Aflevering 11: Openbaring 9

Openbaring 9

De eerste vier bazuinen brachten door God bevolen oordelen over de aarde die een natuurlijke oorzaak hadden, hoewel ze qua zwaarte uitzonderlijk zijn. Dat verandert nu, want onder de vijfde en zesde bazuin worden demonische machten op de aarde losgelaten.

Ter overdenking

Wie wel eens andere verklaringen van Openbaring raadpleegt, zal het wellicht opgevallen zijn dat daarin vaak verwezen wordt naar allerlei Schriftplaatsen waar Johannes door beïnvloed zou zijn. Velen beweren in vers 8-9 (tanden als die van leeuwen) dat Johannes deze woorden uit Joël 1:6 overgenomen heeft en dat in vers 9 (het geluid van hun vleugels) Joël 2:5 als bron gebruikt is 2). Zo zegt de theoloog Aune: Joël 2:4-9 vergelijkt een zwerm sprinkhanen met een plunderend leger en het is duidelijk dat Johannes Openbaring 9:7-10 modelleerde naar deze passage. Maar ook Keener: De specifieke beschrijving van deze sprinkhanen, stamt uit het boek Joël. En Caird spreekt in zijn verklaring van de verzen 15-19 van een apocalyptische traditie die we kunnen herleiden naar zijn bron in Ezechiëls profetie van de invasie van Gog uit het land van Magog (Ezechiël 38-39). Veel verklaringen wemelen van dit soort opmerkingen. 
Ze komen voort uit puur ongeloof. Voor de meeste verklaarders schrijft Johannes dus voor eigen rekening; put hij uit eigen fantasie of speelt leentjebuur bij andere Bijbelgedeelten of uit apocriefe geschriften. Daarmee wordt het Goddelijk element uit Openbaring verwijderd. De overweging dat Johannes helemaal geen eigen inbreng heeft, maar nauwgezet de woorden van Jezus Christus notuleert en echte beelden die God hem in een visioen toont beschrijft, wordt door hen hautain van de hand gewezen. Dan zou Johannes 
immers de toekomst zien en zijn verslaggeving tal van wonderen bevatten. Welnu, dat is precies wat Johannes overkomt. In deze verklaring zult u dergelijke verwijzingen niet vinden. Wij nemen de woorden die Johannes opschreef, voor waar aan. Vandaar dat we zo nauwgezet de Griekse grondtekst volgen.


Vers 1a: De vijfde engel blies op de bazuin. Toen zag ik in het visioen een ster die uit de hemel op de aarde was gevallen.

Johannes ziet een ster uit de hemel vallen. Het is Satan zoals Jezus getuigt (Lucas 10:18HSV): 


Hij (Jezus) zei tegen hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.


In Lucas 10:18 getuigt dezelfde Jezus die Johannes het boek Openbaring heeft gegeven (1:1), dus moet dit wel dezelfde gebeurtenis beschrijven, anders had de Heer Jezus Johannes wel een aanvullende verklaring gegeven.
1) Dat Johannes zowel in een meteoriet als in een persoon (Satan) een vallende ster ziet, is simpel te verklaren. Sommige hemelse identiteiten worden beschreven als vurige of lichtende verschijningen. Dus wordt hun val uit de hemel qua verschijnsel verslagen als van die een meteoriet die de dampkring binnendringt.
2) Sterren stellen vaker belangrijke machten, heersers of engelen voor in de Bijbel, zoals in Numeri 24:17 / Richteren 5:20 / Job 38:7 / Jesaja 14:12 / Daniël 8:10 / Openbaring 1:20 / etc.
Vers 1a spreekt over het moment, waarop Satan uit de engelenhemel wordt verbannen (Openbaring 12:7-9). Let wel: Dit is heden nog niet gebeurd. Aanleiding is de bouw van het Beeld van het Beest door de Antichrist (op last van Satan). Daar spreekt Jezus over in Mattheüs 24:15 en 16 (HSV): Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting (het Beeld van het Beest), waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats (de tempel) laat hij die het leest, daarop letten! laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.
In dat beeld zal een demonische geest varen, waardoor het zelfs kan spreken. De Antichrist zal eenieder verplichten om het ‘getal van het beest’ aan te nemen 666. Wie dat doet levert zich over aan Satan. De oproep van Jezus om te vluchten is de laatste kans om daaraan te ontsnappen. De oprichting van het Beeld van het Beest en de satanisering van de wereld zijn een oorlogsverklaring van Satan aan God

