot zover is sprake van profetie die al vervuld is.

Met vers 6 springen we naar de Eindtijd en wel halverwege de Grote Verdrukking. Dan wordt het beeld van het Beest opgericht in de tempel te Jeruzalem. Als de Joden die God dienen, dat zien, beseffen zij dat de Antichrist de Messias niet is en verbreken zij het verbond met hem. Zij zullen zwaar vervolgd worden en (zo mogelijk) vluchten naar de woestijn (vers 6).

Naar aanleiding van de daden van Satan breekt oorlog uit in de engelenhemel (vers 7a). Satan en zijn eigen engelen (vers 7b; zeg maar de kwade machten) worden aangevallen door de aartsengel Michaël en zijn eigen engelen (anderen zien daarin de overige zes aartsengelen met hun gevolg). Die strijd wordt door Satan en zijn trawanten verloren en zij worden definitief uit de engelenhemel verbannen (vers 9).

In deze Bijbelverklaring nemen we gewoonlijk aan dat Johannes in Openbaring de werkelijkheid beschrijft. Echter, die stelling gaat niet altijd op. Zo is de verschijning van de Grote Rode Draak, waar Openbaring 12:3 over spreekt, een voorval dat in de engelenhemel plaatsvindt. Dat betreft een onaards gebeuren dat Johannes zo goed mogelijk probeert te beschrijven. Daar mag je geen aardse beeldvorming aan koppelen. En de beschrijving van de vrouw in Openbaring 12:1 is een allegorische verwijzing naar het volk Israël. In de verzen 3-17 is dat niet anders. Steeds worden onaardse taferelen beschreven met behulp van woorden en begrippen die wel van deze aarde stammen en dat gaat maar moeizaam.

________________________________________________________________________________________________

Exegese Openbaring 12:1-5

Vers 1: Er werd in de hemel een Groot Teken gezien.

Het Groot Teken wordt zowel in de hemel als op aarde gezien. Het is natuurlijk de ster van Bethlehem.

________________________________________________________________________________________________

Vers 2: Een vrouw die bekleed was met de zon en de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon met twaalf sterren, was zwanger en schreeuwde het uit vanwege haar weeën en de pijn om te baren.

De vrouw is het volk Israël (als Jesaja 54:5, Jeremia 2:2, Ezechiël 16:32, Hosea 2:19, 2 Korintiërs 11:2).

De zon, met de maan onder haar voeten zijn tekenen van haar grootse bestemming als het Messiaanse Rijk gesticht wordt en het volk Israël dienaar van de Allerhoogste wordt. De Bijbel spreekt nergens van het uitschreeuwen vanwege de pijn om te baren in relatie tot Maria. Dat wordt ook niet bedoeld. Hier wordt het volk Israël bedoeld en haar geschiedenis na de breuk in het Sinaïtische Verbond. Dat was een periode waarin Israël zwaar werd beproefd en reikhalzend uitkeek (schreeuwde het uit) naar de Messias.

________________________________________________________________________________________________

Vers 3: Daarna werd in de hemel een daaraan Verbonden Teken gezien en zie toch!: Een Grote Rode Draak verscheen die over zeven hoofden beschikte en tien horens en op die hoofden waren zeven diademen.

Het tweede teken is Satans reactie op de geboorte van Jezus Christus. Satan mobiliseert zijn demonische troepen en daar duiden de woorden van Openbaring 12:3b op: die over zeven hoofden beschikte en tien horens en op hun hoofden waren zeven diademen (de hoofden en horens zijn naties die Satan volgen). De Grote Rode Draak stelt Satan voor in zijn geestelijke gestalte.

Is de Grote Rode Draak een voor mensen zichtbare verschijning op aarde? Neen, want hier wordt (evenals dat voor de twee beesten in Openbaring 13 geldt) de geestelijke gestalte van Satan getekend, zoals hij er in de engelenhemel uitziet. Daar toont zijn gestalte wie hij echt is – wat je ziet is wat je krijgt. Op aarde kan hij zich ‘vermommen’. Zo kan Satan zich voordoen als een engel des lichts (Korintiërs 11:14).

Veel exegeten zien in de Grote Rode Draak hetzelfde beest als in Daniël 7:7, 8, 20 en 21. Dat is onjuist. Daar is sprake van het Beest uit de zee. De Draak is zijn meester, dus Satan in zijn geestelijke gestalte.

