Excurs 1: Een Overzicht van Gebeurtenissen
In dit hoofdstuk wordt het zevende en laatste zegel door het Lam (Jezus Christus) geopend. Na dat zevende oordeel volgt een tweede serie van zeven oordelen over de aarde die door de zeven aartsengelen 1) worden aangekondigd door op een bazuin te blazen. Openbaring 8 spreekt over de eerste vier.
A. Johannes ‘Pendelt’ Heen en Weer
Wat Johannes in de hoge hemel getoond wordt, staat buiten de tijdstroom. Wat hij op aarde ziet is echter wél aan tijdsverloop onderhevig. Zijn ‘vaste standplaats’ in het visioen is de hoge hemel, nabij de troon van God. Daar wordt de Raad Gods, dus Gods plan met de mensheid in het laatst der Dagen (Daniël 10:14)) – de Eindtijd –, onthuld en Johannes is daar getuige van. Van daaruit worden hem beelden op aarde getoond. Die zijn verklarend of aanvullend en staan wel in de tijd, zoals wij die ervaren. Dat heen en weer pendelen tussen die twee invloedssferen gebeurt voortdurend en is verwarrend. Wat namelijk in de hoge hemel achter elkaar gebeurt, is geen indicatie dat dit op aarde ook het geval is. Om enig overzicht te kunnen behouden, geven we een korte beschrijving van de chronologie van de gebeurtenissen vanaf het zesde zegel in Openbaring 6:12-17.
B. De Eerste Drieënhalf Jaar
Johannes wordt, na het vertrek van de vier ruiters uit de hoge hemel (Openbaring 6:1-8), de uitvoering van het eerste oordeel op de aarde getoond (Openbaring 6:12b-17) (1). Ook in dit geval wordt Johannes in een visioen van zijn standplaats in de hoge hemel (die buiten de tijdstroom staat) naar een toekomstige gebeurtenis op aarde (in de tijdstroom) verplaatst. Wat hij ziet – het eerste oordeel (Openbaring 6:12b-17) – vindt veel later plaats dan de aankomst van de vier ruiters/aartsengelen op aarde. Want tussen het vertrek van de vierde ruiter en de aanvang van het oordeel van Openbaring 6:12b-17 ligt waarschijnlijk een periode van drieënhalf jaar. De opdracht aan de vier ruiters betreft namelijk geen eenmalige daad. Zij veranderen condities op de aarde en dat is een proces dat enige tijd vergt. Dat proces begint aan het begin van de zeven jaar van de Grote Verdrukking en wordt pas voltooid als het beeld van het beest wordt opgericht – na drieënhalf jaar 1). Direct daarna vallen de oordelen van Openbaring 6:12-17.
1) De gebeurtenissen onder de eerste vier zegels beschouwen we niet als feitelijke oordelen. Die beschrijven een proces waarin alle invloeden ten goede van God worden afgebouwd. Het zijn dus ‘indirecte oordelen’. De hoge God trekt zich terug van deze wereld en laat de mens over aan het kwaad.
C. Toen Dit Alles Voorbij Was
Na het eerste oordeel dat in Openbaring 6:12-17 beschreven wordt, maken de vier aartsengelen zich gereed om het volgende oordeel uit te voeren (Openbaring 7:1): die onder het zevende zegel. Op dat moment zit hun eerste taak erop en zijn op de aarde drieënhalf jaar van De Grote Verdrukking verstreken. Johannes signaleert dat ook, want hij opent in Openbaring 7:1 met: Toen dit alles voorbij was. Dat zou een volkomen overbodige opmerking zijn als er sprake was van een aansluitend gebeuren in een reeks. De oordelen volgen elkaar namelijk gewoonlijk op zonder een dergelijke aanwijzing.
D. De Oordelen Beginnen
De uitdrukking toen dit alles voorbij was (Openbaring 7:1) markeert een belangrijk keerpunt in de zeven jaar van de Grote Verdrukking. Want de taak van de vier ruiters was om alle krachten ten goede, die uit God zijn, van de aarde te verwijderen en die taak zit er dan op. Er zijn dan ongeveer 3½ jaar van de zeven jaar van de Grote Verdrukking verstreken. Op dat moment is de aardbevolking zover verloederd dat de Antichrist zijn masker af kan gooien (hij zal zich namelijk aanvankelijk als de Messias presenteren) en zich openbaart als werktuig van Satan. Dat doet hij met de bouw van het beeld van het beest en de algemene verplichting het getal van het beest te aanvaarden, op straffe des doods. Daarmee schaart de gehele wereld zich formeel achter Satan 1) en is zo vijand van God geworden. Echter: De aarde is van de HEERE (Psalm 24:1) dus kan God dit niet ongestraft laten gebeuren en daarmee beginnen de oordelen.
