Waar Staan We in de Tijd?
In Openbaring 10:7 wordt geprofeteerd dat de verborgenheid van God volbracht zal zijn als de zevende bazuin klinkt. Die zevende bazuin (Openbaring 11:15) luidt de laatste serie oordelen in (dat zijn de Zeven Schalen van de Gramschap). Die valt in de laatste maanden van de Grote Verdrukking (van zeven jaar). Aan het eind van de Grote Verdrukking vindt de wederkomst van Jezus Christus plaats.
Openbaring 11:1-2 zet een tweede tijdstip neer, ruim 3 jaar ervoor. Daar wordt gesproken over de ontheiliging van de Binnenste Voorhof van de tempel die het begin van de afgodendienst van het beeld van het Beest aangeeft. Daarmee vangt van de afgodendienst in de tempel aan en parallel daaraan wordt de verborgenheid van God volbracht.
De Verborgenheid van God
Dat betreft een onderdeel van de Raad Gods (Gods plan met de mensheid) dat nog onbekend is. Het is een intermezzo dat de oordelen tijdelijk (verklarend) onderbreekt en dat wordt nadrukkelijk aangekondigd in Openbaring 10:11 (U moet opnieuw profeteren). Die verborgenheid gaat over de volgende onderwerpen:
a. Het optreden van de twee getuigen (Openbaring 11) die de Tempel bewaken.
b. De profetie over de vrouw en de draak (Openbaring 12).
c. De profetie over het beest uit de zee en de aarde (Openbaring 13).
d. Het visioen van het Lam en de 144.000 verzegelden (Openbaring 14:1-5).
Pas na dit intermezzo gaat Openbaring verder met de beschrijving van de uitvoering van de oordelen van de zevende bazuin. Die worden De Zeven Schalen van de Gramschap genoemd.
Over welke Tempel Spreekt Openbaring 11:2?
Dat is de tempel van het Messiaanse Rijk. Wie de exegese van voorgaande hoofdstukken gelezen heeft, vond daar een ruime onderbouwing voor dit standpunt. Voordat de Grote Verdrukking aanbreekt, zal die tempel nog gebouwd moeten worden, want heden is er geen tempel meer. De profeet Ezechiël ontvangt daar een gedetailleerd bouwplan van. Echter daaraan ontbreken alle belangrijke hoogtematen. Die moeten dus eerst bepaald worden, voordat die tempel zelfs maar gebouwd kan worden. Ezechiël 43:11 spreekt daarover. We geven een directe vertaling uit de Hebreeuwse grondtekst:
Indien zij (het volk Israël) zich dan schamen over alles wat zij deden, zal de kennis over het ontwerp van het Huis (de tempel) en de juiste inrichting daarvoor; maar ook hun uitgangen en ingangen en het juiste bouwplan daarvan; en alle voorschriften en de gehele structuur ervan, alsmede hun gehele Thora, hén toebehoren! Schrijf dat nu op voor hun ogen, opdat zij getrouw mogen zijn betreffende het totale plan en dat zij al zijn wetten mogen volgen.
________________________________________________________________________________________________
Openbaring 10:11 en 11:1 11) Vervolgens zei Hij tot mij: Het is noodzakelijk dat gij opnieuw tegen vele volken, natiën, talen en koningen profeteert. 1 Mij (Johannes) is toen een rietstok overhandigd die op een staf leek, terwijl Hij zei: Sta op en beoordeel de tempel van de hoge God!
Hij is Jezus Christus en in gij worden alle profeten van het Oude Testament begrepen (dienstknechten – Openbaring 10:7). Jezus onthult dat de Raad Gods nog niet compleet is. De taak van de profeten is niet af, want de verborgenheid van God moet nog onthuld worden (Openbaring 10:7). De apostel Johannes wordt daarvoor aangewezen, want Jezus overhandigt hem een rietstaf en benoemt hem zó tot profeet.
Wat Moet Johannes Beoordelen?
De Tempel die het Heilige en het Heilige der Heiligen bevat en de Binnenste Voorhof, waar het brandofferaltaar staat. De opdracht aan Johannes heeft kennelijk de lading van: ‘Stel vast wat daar aan de hand is’.
________________________________________________________________________________________________
Vers 2: Wat betreft het altaar en die daar aanbidden – dus de binnenste voorhof van de tempel – laat die schoongeveegd worden. Die zal niet beoordeeld worden, want die is aan de heidenvolken gegeven die de heilige stad tweeënveertig maanden lang zullen vertrappen.