Met het Beeld van het Beest ‘schept’ Satan nieuw leven. Demonisch leven, dat wel. Ingrijpen in de scheppingsorde is verboden, want dat is het exclusieve terrein van de Allerhoogste. Tweede grote zonde is dat Satan de gehele wereldbevolking aan zijn persoon wil binden door mensen te verplichten het getal van het beest aan te nemen 666. Daarmee wordt de mensheid feitelijk vijand van God. Een eerste reactie komt echter niet van God zelf. Het is de aartsengel Michael en zijn engelen die Satan en zijn eigen 
engelen (demonen) aanvallen; Openbaring 12:7-9 (HSV):
7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de
draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.
De oorlog in de hemel wordt gewonnen door de aartsengel Michaël en zijn gevolg. Satan en trawanten worden definitief uit de engelenhemel verbannen. De oorlog verplaatst zich daarna naar de aarde. De zeven aartsengelen en Jezus Christus worden daarom naar de aarde gezonden, zoals in voorgaande hoofdstukken al is besproken. Het is als de invasie in Normandië, in 1944. De Nederlaag van Satan staat vast, evenals de nederlaag van Nazi-Duitsland toen al vaststond. Het bezette gebied moest echter nog wel veroverd worden. Dat geldt ook de aarde, waar Satan nog steeds ‘overste van deze wereld’ is. En in die  laatste periode gaat Satan rond als een brullende leeuw, zoals Openbaring 12:12 (HSV) getuigt:
Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar  u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.


Vers 1b: Hem (Satan) was de sleutel van de bodemloze put van de Abyssus gegeven.


De Abyssus is een afgesloten onderdeel van Sheol de dodenwereld. Het is gevangenis voor demonen; een plaats die zij vrezen (Lucas 8:31). De uitdrukking ‘was gegeven duidt op een gebeurtenis in het verleden. Waarschijnlijk moeten we terug gaan de tijd voor Adam en Eva.

Satan is heer van de dodenwereld 1). Zijn gezag niet absoluut, want volgens Openbaring 1:18 heeft ook Jezus Christus de sleutels van het dodenrijk. Dat maakt Hem echter nog geen ‘heer over het dodenrijk’.
In de Abyssus verblijven legioenen demonen. Die hebben heden geen toegang tot de aarde kennelijk heeft God Satan ooit een verbod opgelegd om die demonen te bevrijden. Dat verbod wordt nu genegeerd.
Deze daad van Satan kan niet los gezien worden van de Oorlogsverklaring van Satan. Het heeft iets van en ‘alles of niets offensief’ van Satan nadat hij een zware nederlaag tegen de aartsengel Michaël heeft geleden en uit de engelenhemel werd verbannen.
1) We moeten niet de fout maken zelf in detail te willen invullen wat er ooit gebeurd zou kunnen zijn. De Bijbel geeft hier geen bericht over. Wel kunnen we zeggen dat het logisch is dat Satan Heer over het dodenrijk is. Dat rijk is immers onlosmakelijk met de aarde verbonden en tevens een gevolg van de zondeval waardoor de dood ontstond. Het beheer daarvan vloeit dus voort uit Satans mandaat over de aarde.
Vers 2-3: 2 Hij (Satan) opende de bodemloze put van de Abyssus. Toen steeg rook op uit die diepe put gelijk rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd vanwege de rook uit de bodemloze put. 3 Uit de rook kwamen sprinkhanen tevoorschijn die naar de aarde toegingen. Er was hen een afschrikwekkende macht gegeven, zoals schorpioenen van deze aarde (mensen) afschrikken.

Er is een doorgang tussen de aarde en de Abyssus die heden gesloten is. Als Satan die opent, stijgt er een zwarte kolom op als van rook; het is een wolk van demonen. De sprinkhanen (demonen) verschijnen op aarde vanuit achter de Eufraat (vers 14). Dat ligt dan het grote Babel, de hoofdstad van de Antichrist.