4) Dat er nog velen tot geloof komen is daarin geen dissonant. Die zullen namelijk massaal moeten onderduiken, anders worden ze vermoord.
E. Johannes Ziet de 144.000 Niet
Openbaring 7:1 is een soort intro – niet het oordeel zelf – dat tot het breken van het zevende zegel leidt. Echter, in Openbaring 7:2-3 gelast Jezus Christus (de Engel) de vier aartsengelen om de uitvoering van het oordeel van het zevende zegel voor een korte tijd uit te stellen. In die pauze of stilte worden de 144.000 uit Israël verzegeld (Openbaring 7:4-8). De verzegeling zelf ziet Johannes niet. Hem worden in het visioen de vier engelen van Openbaring 7:1 getoond. Daar hoort hij de luide stem van de hoge Engel (Jezus) de verzegeling van de 144.000 aankondigen (Openbaring 7:4-8), gevolgd door het visioen van de grote menigte die niemand tellen kon (Openbaring 7:9-10), de aanbidding door de oudsten en de hoge engelen, en een verklaring van de oudsten over de herkomst van de grote menigte (Openbaring 7:10-16)
F. De Stilte van een Half Uur: Een Intermezzo
In de hoge hemel verblijven nog steeds de hoge God op Zijn troon, het Lam (Jezus Christus) en de vierentwintig oudsten. Daar ziet Johannes de menigte die niemand tellen kon en dat blijken martelaren uit de Grote Verdrukking (Openbaring 7:9-17) te zijn.
De perikopen in Openbaring 7 zijn dus een intermezzo dat plaatsvindt in de periode van stilte en vormen tevens een verklaring waarom de oordelen even werden uitgesteld. Dat wordt bevestigd in Openbaring 8:1, want daar keert de profetie terug naar het normale tijdspad en wordt het zevende en laatste zegel door Jezus Christus verbroken. Er valt een stilte van een half uur (of van een beperkte tijd) die (zoals reeds gezegd) de oordelen onder het zevende zegel voor een korte tijd opschorten en waarin Openbaring 7:4-17 zich afspeelt; een intermezzo dus.
G. Het Intermezzo Wordt Beëindigd
In Openbaring 8:2 lezen we het intro op de volgende reeks van zeven oordelen: de zeven bazuinen. Dat vers toont dezelfde opbouw als de voorbereidingen voor het oordeel onder het zesde zegel die we in Openbaring 7:1-2 vinden. In Openbaring 8:5 wordt vuur op de aarde geworpen en daarmee wordt formeel de pauze van de stilte, die met Openbaring 7:3 werd ingesteld, beëindigd en dan worden de winden van Openbaring 7:1 losgelaten. Die daad is dus geen onderdeel van het oordeel onder de eerste bazuin, maar hoort bij het oordeel dat volgt op het zesde zegel (Openbaring 6:12-17), dus dat van het zevende zegel (Openbaring 8:1). Elk van de zeven zegels vertegenwoordigt namelijk een oordeel – ook dat van Openbaring 7:1 (het zevende zegel). Echter dat wordt vertraagd door de stilte van een half uur.
________________________________________________________________________________________________
Openbaring 8 – Exegese: De Zeven Bazuinen
Vers 1: En toen Hij het zevende zegel geopend had, viel er een stilte in het hemelrond van een half uur lang.
Die stilte valt na het oordeel onder het zesde zegel en leidt tot een groot contrast. Want in Openbaring 6:12-14 wordt over een enorme aardbeving gesproken, over inslaande meteorieten (waardoor de hemel het begeeft) en over bergen en eilanden die van hun plaats gerukt worden. Dat is een garantie voor oorverdovend lawaai – maar,… plotseling wordt het stil; een stilte van een half uur lang.
De Stilte Heerst op Aarde
Heerst die stilte ook in de hemel? Neen, want daar wordt Johannes de menigte die niemand tellen kon getoond die met luide stem God en het Lam loven, etc. (Openbaring 7:10vv). De stilte kán ook niet simultaan in de hemel en op aarde plaatsvinden, want het hemelse tafereel staat buiten de tijd; de gebeurtenissen op aarde in de tijd. Johannes ‘pendelt’ dus heen-en-weer tussen de Raad Gods (die van eeuwigheid is) en de uitvoering daarvan (die in de tijdstroom van de Eindtijd staat).