Wat Johannes ziet is het begin van de Babylonreligie; de afschuwelijke afgodendienst rond het beeld van het Beest dat in de Binnenste Voorhof door de Antichrist wordt opgericht. 2 Thessalonicenzen 2:3-4 HSV:
Want die dag (Grote Verdrukking) komt niet, tenzij eerst de (fout: afval) afscheiding* gekomen is en de mens van de wetteloosheid (de Antichrist), de zoon van het verderf, geopenbaard is, de tegenstander (Satan), die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.
* Deze vertaling is onjuist. Er staat afscheiding en dat duidt op de Opname van de Gemeente.
Die daar aanbidden zijn volgelingen van Satan, mensen die het getal van het Beest (666) hebben aangenomen. Daarmee wordt deze Voorhof op godslasterlijke wijze bezoedeld en dient die plaats schoongeveegd te worden, dus radicaal te worden gereinigd, anders kan de offerdienst aan God (als het Messiaanse Rijk begint) niet hervat worden. Daniël 8:11 (HSV) profeteert over dit moment:
Het steeds terugkerende offer werd aan Deze ontnomen en Zijn heilige woning neergeworpen.
Dit is een matige vertaling. Er staat in de grondtekst:
Ook werd Hem (= God) het dagelijks offer ontnomen en werd de plaats van het heiligdom (het gehele tempelcomplex) tot een lage staat gebracht (= godslasterlijk bezoedeld).
Dus niet alleen de Binnenste Voorhof wordt ontheiligd en vertrapt, ook het tempelgebouw zelf, hoewel indirect. Want deze afschuwelijke afgodendienst vindt plaats recht vóór de ingang van het Heilige dat naar het Heilige der Heiligen leidt. Die plaats noemde men ‘vóór het aangezicht van God’. De keuze om het afgodsbeeld op die plaats te bouwen is dan ook niet toevallig, maar een bewuste provocatie door de Antichrist, dus Satan, waarmee die zijn claim op de aarde nadrukkelijk bevestigt.
die de heilige stad tweeënveertig maanden lang zullen vertrappen.
De heilige stad is Jeruzalem. In de tweede helft van de Grote Verdrukking zal de Antichrist vanuit Babel en Jeruzalem regeren. In Jeruzalem zal het centrum van de Babylonreligie gevestigd worden. Vandaar dat het woord vertrappen zowel op het tempelterrein als op Jeruzalem duidt.
Na de Opname van de Gemeente komt de Antichrist aan de macht. Daarmee beginnen de zeven jaar van de Grote Verdrukking. Aanvankelijk zal de Antichrist als de Messias worden gezien; een geweldenaar die de wereld komt verlossen van een wereldwijde crisis, maar waardoor hij ook dictatoriale macht verwerft. Hij zal wellicht in het begin goede maatregelen nemen en de wereldvrede bevorderen door een verbond met Israël te sluiten. Pas als de eerste drieënhalf jaar ten einde lopen, werpt hij zijn masker af. Dan besluit hij – gedreven door zijn meester, Satan – een beeld van het Beest op te richten in de tempel (Openbaring 13:11-18). Daarmee wordt het verbond met Israël verbroken. Ook Daniël 9:27 en 12:11 spreekt daarover:
Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen.
Met het steeds terugkerende offer wordt het morgenoffer en het avondoffer bedoeld en die symboliseren de gehele dagelijkse offerdienst. Als de Antichrist besluit een afgodsbeeld in de tempel te Jeruzalem op te richten, beseffen de Joodse priesters die dienst doen in de tempel dat de Antichrist de beloofde Messias niet is, iets waar ze vast in geloofden. Dan dringt tot hen door dat in de Binnenste Voorhof een gruwelijke afgodendienst wordt voorbereid. De priesters zullen onmiddellijk de offerdienst staken en zo wordt het steeds terugkerende offer weggenomen. Over dit keerpunt in de relatie tussen de Antichrist en Israël spreekt Jesaja 33:7-16. Helaas wordt daar gewoonlijk gebrekkig vertaald 1). Er staat in de grondtekst:
Zie, daarbuiten schreeuwen de mannen A) van de Ariël B) het uit; de Engelen van de Shalom C) wenen bitter; de opgangen (naar Sion) wekken ontzetting D).