Vers 4a: Hen was gelast dat zij geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, noch aan enig gewas, noch aan enige boom;
Het gras, het gewas en de bomen waren in Openbaringen 8:7 al zwaar geteisterd. Het wordt de demonen verboden die nog meer schade toe te brengen. Door wie? Velen wijzen dan God aan als opdrachtgever. 
Onwaarschijnlijk, de hoge God maakt geen gebruik van de diensten van demonen. Het is Satan die dat gebod oplegt. Hij is het immers die de demonen vrijlaat. Hij is ook de heer van deze wereld nog wel dus de schade die de oordelen van God aan ‘zijn aarde’ hebben toegebracht hem zeker niet welgevallig zijn. Een ‘verdere verwoesting’ van de aarde door de sprinkhaandemonen ook niet.


Vers 4b: echter wel aan die mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben.


Veel verklaarders vinden het ironisch dat de sprinkhaandemonen (die door Satan op de mensheid zijn losgelaten) de volgers van de Antichrist (die eveneens Satan dienen) aanvallen. Echter, dat is helemaal niet ironisch. Het geeft slechts op ontluisterende wijze weer hoe het pure kwaad functioneert. Satans doel is niet om mensen ter wille te zijn, maar om hen te kwellen. Zijn ‘finest hours’ zijn die periodes in de geschiedenis waar mensen elkaar afslachten; liefst in de naam van God. Het is zijn natuur!


De sprinkhaandemonen waren oorspronkelijk engelen die Satan volgden toen hij tegen God rebelleerde. Ze zijn dus principieel destructief van aard, vandaar dat ze (nu ze losgelaten zijn) zoeken om, wat dan ook, te kwellen of te verwoesten. Satan geeft hen de mensheid (daar zijn er nog genoeg van), echter met uitzondering van hen die het zegel van God (Jahweh) op hun voorhoofd hebben. Dat zegel gaat kennelijk
boven de macht van Satan en zijn trawanten.

Vers 5-6: 5 Het was hun niet gegeven hen zelf te vermoorden; echter wel dat zij vijf maanden lang gemarteld zouden worden, zoals een mens pijn lijdt die door een schorpioen gestoken wordt. 6) En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken, maar die niet vinden. Dan zullen zij verlangen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten. zoals een mens pijn lijdt die door een schorpioen gestoken wordt, vijf maanden lang.

Dit moet je zorgvuldig lezen. Er staat in feite dat de sprinkhaandemonen mensen zo gruwelijk martelen dat deze uit wanhoop zelfmoord willen plegen. Toch wordt de dood die dan als een verlossing wordt gezien hun onthouden. Er staat niet door wie. Wellicht ligt ook dat in de macht van de demonen.
Het gif van schorpioenen veroorzaakt vreselijke pijnen en verlamming. De slachtoffers van de sprinkhaan demonen raken verlamd, maar blijven bij bewustzijn en ondergaan zo helse pijnen. Vijf maanden is 150 dagen. Dat was de duur van de zondvloed (ook een oordeel). Meer kunnen we er niet over zeggen.

Martelt God?

Wat in vers 5 en 6 beschreven wordt, is de meest gruwelijke manier van marteling die maar bedacht kan worden. Dat een dergelijke satanische kwelling door God zelf bevolen wordt, zoals zo velen verklaren, druist in tegen heel mijn kennis van Gods handelen. Het staat er ook niet. Nergens in de Bijbel wordt de Allerhoogste omschreven als Iemand die martelt.

O ja ik weet het, God kan zondaren doden en in de Grote Verdrukking gebeurt dat op grote schaal. Maar dat is onderdeel van een oorlog van Satan en de mensheid tegen God. In de tijdperken daarvoor kwam dat maar sporadisch voor. In die gevallen stuurde God bijvoorbeeld een verterend vuur een onmiddellijke executie, zeker geen marteling (Genesis 19:24 en 2 Koningen 1) of liet de Hoogheilige zware zondaren door de aarde verzwelgen (Numeri 16:31-33).