________________________________________________________________________________________________
Vers 2: Ik was nog steeds in het visioen, toen de zeven hoge engelen, die vóór de hoge God stonden, zeven bazuinen werden gegeven.
Elk van de zeven hoge engelen wordt een bazuin gegeven. Achtereenvolgens blazen zij de bazuin en daarmee begint een volgend oordeel. De uitdrukking die vóór de hoge God stonden wijst op wat was, toen de aartsengelen nog in dienst van God stonden. In deze fase van de Eindtijd zijn ze aan Jezus Christus toegevoegd. Ook hier is Johannes dus heel nauwgezet in zijn verslaggeving.
Aan Jezus Christus Toegevoegd
De uitdrukking die vóór de hoge God stonden, wijst op hun dienstbaarheid aan God en is ter identificatie. Johannes spreekt namelijk niet in de tegenwoordige tijd, maar de verleden tijd. Hij wijst dus naar wat was, toen de aartsengelen nog in dienst van God stonden. In deze fase van de Eindtijd zijn de zeven
aartsengelen namelijk aan Jezus Christus toegevoegd 2). Ook hier is Johannes dus heel nauwgezet in zijn verslaggeving. Het bevestigt tevens (ten overvloede) onze uitleg van Openbaring 1:16a.
________________________________________________________________________________________________
Vers 3: Toen kwam een zekere (hoge) Engel op die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Ook werd Hem veel reukwerk gegeven, opdat Hij de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar zou brengen dat vóór de hoge troon staat.
Een zekere (hoge) Engel komt op. Het is direct helder dat het Jezus Christus is, want Hij treed op als hogepriester en brandt wierook (de gebeden van de heiligen). Nergens in de Bijbel treedt een engel of aartsengel als middelaar tussen God en de mens op. Die taak is alleen aan Jezus Christus voorbehouden.
In vers 3a spreekt Johannes van hét altaar (een bekend altaar dus), maar in vers 3b van hét gouden altaar (ook bekend). Johannes is een heel precies verslaggever, dus is het uitgesloten dat in vers 3 van één en hetzelfde altaar sprake is, zoals velen aannemen. Het argument dat de toevoeging hét (Grieks: to – het is dus een bekend altaar) zou duiden op het gouden altaar is niet geldig, want die functie van to betreft altijd een reeds eerder genoemd persoon of object of iets wat algemeen bekend is (wat het hier is). Niet een altaar dat pas daarna genoemd wordt. Een tweede en doorslaggevend argument is, dat uit vers 5 blijkt dat de Engel zijn wierookvat met het vuur van het altaar vulde. Dat is per definitie het brandofferaltaar, want alleen daar werd het heilige vuur bewaard (Leviticus 10:1-2 en 16:1), nooit in of bij het reukofferaltaar. Er is dus sprake van twee altaren; het brandofferaltaar en het gouden altaar (dat is het reukofferaltaar).
Derde argument: Jezus vult het wierookvat met vuur van het altaar. Het brandofferaltaar had een aparte ruimte die Ariël genoemd werd. Daar werd het vuur bewaard. Het reukofferaltaar had geen eigen vuur.
Er wordt Jezus (Hem) veel reukwerk gegeven door de vierentwintig oudsten, want Openbaring 5:8 zegt: Zij hadden elk een lier en gouden schalen vol reukwerk. Dat zijn de gebeden van de heiligen. Daarmee wordt de rol van Jezus Christus duidelijk geschetst! – Middelaar én Hogepriester (Hebreeën 8).
Het ligt voor de hand dat de heiligen de gelovigen op aarde aanduiden die tijdens de Grote Verdrukking in grote nood zullen zijn. Jezus brengt de gebeden van de heiligen bij de troon van God en aldus dringen deze heiligen erop aan dat de oordelen met spoed uitgevoerd zullen worden. Alleen dan gloort verlossing.
________________________________________________________________________________________________
Excurs 2: Het Brandofferaltaar
Toen de tabernakel werd ingewijd, daalde een vuur uit de hemel; Leviticus 9:24 (HSV):
Een vuur ging uit van het aangezicht van de HEERE, en verteerde het brandoffer en de vetdelen op het altaar. Toen heel het volk dit zag, juichten zij en wierpen zich met het gezicht ter aarde.