A) De priesters van Aäron – Kohanim genaamd. Heden worden ze al opgeleid!
B) De Ariel is de plaats van het constant brandende Goddelijke vuur van het brandofferaltaar).
C) De zeven aartsengelen die Jahweh trouw gebleven zijn.
D) De toegangen tot de tempel die bevolkt worden door aanbidders van het beeld van het Beest.
Zo schetst de profeet Jesaja tot in het detail wat er gebeuren gaat, vele eeuwen voordat het plaatsvindt. Hij ziet stromen satan aanbidders optrekken naar de tempel. Zelfs de aartsengelen zijn er ontzet over.
1) Wie de NBV-, NBG-, HSV- en Willibrordvertaling met elkaar vergelijkt, constateert grote verschillen. Men had kennelijk geen idee wat met de tekst werd gezegd. De Willibrordvertaling komt nog het dichts bij de Hebreeuwse grondtekst.
Waarom Beoordeelt Johannes ook de Tempel?
We dienen mee te nemen dat de offer- en tempeldienst als de vierde tempel voltooid is weer ingesteld wordt. Dat gebeurt door afstammelingen van hogepriester Aäron (Kohanim) – en die worden op dit moment in Israël opgeleid. Zij zullen de dienst in het Heilige en rond het brandofferaltaar verrichten tot het moment waarop het beeld van het Beest in de Binnenste Voorhof wordt opgericht. Pas dan zullen de priesters begrijpen dat de Antichrist de beloofde Messias niet is, maar een handlanger van Satan. Zij zullen de tempeldienst daarom beëindigen en de tempel verlaten, zoals Jesaja 33:7-10 getuigt. We herhalen vers 7 en voegen 8-10 toe. Ook nu geven we een directe vertaling uit de grondtekst 2):
7 Zie, daarbuiten schreeuwen de mannen van de Ariël A) het uit; de Engelen van de Shalom B) wenen bitter; de opgangen (naar Sion) wekken ontzetting C).
8 De Sabbat D) zal doorbreken, het pad verbrekende van het verbond dat veracht werd E). Zal een mens daar geen getuigenis van geven?
9 Het land rouwt en kwijnt weg. De Libanon beschaamt en verwelkt. De Saron is gelijk de Arabah geworden, Basan en de Karmel zijn leeggeschud F).
10 Nu zal Ik opstaan, zegt Jahweh; nu zal Ik verhoogd worden; nu zal Ik verheven worden! G)A Dat zijn de priesters die in de tempel dienst doen. B De zeven aartsengelen die God trouw bleven. C De toegangswegen tot het tempelterrein op de berg Sion. D Bedoeld wordt de wereldsabbat, het Messiaanse Rijk. E Het verachte verbond is het Sinaïtische Verbond dat verbroken werd. Dat wordt vervangen door Berit Olam: het Eeuwige Verbond. F Er wordt een beeld geschetst van de grote verwoestingen door de oordelen van God en het effect van een langdurige droogte, zoals in voorgaande hoofdstukken besproken is. G Met deze mededeling neemt God het besluit om de hoge hemel te verlaten en naar de aarde te gaan, waar Hij in de tempel trekt.
De Tempel Wordt Niet Ontheiligd
De Aäronitische priesters hebben het tempelterrein verlaten. Tot dat moment is de tempel zelf nog niet bezoedeld door de Antichrist; de Binnenste Voorhof wel. Vandaar dat geen negatief oordeel over het tempelgebouw wordt gegeven in Openbaring 11:1-2, wel over de Binnenste Voorhof. Met het wegtrekken van de priesters vervalt de bescherming van het tempelgebouw. De twee getuigen nemen die over.
Waar Staat dat Afgodsbeeld? Daar spreekt Daniël 9:27 over. De HSV geeft hier een gebrekkige vertaling, dus gaan we over naar een directe vertaling uit de grondtekst:
Op een pinakel zal een afschuwelijks iets zijn (of Gruwel der verwoesting), dat verwoesting veroorzaakt.
Dat was eerder gebeurd toen Antiochus IV Epiphanus een beeld van Baäl Hasjamaïm in de Binnenste Voorhof van de tempel liet plaatsen (168 v.Chr.). Dat beeld werd boven op het brandofferaltaar geplaatst. Hier wordt het beeld op een pinakel (poortgebouw) van de Binnenste Voorhof gebouwd en blijft het brandofferaltaar gewoon in gebruik, echter dan om aan deze afgod te offeren.