De oordelen die God in de Grote Verdrukking zendt, zijn ook executies een onvermijdelijk gevolg van de opstand van de mensheid tegen de Allerhoogste. Het initiatief daarvoor wordt echter door de mens genomen die, samen met Satan, een beslissende confrontatie forceert die niet anders dan de dood van de ‘satanisten’ als resultaat kan hebben. Echter nergens is sprake van een vooropgezet systeem om mensen 
maandenlang te martelen. Dat doen de dienaren van Satan. God vindt geen vreugde in de ellende van de mens; Satan wel, want die is niet tot mededogen in staat.


Vers 7-8: 7) De gedaanten van de sprinkhanen waren ongeveer van dezelfde grootte als paarden toegerust voor de oorlog. Op hun koppen was iets dat leek op goudkleurige kronen en hun gezichten waren als het gelaat van mensen. 8) Ook hadden zij lang haar zoals het haar van een vrouw en hun tanden waren als die van leeuwen. 9) Zij hadden een borstharnas als een kuras van ijzer en het geluid van hun vleugels was als het geluid van talloze strijdwagens met paarden die snel optrekken, de oorlog tegemoet. 10) Zij hebben een staart zoals schorpioenen en er zaten angels aan hun staarten. Zij hadden de macht om naar willekeur de mensen vijf maanden te teisteren.

De sprinkhaandemonen worden omschreven als toegerust voor oorlog. Dat sluit uit dat zo klein als echte sprinkhanen zijn. Ze hebben lang haar als van een vrouw, een menselijk gelaat, tanden als een leeuw en maken lawaai als strijdwagens die optrekken voor de slag. Ze zijn zo groot als paarden. 


Kennelijk zijn de sprinkhaandemonen onkwetsbaar en kunnen mensen zich niet tegen hen verdedigen.
Afschuwelijke wezens zo groot als een paard en een insect achtig uiterlijk, staarten als van een schorpioen, voorzien van menselijke gezichten, lang haar op hun koppen, tanden als die van een leeuw, een gepantserd bovenlichaam, en voorzien van vleugels, waarmee ze een hels lawaai maken. Johannes beschrijft wezens die uit een nachtmerrie lijken te zijn weggelopen. Dit hellewezen is een perversie van door God geschapen creaturen: mens, dier, vogel en insect; het zijn duivelse demonen die een mens nooit eerder ontmoette. Nergens staat dat deze demonen gedood kunnen worden; ze zijn onkwetsbaar. Dat maakt het opgeroepen beeld nog indringender. Want deze wezens zullen vijf maanden lang willekeurig gekozen mensen zo erg martelen dat deze bewust de dood zoeken, maar die niet vinden.

Vers 11: Ook is er over hen een koning die de hoge engel van de Abyssus is. Zijn naam is in het Hebreeuws: Abaddon en in het Grieks: Apollyon.

De sprinkhaandemonen worden aangevoerd door een koning die Abaddon en Apollyon heet. Beide woorden betekenen: verwoester. Hij is Satan niet; wel een hoge dienaar van hem. Het is bijzonder dat de naam van de engel van de Abyssus zowel in het Hebreeuws (dus aan Israël) als in het Grieks (aan de volken) gegeven wordt.


Vers 12 : Het eerste wee is voorbijgegaan. Zie! er komen nog twee weeën.

De Cherub riep driemaal: wee! Er zijn er nog twee te gaan.


Vers 13-14: 13) Daarna blies de zesde engel op de bazuin. En ik hoorde een unieke stem die klonk vanuit de vier horens van het gouden altaar voor het aangezicht van God 14) die de zesde engel met de bazuin opdroeg: Laat de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat. 

Hij die spreekt is Jezus Christus, want Hij stond bij het reukofferaltaar. De vier engelen zijn afgevallen aartsengelen. Vóór de opstand van Satan en zijn medestanders tegen God (nog vóór Adam en Eva) dienden twaalf aartsengelen de hoge God. Een derde deel van die twaalf volgde Satan. Dat zijn er dus vier die net als Satan (de vijfde) tegen God opstonden (de Zeven bleven Jahweh trouw). De val van de vier wordt in Openbaring 12:4 beschreven:

Met zijn staart (Openbaring 12:3, de draak = Satan) sleepte hij een derde van de sterren (= een derde van de twaalf aartsengelen) aan de hemel mee en smeet ze op de aarde (een derde van twaalf = vier!).