Er wordt in de Bijbel over twee soorten vuur gesproken. Gewoon vuur, zoals wij dat kennen en Goddelijk verterend vuur dat van ‘voor Zijn aangezicht’ komt (Exodus 24:17 en Hebreeën 12:29). Dat is het enige vuur dat gebruikt mocht worden voor de offerdienst in de tabernakel en de tempel. Daarom ontstak de hoge God zelf het vuur op het brandofferaltaar.
Toen onder koning Salomo de tempel in gebruik werd genomen, gebeurde hetzelfde. Een goddelijk vuur daalde neer uit de hemel en verteerde de offerdieren op het brandofferaltaar (2 Kronieken 7:1). Alleen dat vuur kon bewerken dat met het brengen van offers de zonde werden verzoend. Dat kon geen menselijk vuur tot stand brengen, wel een Goddelijk (verterend) vuur. Daarom mocht dit vuur nooit uitdoven, zoals Leviticus 6:13 (HSV) getuigt:
Het vuur moet voortdurend op het altaar blijven branden, het mag niet uitgeblust worden.
A. Het Brandofferaltaar Had drie Vuren
Er was sprake van verschillende vuren in en op het brandofferaltaar. Bovenop was de vuurhaard, waar de offers op verbrand werden. In een tweede vuurhaard werd houtskool gemaakt. En op een afgeschermde plaats werd het goddelijk vuur ‘bewaard’. Dat was de vuurhaard van God (Ariël). Dit vuur was ook de bron, waaruit de gouden kandelaar en het reukofferaltaar in het Heilige van de tempel werden ontstoken.
B. Heilig Vuur
In al die gevallen is dus sprake van vuur, dat zijn oorsprong in Jahweh heeft, dus heilig vuur. Vuur dat niet uit goddelijke bron kwam, werd onheilig vuur genoemd (Leviticus 10:1-2 en 16:1) en mocht niet voor de offers gebruikt worden, op straffe des doods!
Het Goddelijk vuur was een zichtbaar teken van het verbond dat Jahweh met Abraham sloot (Genesis 15). Want als teken, dat het verbond gesloten werd, verteerde ook toen een Goddelijk vuur de offerdieren (Genesis 15:17).
________________________________________________________________________________________________
Vers 4-5: 4 De rook van het reukwerk uit de hand van de hoge Engel steeg op. Dit zijn de gebeden van de heiligen vóór het aangezicht van de hoge God. 5 Toen nam de hoge Engel het wierookvat en vulde die zelf met het vuur van het altaar. Daarop wierp Hij het op de aarde neer. Dat leidde tot geluiden van donderslagen, bliksemflitsen en een aardbeving.
Jezus Christus loopt nu met het gouden wierookvat van het brandofferaltaar naar het gouden altaar (= het reukofferaltaar). Daar brengt Hij de gebeden van de vervolgde gelovigen bij God en die stijgen op voor Gods troon als aanklacht tegen hun wrede vervolgers. De wierook en de vurige kolen zijn op het altaar gelegd, dus is het gouden wierookvat nu leeg. Dan volgt een verrassende daad van de Engel (Jezus). Hij vult het gouden wierookvat met het vuur van het brandofferaltaar en werpt die op de aarde neer. Dat is verterend Goddelijk vuur, zoals in Ezechiël 10:2! Daarmee worden ook de vier winden van de aarde, die korte tijd door de vier ruiters werden vastgehouden, ten oordeel losgelaten (Openbaring 7:1). Het zijn verwoestende winden; tornado’s van categorie 5, die grote schade toebrengen aan de aarde en de zee (Openbaring 7:3), want ze worden door de hoge God zelf ontboden. Jesaja 24:19-20a (HSV) zegt het zo:
Scheuren, openscheuren zal de aarde, splijten, opensplijten zal de aarde, vervaarlijk wankelen zal de aarde, hevig waggelen zal de aarde, als een dronkaard.
En Jesaja 29:6 (HSV):
Door de HEERE van de legermachten zult u gestraft worden met donder, aardbeving en groot geluid, wervelwind, storm en de vlam van een verterend vuur.