________________________________________________________________________________________________
Vers 3a: Daarom is het de twee getuigen van Mij gegeven
De twee getuigen zijn Mozes en Elia. Dit vers wordt gewoonlijk slecht gelezen. Want het ‘getuigen zijn’ van de twee wordt vrijwel altijd betrokken op hun profetische taak, maar dat staat er niet. Die wijst op wat anders, waar we nog op terug komen. Er staat: de twee getuigen van Mij (= van de hoge God). Getuige waarvan? Van de verheerlijking van Jezus op de berg natuurlijk; Mattheüs 17:1 en 2 (HSV):
2 En Hij (Jezus Christus) werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.
3 En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.
Waarover Spraken Zij? Mozes en Elia waren getuige van de hemelse verschijning van Jezus Christus op de berg Tabor. Wat bespraken zij daar? Lucas 9:31 (HSV) rapporteert ons dat:
Zij (Jezus, Mozes en Elia) verschenen in heerlijkheid en spraken over Zijn heengaan A) én over wat B) Hij zou volbrengen in Jeruzalem.
Ze spraken dus over twee onderwerpen: Over Zijn dood en opstanding en Over het volbrengen van Zijn taak in Jeruzalem en dat kan niet anders als Zijn verheffing tot Koning over het Messiaanse Rijk zijn.
Vers 3b: dat zij twaalfhonderdzestig dagen in zakken gehuld zullen profeteren.
De twee getuigen komen om drie taken te vervullen: 1. Om rouw te bedrijven vanwege deze lasterlijke daad tegen God. 2. Om de Antichrist de toegang te versperren en te voorkomen dat de tempel ontheiligd wordt. 3. Om de profetie van Maleachi 4:5-6 te vervullen, (HSV):
5 Zie Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag.
6 Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.
De twee getuigen zullen twaalfhonderdzestig dagen profeteren en voor hen die hun prediking ter harte nemen de vrede in hun harten herstellen, waardoor zij de weg tot God hervinden. Echter, de rest van de wereldbevolking blijft in de ban van Satan (uitgezonderd gelovigen die zwaar vervolgd zullen worden).d
Waarom nu juist deze periode? Omdat die gelijk is aan de periode waarin het beeld van het Beest in de Binnenste Voorhof wordt aanbeden. Al die tijd wordt dus het tempelgebouw bedreigd, want vóór de toegangsdeur van de tempel vindt een gruwelijke afgodendienst plaats. De twee getuigen bewaken de ingang van de tempel, opdat die ook niet door de Antichrist ontheiligd zou worden. Als de twee getuigen worden gedood en drieënhalve dag later opvaren naar de hemel, vervalt die ‘bewaking’ van de tempel. De hoge God zelf neemt die dan over. Jesaja 4:5 (HSV) getuigt erover:
dan zal de HEERE over elke plaats op de berg Sion en over de samenkomsten ervan overdag een wolk scheppen en rook, en 's nachts een schijnsel van vlammend vuur; ja, over alles wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.
________________________________________________________________________________________________
Vers 4: Zij zijn de twee olijfbomen en de twee lampstandaards die voor het aangezicht van de hoge God van de aarde staan.
Veel verklaarders verwijzen hier naar Zacharia 4:3, 11 en 14 en dat is juist, want Openbaring 11:4 vormt de verklaring van die profetie. Maar Zacharia 4:13 (Grondtekst) vertelt ons nog wat meer:
Deze zijn twee zonen die met olie gezalfd zijn, om de HEERE van de ganse aarde te dienen.
De twee getuigen waren dus al eeuwen voordat Jezus Christus op aarde geboren werd aangewezen voor deze taak. Dat zegt ook Openbaring 11:3 Daarom is het de twee getuigen van Mij (= God) gegeven. Want het woord dōsō (is gegeven) duidt op een goddelijk besluit in het verleden.
De twee olijfbomen betekenen ‘bronnen van de Geest’ en als lampstandaards verspreiden zij een goddelijk licht in een volkomen verdorven wereld die dan grotendeels onder controle van de Antichrist staat, dus Satan.