De zeven diademen zijn uiterlijke kenmerken van toekomstig koningschap. Als het zover is (in de Eindtijd) betreft dat koningen die de Antichrist zullen steunen in de fase van zijn opkomst. Met hun hulp wordt de macht van het herstelde Romeinse Rijk gevestigd. In de fase van dit vers, dus als Satan zijn troepen mobiliseert, zijn dat nog demonen die klaarstaan om hun macht op aarde uit te oefenen. Pas in de Eindtijd gaan zij los op aarde om hun verderfelijk werk te doen.

In de eerste helft van de Grote Verdrukking zijn zowel de zeven koningen als de Antichrist nog mensen, hoewel zij Satan dienen. In de tweede helft worden die koningen door demonen overgenomen. Dan is elke vorm van menselijkheid, behalve hun uiterlijk, verdwenen.

________________________________________________________________________________________________

Vers 4: En zijn staart sleept een derde van de sterren van de hemel mee die hij op de aarde heeft neer gebracht. De Draak nu staat vóór het aangezicht van de vrouw die eens zou baren, teneinde het kind te verslinden, zodra zij gebaard zou hebben.

Dit vers beschrijft de positie van de Draak (Satan) in de confrontatie met het zaad van de vrouw – Israël en/of Jezus Christus. Het woord sleept heeft daarin de betekenis van ‘achter de Draak aangaan’. Zo wordt de Grote Rode Draak als leider van de sterren (vier afgevallen aartsengelen) uitgebeeld. Vers 4b heeft een soortgelijke functie. Dat beeldt de Draak uit als de permanente tegenstander van de vrouw (Israël).

Vers 4 dient dus ter identificatie. Johannes schetst de machtsbasis van Satan en die bestaat dan uit een derde van de sterren van de hemel (4a.1), dus vier aartsengelen zie evenals Satan tegen God opstonden.

Wordt Satan hier uit de Hemel Geworpen?

Beslist niet; dat gebeurt pas later en daar spreekt Openbaring 12:7 over. Het staat er ook niet; de tekst spreekt van een initiatief van de Grote Rode Draak (Satan!). Satan mobiliseert zijn troepen en brengt die over naar de aarde, want daar wordt de strijd met het zaad van de vrouw gestreden. De satanische troepen blijken uit een derde deel van de sterren van de hemel te bestaan. Die sterren zijn gevallen aartsengelen.

Een eenvoudige rekensom ondersteunt voorgaande stelling. Er waren ooit twaalf aartsengelen die elk hun gevolg van gewone engelen hadden. Satan rebelleerde tegen God en haalde een derde deel van de sterren (collega-aartsengelen) over met hem mee te doen. Een derde van twaalf is vier. Dat zijn dus afgevallen aartsengelen en zij worden in Openbaring 9:14-16, Judas:6, 2 Petrus 2:4 en Mattheüs 25:41 genoemd. Aldus blijven er over: 12 aartsengelen minus 1 (Satan) minus vier (de andere afgevallen aartsengelen) = zeven aartsengelen en dat zijn dan weer de zeven Geesten, Die voor Gods troon zijn (Openbaring 1:4). Over deze zeven aartsengelen, in de Bijbel ook Elohim genoemd, wordt op vele plaatsen in de Bijbel gesproken. Van twee kennen we ook de naam; Gabriël en Michaël.

Over het vertrek van Satan uit de engelenhemel profeteert ook Jezus Christus in Lucas 10:18 (HSV): Hij zei tegen hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.

Hij Die Weerhoudt

Satan brengt de vier afgevallen aartsengelen (die even boosaardig zijn als Satan), neer op de aarde (hij neemt ze mee) om het zaad van de vrouw te bestrijden (Genesis 3:15). Daar is dan de Messias, Jezus Christus, geboren en Satan wil ten kostte van elke prijs voorkomen dat de profetieën over de Messias vervuld worden. Maar, dan grijpt God in. Hij staat de vier kwaadaardige ‘mede-aartsengelen’ van Satan niet toe tegen de vrouw (Israël) te strijden. Zij worden ingerekend en opgesloten. Het is daarom dat we heden alleen met Satan te maken hebben, gelukkig niet met de andere vier afgevallen aartsengelen. Twee mogelijke redenen:

A. Omdat de vier afgevallen aartsengelen geen recht op de aarde kunnen doen gelden. Zij kwamen in feite illegaal op deze aarde aan. Satan kan dat wel, want hij wordt de overste van deze wereld genoemd (Johannes 12:31, 14:30, 16:11). Dat betreft kennelijk een soort stadhouderschap dat God eens aan Satan heeft toegezegd, toen hij nog niet tot zonde was gevallen.
B. Omdat die toegang tot de aarde geblokkeerd wordt. 2 Thessalonicenzen spreekt er over: Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is.