Die vier gevallen aartsengelen vinden we in Judas:6 terug:

En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde
bewaring gesteld.

De gevallen aartsengelen werden op Gods bevel opgesloten. Ook dat is ‘weerhouden’. Nu de aarde zich tegen God gekeerd heeft, vervalt de Goddelijke bescherming en laat God laat ze vrij.


De grote rivier; de Eufraat is de plaats, waar de bodemloze put van de Abyssus geopend wordt. Dit is waarschijnlijk een nadere aanduiding voor de plaats, waar de bodemloze put van de Abyssus de schacht naar de Abyssus geopend zal worden. Velen wijzen dan naar Babel in de Eindtijd en dat woord betekent poort naar god). Anderen zien het als een afgeleide van
בָּבָּה (babah = oogappel, pupil) dat soms ook een vorm van toegang of een toegangspoort uitbeeldt. In die betekenis is dat wellicht een verwijzing naar de plaats waar de schacht naar de Abyssus geopend wordt.

Vers 15: Toen werden de vier engelen losgelaten (op de aarde) die op elk uur van een dag, maand of jaar toebereid waren , alwaar zij het derde deel van de mensheid zouden doden.

Uit Judas:6 blijkt dat deze afgevallen aartsengelen dat zijn duivelen evenals Satan door God zelf in de Abyssus werden opgesloten (uiteraard tegen hun wil). Ook 2 Petrus 2:4 (HSV) getuigt daarvan:


Want als God de engelen die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar hen in de hel* geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden;
* Deze vertaling is niet juist. Er staat tartarōsas (= Tartarus). Dat is een andere naam voor Abyssus.
Vers 15b: die op elk uur van een dag, maand of jaar toebereid waren

De tekst getuigt dat deze duivelse aartsengelen permanent gereed stonden om uit te breken als zich een mogelijkheid voor zou doen. Boosaardigheid is hun drijfveer, evenals bij Satan; vijandschap jegens God.


Vers 15c: alwaar zij het derde deel van de mensheid zouden doden.


De demonische aartsengelen zijn geen overste van deze wereld, als Satan die daarom een maatschappij op ‘zijn aarde’ in stand zal willen houden, mits ingericht naar zijn smaak. Voor de vier duivelse aartsengelen zijn mensen schepselen van God; creaties van Hem die zij vrezen. Daarom doden zij.


Vers 16: Het getal van de legers, de bereden troepen, bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend; dat is het getal dat ik zelf gehoord heb.

Johannes duizelt het, want tweemaal tienduizend maal tienduizend; dat is 200 miljoen, wat in zijn tijd meer was dan de gehele bevolking van het Romeinse Rijk. Maar, hij heeft het goed gehoord en bevestigt dat met nadruk. Deze troepen behoren de vier gevallen engelen toe het zijn demonen (vers 17).


Is dit het leger van Gog uit Magog? Neen!

Sommigen verbinden Openbaring 9:16 met Ezechiël 38 en 39, waar gesproken wordt over het leger van Gog uit Magog dat aan het einde van de Grote Verdrukking Kanaän zal binnenvallen 1). In dat kader worden vaak China en India genoemd als de landen die een dergelijk leger op de been kunnen brengen 2). Echter, het leger van Gog trekt op tegen Jeruzalem. Dit leger zwermt uit over de gehele wereld.
Het leger van Gog is duidelijk een aards leger, menselijke soldaten met hun wapentuig. Dit leger is demonisch en komt uit de Abyssus. Ze zijn dus verschillend.

Vers 17: Aldus heb ik de paarden in het visioen gezien: Die daarop zaten beschikten over kurassen die vurig rood, blauwpurper en zwavelgeel waren. De koppen van de paarden waren als die van leeuwen en uit hun muilen braakten zij vuur; te weten giftige rook en verterend vuur.

De woorden vurig rood, blauwpurper en zwavelgeel zijn kleurverschijnselen van zeer heet vuur bij het smelten van metaal. Deze demonen stralen dus grote hitte uit.


Vers 18: Één van elke drie werd door het vuur gedood het derde deel van de mensen! , te weten door de giftige rook en het verterend vuur dat zij uit hun muilen wierpen.