De Twee Getuigen staan Vóór de Tempel
De twee getuigen staan voor het aangezicht (Grieks: enōpion) van de hoge God. Dat is een uitdrukking die vaak een plaatsbepaling is. Dat is hier ook het geval. De twee getuigen staan dus vóór het aangezicht van God en dat betreft de deur die naar het Heilige van de tempel in Jeruzalem leidt en die geeft weer toegang tot het Heilige der Heiligen. Zij versperren aldus de toegang tot het tempelgebouw en vormen zo een onneembare barrière voor de satanskinderen die in de Binnenste Voorhof hun liederlijke riten uitvoeren. God stuurt de twee getuigen om te voorkomen dat ook het tempelgebouw wordt verontreinigd.
________________________________________________________________________________________________
Vers 5: Indien iemand hen kwaad wil doen, gaat er Vuur uit van hun eigen mond en verteert hun vijanden. Want als wie dan ook hen kwaad wil doen, is het onvermijdelijk dat zij zó gedood worden.
De twee getuigen staan op het bordes vóór de monumentale deur van het Heilige van het tempelgebouw. Daar profeteren zij de boodschap van de liefde van God en Jezus Christus tot de mens in een liefdeloze wereld – het heilig evangelie dus. Wie de tempel wil binnengaan moet hen met geweld aan de kant zetten, dus kwaad doen, want zij gaan niet uit eigen beweging aan de kant. Zo voorkomen de twee getuigen dat het Heilige en Heilige der Heiligen ontheiligd wordt door de Antichrist en volgelingen! Deze getuigen werpen Vuur uit hun mond en zo verteren zij hun vijanden. Dat is geen gewoon vuur (vandaar de hoofdletter), maar verterend vuur, zoals het Vuur waarmee het brandofferaltaar werd ontstoken, toen de tempel van Salomo werd ingewijd. Het is dat Vuur, waarin de Satan, de Valse Profeet en de Antichrist worden geworpen na hun nederlaag (Openbaring 20:10). Dat verterende Vuur veroorzaakt de tweede dood, namelijk de dood van de geest.
Er is verschil van mening over de identiteit van twee getuigen. Wij kiezen op basis van de Schrift voor Mozes en Elia. In mijn boek wordt dat breed onderbouwd, maar dat is teveel tekst voor dit uittreksel.
________________________________________________________________________________________________
Vers 6a: Zij hebben macht gekregen opdat de hemel gesloten zou worden, zodat er geen regen zal vallen gedurende de dagen van hun eigen profetie.
De twee getuigen sluiten de hemel, waardoor een droogteperiode begint die tweeënveertig maanden zal duren (vers 3 = gedurende de dagen van hun eigen profetie). Ook dit is een oordeel. Zolang God gelasterd wordt door de gruwelijke afgodendienst van het beeld van het Beest –zal er geen regen meer vallen. De vraag rijst: Geldt die droogte de gehele aarde, zoals in vers 6b? Waarschijnlijk niet. Allereerst niet omdat sprake is van een locale godslastering vóór het aangezicht van Jahweh – dus vóór de ingang van het Heilige van de tempel. Ten tweede, omdat 6a en 6b twee verschillende profetieën zijn. Johannes is een precies verslaggever. Indien de droogte de gehele aarde zou treffen, had hij dat zeker verwoord.
Vers 6b: Ook hebben zij volmacht over de wateren om die zelf in bloed te veranderen en de aarde zal worden getroffen door alle mogelijke plagen, zo dikwijls zij dat willen.
Het woord strephein (te veranderen) is tegenwoordige tijd. De plagen waar de aarde door getroffen wordt, komen kennelijk voort uit de verontreinigde wateren die in bloed veranderd worden – logisch.
________________________________________________________________________________________________
Vers 7: Wanneer zij hun getuigenis volbracht zullen hebben, zal het Beest dat uit de Abyssus opsteeg, de strijd met hen aanbinden. Dan zal het overwinnen en hen doden.
Het Beest uit de Abyssus is hetzelfde als in Openbaring 9:11 en 13:11-18. Het is een hoge demon van Satan die opgesloten zat in de Abyssus en door hem bevrijd wordt (Openbaring 9:2). Als de vijfde bazuin klinkt (Openbaring 9:1) wordt Satan uit de engelenhemel verbannen en komt hij persoonlijk naar de aarde. Zijn eerste daad is om de bodemloze put van de Abyssus te openen (Openbaring 9:2). Daarmee laat Satan de sprinkhaandemonen los (Openbaring 9:3) evenals hun demonische koning die de naam Abaddon draagt (Grieks: Apollyon). Dat is ook het Beest in Openbaring 11:7 én Openbaring 13:11-18.