Deze tekst wijst in eerste instantie op Satan en beperkt zijn macht, maar de weerhouder 1) blokkeert ook de komst van de vier afgevallen aartsengelen 2).

1) De ‘weerhouder’ is de Gemeente van Christus en de Heilige Geest (die daaraan verbonden is). Als zij verdwenen zijn van de aarde, wordt Satan niet meer ‘weerhouden’.
2) Zo wordt voorkomen dat de Gemeente van Christus te zwaar wordt aangevallen. De tegenwerking van Satan is al erg genoeg. Het is dus een vorm van Goddelijke genade.

De Vier Kwade Aartsengelen

Het moment dat Satan de engelenhemel verlaat (met de vier andere afgevallen aartsengelen) valt na het Groot Teken van Openbaring 12:1 – de ster van Bethlehem –, dus de geboorte van Jezus Christus.

In het Oude Testament wordt nergens over de vier kwade aartsengelen gesproken. We mogen dus aannemen dat zij toen geen toegang tot de aarde hadden. Waarom komen ze nu wel aan het voetlicht? Omdat met de komst van Jezus Christus voor hen een bedreiging op termijn ontstaat. Dat vinden we helder omschreven in Efeziërs 1:8b-10 (NBV), dat we nog eens herhalen:

Hij (God) heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.

Een engelenhemel die onder het gezag van Jezus Christus valt, sluit uit dat daar plaats zal zijn voor afgevallen aartsengelen. Het is daarom dat deze vier kwade aartsengelen zich bij Satan voegen om de vrouw (het volk Israël) te bestrijden. Dat wordt hen verboden.

De Bijbel Getuigt

In het Nieuwe Testament komen de vier kwade aartsengelen wel ter sprake. Daaruit blijk dat God ingegrepen heeft en deze vier hoge demonen heeft opgesloten – Judas:6 (HSV):

En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld.

Wilt u dit alstublieft goed lezen! Engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, zijn afgevallen aartsengelen. Zij hebben hun eigen woonplaats verlaten (Openbaring 11:4 = de engelenhemel). Ze zijn gevangengezet in de Abyssus (de duisternis – 2 Petrus 2:4 – een afdeling van Sheol; de dodenwereld). Dit vers bevestigt dus onze verklaring.

Over die afgevallen aartsengelen getuigt ook 2 Petrus 2:4 (HSV):

Want als God de engelen die gezondigd hebben niet gespaard heeft, maar hen in de hel (beter: de onderwereld of dodenwereld1)) geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden;

Maar eens zullen zij worden losgelaten; Openbaring 9:15 en 16 (HSV):

De vier engelen werden losgemaakt. Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden. En het aantal bereden troepen bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend, en ik hoorde hun aantal.

Nadat de vier afgevallen aartsengelen vreselijk huisgehouden hebben op aarde, wordt het oordeel ook over hen geveld; Mattheüs 25:41 (HSV):

Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.

1) Er staat tartarōsas en dat betreft zeker niet de hel, maar een afgescheiden deel van de onderwereld (Hebreeuws: Sheol), waar demonen zijn opgesloten (ook wel Abyssus genoemd).

Vers 4b: De Draak nu staat vóór het aangezicht van de vrouw die eens zou baren, teneinde het kind te verslinden, zodra zij gebaard zou hebben.

Ook dit moet je goed lezen, want in 4b wordt de profetie van Genesis 3:15 vervuld (Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw). Satan (de Draak) stelt zich namelijk op vóór het aangezicht van de vrouw en dat is weer een identificatie, evenals in vers 3 en 4. Het is een uitdrukking die Satan als verklaard vijand van de vrouw (Israël) neerzet. Welnu, dat is wel gebleken, want sinds het moment dat het volk Israël onder het Sinaïtische Verbond viel, heeft Satan het ‘zaad van de vrouw’ met alle mogelijke middelen vervolgd en dat doet hij tot op de huidige dag.

Werd Satan verrast door de geboorte van Jezus?

Deze tekst maakt ook duidelijk dat de uitdrukking zou baren onbepaald in de tijd staat. Satan was, tot op het moment van de geboorte van Jezus Christus, daar onkundig van. Heeft hij het lofprijzen van de engelen gehoord (Lukas 2:13-14)? We weten het niet.