Johannes herhaalt nog eens zijn vreselijke boodschap die verder voor zich spreekt. Het past ook bij zijn nauwgezette wijze van verslaggeving. Als zijn boodschap sterk afwijkt van het gewone, herhaalt hij die om goed duidelijk te maken dat wat hij zegt, inderdaad waar is. Want demonische wezens die als draken uit sprookjes vuur en zwavel uit hun muilen werpen, zijn toch wel hoogst ongewoon en angstaanjagend.


Vers 19: Hun werkelijke macht lag immers in hun muil en in hun staarten die op slangenkoppen leken. Ja, daarmee richtten zij groot onheil aan.

Ook hier is sprake van demonen met giftige staarten. Nu zijn het slangenkoppen. Echter in tegenstelling tot de demonische sprinkhanen, waarvan hun koning een hoge dienaar van Satan is, staan deze demonen niet onder zijn bevel. Deze hellewezens gehoorzamen de vier afgevallen aartsengelen en die hebben geen boodschap aan Satan, dus ook niet aan zijn bevel om geen mensen te doden.


Vers 20-21: 20) Die overgebleven waren van de mensen, die niet gedood waren door deze plagen opdat
zij de boze geesten en afgoden van goud, zilver, brons, steen of hout niet meer zouden aanbidden die noch zien, noch horen, noch rondlopen bekeerden zich niet van de werken van hun handen.
21) Evenmin braken zij met hun moordzucht, noch met hun zwarte magie, noch met hun seksuele uitspattingen, noch met hun roofzucht.


De aardbevolking is in dit stadium in de ban van Satan en zijn dienaren de Antichrist en de Valse Profeet. Het overgrote deel van de mensheid draagt het getal van het beest (666) en daarmee is de aarde Gode vijandig geworden. Toch blijft ook dan nog steeds de mogelijkheid tot bekering bestaan. Echter de binding met Satan dus de mensen die het zegel 666 reeds aanvaard hebben is onherroepelijk. Voor hen bestaat er geen weg terug. Zij zijn eigendom van Satan en daarom verdoemd. Hun gedrag is dan ook in overeenstemming met hun ‘nieuwe natuur’ moordzucht, zwarte magie, seksuele uitspattingen en roofzucht. Het zijn satanskinderen geworden.

Excurs: De Tol van het Oordeel 2

Zes van de Zeven Bazuinen oordelen van God zijn geblazen; met verschrikkelijke gevolgen die we nog eens in kaart brengen.
1. De oordelen onder de eerste bazuin (Openbaring 8:7) veroorzaken overal verwoestende vuurstormen op aarde die een hoge tol aan mensenlevens zullen eisen.
2. Onder de tweede bazuin stort een planetoïde op aarde neer, waardoor talloze kustgebieden door verwoestende tsunami’s worden weggevaagd.

3. De derde bazuin maakt een derde van de wateren op aarde giftig, waardoor heel veel mensen sterven.

4. Onder de vierde bazuin worden zon, maan en sterren verduisterd door rook en stof, waardoor oogsten mislukken.

5. De vijfde bazuin ontsluit de Abyssus waardoor demonensprinkhanen de aarde kunnen binnentrekken; echter zij doden niemand.

6. Onder de zesde bazuin worden de vier afgevallen aartsengelen losgelaten, met hun demonentroepen, en zij doden een derde van de dan nog in leven zijnde wereldbevolking.

Een Ruwe Schatting van het Aantal Slachtoffers:

Bazuin 1: - 15%. Bazuin 2: - 10%. Bazuin 3: - 15%. Bazuin 4: - 5%. Bazuin 5: - 0%. Bazuin 6: - 33⅓%.
Bij de vorige peiling was nog ongeveer 58% van de aardbevolking in leven.


Na de oordelen van de zesde bazuin is (bij benadering) niet meer dan 24% van de oorspronkelijke aardbevolking nog in leven.


_________________________________________________________________________________________


Dit is een uittreksel van de tekst van een serie van 26 Bijbelstudies op Family7 die d.v. vanaf begin april op televisie zullen worden

uitgezonden. Voor een uitgebreide bespreking verwijzen we naar: De Openbaring van Jezus Christus door GertA. van de Weerd.


Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.