________________________________________________________________________________________________
Excurs 3: De Tol van het Oordeel 1
Er is veel discussie onder theologen over wat het effect van de oordelen op de aardbevolking zal zijn. Dat sprake is van groot verlies aan mensenlevens, is duidelijk. Maar in welke orde van grootte dat is, varieert in schattingen van een derde tot ruim 90% van de aardbevolking. In de komende hoofdstukken zullen we op basis van de relevante teksten proberen in te schatten hoe groot de tol aan mensenlevens zal zijn. Dat is niet bedoeld om de nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om extra te benadrukken hoe zwaar de grote oordelen van God zullen zijn.
De Eerste Vier Zegels
Onder deze zegels ontstaat een wereldwijde hongersnood (Openbaring 6:6 – er wordt geen indicatie van het aantal slachtoffers gegeven) en het uitbreken van besmettelijke ziekten (Openbaring 6:8 – een vierde van de wereldbevolking sterft). Nemen we het effect van beide oordelen mee dan zal daarna hooguit 65% van de aardbevolking nog in leven zijn.
Het Zesde en Zevende Zegel
De oordelen van het zesde en het zevende zegel zijn voltrokken. Johannes geeft geen indicatie van het aantal slachtoffers, dus om een schatting te maken, moeten we afgaan op de gegevens van Openbaring 6:12-14, 7:1 en 8:5. De oordelen onder het zesde zegel veroorzaken zeer zware aardbevingen op aarde die bergketens verplaatsen; eilanden doen verdwijnen, terwijl nieuwe ontstaan. Daardoor ontstaan wereldwijd op grote schaal vulkanische activiteit en verwoestende tsunami’s. Onder het zevende zegel regent het verterend vuur op de aarde, waardoor overal branden ontstaan. Ook worden de winden losgelaten die (volgens I Koningen 19:11) bergen splijten en rotsen aan stukken breekt. Zeker 10% van de aardbevolking zal door die oordelen het leven laten. Er rest dan nog 65% minus ruim 10% = ongeveer 58%.
________________________________________________________________________________________________
Openbaring 8:6-13 De eerste Vier Bazuinen
Na de oordelen onder de zeven zegels van de boekrol van Gods toorn, gebied Jezus Christus de oordelen van de zeven bazuinen over de aarde. De uitwerking is verschrikkelijk. De verwoesting zal zo groot zijn dat openbaar vervoer, banken, energievoorziening, transportsystemen, etc. niet meer zullen functioneren.
Vers 6: De zeven hoge engelen die over de zeven bazuinen beschikten, maakten zichzelf gereed om op de bazuin te blazen.
In tegenstelling tot de zeven zegels die door Jezus werden ontsloten, worden de zeven bazuinen door de aartsengelen ten oordeel geblazen. Dat duidt directe betrokkenheid. Zij voeren de oordelen ook uit.
________________________________________________________________________________________________
Vers 7: De eerste hoge engel blies op de bazuin en er kwam een hagel van vuur vermengd met bloed en dat werd op de aarde neergeworpen. Toen verbrandde een derde deel, van de bomen en al de groene vegetatie.
Spreekt Johannes van echt bloed? Dat is mogelijk. Hij schrijft op wat hij waarneemt. De bloedvuurregen heeft een catastrofale gevolgen. Een derde van de vegetatie gaat in vlammen op. Zo ontstaan vuurstormen op grote schaal. Mede door de orkaanwinden (Openbaring 7:1) zal het vuur zich razendsnel verspreiden.
________________________________________________________________________________________________
Vers 8-9:
8 Een tweede hoge engel blies op de bazuin. Toen werd iets als een grote berg die vurig brandde in de zee geworpen en het derde deel van de zeeën werd bloed.
9 Een derde deel van de in de zee levende schepselen stierf en het derde deel van de schepen verging.
De grote berg is natuurlijk een meteoriet of planetoïde en die zal (gezien de gevolgen) toch minstens een doorsnee van een paar kilometer hebben. Dat betekent een enorme inslagkrater of, indien deze in diep water neerstort, een verwoestende tsunami. Gezien de vele schepen die vergaan (vers 9) is sprake van een zeer grote tsunami. De samenstelling van de meteoriet doet een derde van de wereldzeeën in bloed veranderen, dus sterft daar alle leven (vers 9).