Pas toen de ster van Bethlehem verscheen, de wijzen in Jeruzalem aankwamen en koning Herodes van de geboorte van de Messias hoorde, volgde de eerste aanslag op het leven van het kindje Jezus – de kindermoord in Bethlehem (Mattheüs 2). Die moordpartij kwam zeker uit de koker van Satan – teneinde het kind te verslinden, zodra zij gebaard zou hebben – ook Satan heeft de ster van Bethlehem gezien.

________________________________________________________________________________________________

Vers 5: Toen baarde zij een mannelijk Kind dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf – maar haar Kind werd weggevoerd naar de hoge God en Zijn troon.

In slechts enkele woorden wordt het aardse leven van Jezus Christus samengevat. Het woord zij duidt zowel op het volk Israël als op Maria, de moeder van Jezus. Jezus Christus werd geboren in Bethlehem en stierf op Golgotha, maar Hij stond ten derde dage weer op en voer op naar de hemel (haar Kind werd door God weggevoerd), waar Hij zitting nam ter rechterzijde van de hoge God en Zijn troon.

Vers 5b: dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf

Dit is een onthullende profetie die wijst naar het Messiaanse Rijk. Want in dat duizendjarig tijdperk zullen vijanden van God te maken krijgen met een machtige Jezus Christus die hen met ijzeren staf zal regeren. Deze profetie is verbonden met Openbaring 2:27. En Johannes verwijst zo, in beide gevallen, tevens naar Psalm 2:9, waar al eeuwen voordat deze profetie werd opgeschreven hetzelfde geprofeteerd werd. Het is één van de vele bewijzen dat de Raad Gods van eeuwigheid is en vaststaat. We citeren Psalm 2:7-12 (HSV):

7 Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE A) heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon B), Ík heb U heden verwekt C).
8 Eis van Mij (Jahweh) en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden der aarde als Uw bezit D).
9 U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter, U zult hen in stukken slaan als aardewerk E).
10 Nu dan, koningen, handel verstandig. Laat u onderwijzen, rechters van de aarde F).
11 Dien de HEERE met vreze, verheug u met huiver G).
12 Kus de Zoon H), opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt, wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt I). Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen! J)

Psalm 2 is Messiaans van inhoud, hoewel sommigen hem deels aan koning David toekennen. Het gaat echter over het samenspannen van de koningen van de gehele aarde (vers 2), dus is David niet bedoeld; Psalm 2 spreekt over de Grote Verdrukking en het Messiaanse Rijk.

A) Grondtekst: Jahweh. De vertaling HEERE komt uit de Septuaginta.
B) Gods Zoon, dus Jezus Christus.
C) Door God verwekt (heden – letterlijk: hayyōwm = de dag / op een dag). Niet duidelijk is welk tijdstip dat is.
D) Jezus wordt koning over de gehele aarde als het Messiaanse Rijk aanbreekt.
E) De vijanden van God worden vernietigd, zoals Openbaring profeteert.
F) Dit gaat gebeuren als het Messiaanse Rijk begint.
G) De liefde tot God dient altijd met eerbied gepaard te gaan.
H) In feite staat hier: Verklaar je liefde aan Jezus Christus; volg Hem.
I) Dit duidt waarschijnlijk op Zijn deelname aan de strijd in de Grote Verdrukking, nadat Jezus op de Olijfberg is teruggekeerd. Mogelijk ook op hen die ongehoorzaam zijn in het Messiaanse Rijk en gestraft worden.
J) Het ‘welzalig zijn’ wijst op de gelukzaligheid van het Messiaanse Rijk.

Vers 5c: maar haar Kind werd weggevoerd naar de hoge God en Zijn troon.

Deze woorden duiden op de opstanding van Jezus Christus en Zijn hemelvaart. Ook hier is Johannes heel precies in zijn verslaggeving. Het kind – Jezus – steeg niet zelf op naar God, maar werd door God Zelf weggevoerd; Handelingen 1:9 (HSV) spreekt daarover:

En nadat Hij (Jezus) dit gezegd had, werd Hij opgenomen.

Waar naartoe? Naar de troon van de hoge God. In het Apostolicum belijden we dat ook: Opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtige Vaders. Deze woorden zijn ontleend aan Psalm 110:1 (HSV):

De HEERE (= God) heeft tot mijn Heere (= Jezus) gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten.

Ziet u hoe uiterst precies profetie is en hoe betrouwbaar de Bijbel?

________________________________________________________________________________________________

 

Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:

De Openbaring van Jezus Christus door GertA. van de Weerd.

Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.