We moeten de effecten van vers 7 en 8 combineren. Als een meteoriet met grote snelheid de dampkring binnenkomt, wordt deze roodgloeiend (een staart van vuur!). Door de hitte begint hij te ontbinden en ‘strooit’ dan ontelbare brokstukken rond. De hagel van vuur vermengd met bloed hangt daar wellicht mee samen, want behalve de grote berg, zal deze meteoriet grote hoeveelheden kleine fragmenten op de aarde laten regenen. Aangezien in beide gevallen het water als bloed kleurt, is het bijna zeker dat de twee rampzalige gebeurtenissen dezelfde oorsprong hebben. Het bloedrode water vergiftigt de zeeën, want een derde van alles wat leeft in de wereldzeeën sterft. Door de tsunami zinken duizenden schepen; het derde deel van alle schepen op de wereld.
________________________________________________________________________________________________
Vers 10-11 10 De derde engel blies op de bazuin. Toen viel een ster uit de hemel die brandde als een fakkel en zij viel op een derde deel van de rivieren, alsmede op de bronnen van die wateren.
11 De naam van die ster werd Alsem genoemd, omdat het derde deel van de wateren tot alsem was geworden. Veel mensen stierven vanwege dat water, omdat het bitter was geworden.
Ook hier is kennelijk sprake van een meteoriet of planetoïde – een tweede –, wellicht wat kleiner dan die in vers 8. Deze valt op het land en slaat een enorme krater. Door de inslag worden grote hoeveelheden materiaal de atmosfeer in geblazen die daarna weer neerslaan op het land en een derde deel van de rivieren en bronnen giftig maakt.
________________________________________________________________________________________________
Vers 12: De vierde engel blies op de bazuin en een derde deel van de zon werd aangetast evenals het derde deel van de maan en van de sterren, zodat het derde deel (van hun licht) verduisterd werd en een derde deel van het daglicht niet verscheen en van de nacht evenzo.
De inslagen van de meteorieten brengen grote hoeveelheden stof in de atmosfeer. Dat zal het licht van zon, maan en sterren sterk temperen. In het begin zal het zelfs halfdonker zijn en dat zal een groot deel van de aarde in woestenij veranderen. De vele branden zullen de atmosfeer verpesten waardoor zelfs ademhalen moeilijker wordt. Oogsten mislukken, waardoor een wereldwijde hongersnood ontstaat.
________________________________________________________________________________________________
Excurs 4: Zon en Maan Verduisterd
De verduistering van zon, maan en sterren wordt op meerdere plaatsen in de Bijbel voorzegd. Daar leren we uit dat de Grote Verdrukking geen nieuw feit is, maar dat de oordelen van God (die we vooral in de profetenboeken vinden) altijd al op de achtergrond meegespeeld hebben. Ze vormen een onverbrekelijk onderdeel van de Raad Gods; Gods plan met de mensheid tot het eind der tijden. We geven enige voorbeelden:
Joël 2:10b en 11 (HSV):
Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren trekken hun licht in. En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, want Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt. Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen?
Joël 3:14b-16 (HSV):
Want de dag van de HEERE is nabij in het dal van de dorsslede. Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken. De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven.
Jesaja 13:9-11a (HSV):
Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen. Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen. Ik zal de wereld haar slechtheid vergelden, en de goddelozen hun ongerechtigheid.
Mattheüs 24:29 (HSV):
En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.
Zie ook: Jesaja 30:26-27, Ezechiël 32:7, Amos 5:18, Joël 2:31, Zefanja 1:15, Markus 13:24, Lukas 21:25.
________________________________________________________________________________________________
Vers 13: Ik was nog steeds in het visioen, toen ik iemand als een adelaar hoorde die hoog aan de hemel vloog. Hij riep met luide stem: Wee! Wee! Wee hen die op de aarde wonen vanwege de resterende bazuinstoten die de drie engelen zullen gaan blazen.
Sprekende adelaars kennen we niet in de Bijbel. Wel Cherubs die er als een adelaar uitzien (Openbaring 4:7). Luid roept de Cherub zijn boodschap over de aarde: Wee! Wee! Wee. Moeten we dat letterlijk nemen? Dat denk ik wel. Deze adelaar-Cherub functioneert in Openbaring als de ‘spreekbuis van God’. Hij confronteert de mensheid met de vreselijke gevolgen van hun opstand tegen de hoge God én geeft aan dat de oordelen nog lang niet afgelopen zijn. Het wordt nog erger. Driemaal ‘wee’, ook dat nemen we letterlijk. Want Openbaring 9:12 zegt: Het eerste wee is voorbijgegaan. Zie! er komen nog twee weeën.
Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:
De Openbaring van Jezus Christus door GertA. van de Weerd.
Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