De Antichrist is een mens die aanvankelijk redelijke maatregelen neemt. Op een zeker moment vaart het pure kwaad in hem. Die bezetenheid is uit Satan en wordt hier getekend als het beest uit de Abyssus (de onderwereld) die bezit van hem neemt. In Openbaring 13 gaan we daar dieper op in.
Aan het einde van de periode van twaalfhonderdzestig dagen (vers 3) zal het Beest – Abaddon of Apollyon – de twee getuigen aanvallen. Dan zal het (Beest) overwinnen en hen doden. We zijn dan aangekomen in de laatste weken van de Grote Verdrukking.
________________________________________________________________________________________________
Vers 8: En hun lijken zullen op de hoofdstraat van de grote stad liggen (Jeruzalem) die in geestelijke zin Sodom en Egypte genoemd wordt, waar ook hun Heer gekruisigd is.
Met de oprichting van het Beeld van het Beest wordt Jeruzalem centrum wordt van een afschuwelijke afgodendienst die veel pelgrims zal trekken. Daarom getuigt Openbaring 11:2 dat de heilige stad vertrapt wordt door de heidenvolken (goddelozen, aanbidders van het beeld van het Beest, dus Satan). Een groot deel van de bevolking heeft dan de onvergeeflijke misdaad begaan het kwaad te verheerlijken en dat te omarmen. En daarom wordt Jeruzalem in geestelijke zin Sodom en Egypte genoemd.
Voor Johannes is het vertrappen van de tempel en Jeruzalem een schokkende ontheiliging. Daar zit een vorm van verdriet in, want hij herinnert de lezer er aan dat Jeruzalem al eerder een centrum van ontheiliging is geweest, toen hun Heer gekruisigd is.
Een Mediaspektakel – De lijken van de twee getuigen worden niet begraven. Ze worden publiekelijk opgebaard in de belangrijkste straat van Jeruzalem. Ongetwijfeld zal dit onverkwikkelijke schouwspel via tv en internet de gehele wereld overgaan. De Antichrist zal zijn overwinning breed uitmeten.
________________________________________________________________________________________________
Vers 9: Dan zullen mensen uit alle volken, stammen, talen en naties hun lijken gedurende drieënhalve dag gaan bekijken en zij zullen niet toelaten dat zij in graven worden gelegd.
Direct na de bekendmaking van de dood van de twee getuigen en het nieuws dat ze opgebaard zijn in de hoofdstraat van Jeruzalem, komt er een enorme stroom nieuwsgierige mensen op gang die de lijken komen bekijken. De toeloop is zelfs zo massaal dat de lijken niet begraven kunnen worden door de autoriteiten. Uiteraard worden de beelden van de massale toeloop wereldwijd uitgezonden via het internet en televisie. 24 uur per dag wordt de triomf van de Antichrist voor de gehele wereld in beeld gebracht – een mediaspektakel zonder weerga.
________________________________________________________________________________________________
Vers 10: Zij die op de aarde wonen zullen er heil in zien – ten koste van hen –, en zich vrolijk maken. Dan zullen zij elkaar geschenken sturen, omdat deze twee hoge profeten de inwoners van de aarde kwelden.
De tekst spreekt over Zij die op de aarde wonen – de wereldbevolking. Zijn dat allemaal satanskinderen, (mensen die het getal 666 dragen)? Velen wel, een minderheid niet; bijvoorbeeld mensen die ver van de bewoonde wereld leven (verre kustlanden genoemd) of individualisten die zich niet willen laten knechten, maar ook miljoenen gelovigen die ondergedoken zijn. De officiële wereld echter staat aan de kant van de Antichrist. Voor hen is de dood van de twee getuigen die hun idool – de Antichrist – weerstreefden een geschenk: Zij zullen er heil in zien – ten kostte van hen (= de twee getuigen). De wereld verkneutert zich over hun dood – en zich vrolijk maken. Logisch want het optreden van de twee getuigen en de oordelen hebben het vertrouwen in de Antichrist – hun Führer – zeker een knauw gegeven. Dat vertrouwen wordt door de dood van de twee getuigen hersteld en daarom stuurt men elkaar geschenken om dit te vieren.
________________________________________________________________________________________________
Vers 11: Toen, na drieënhalve dag, kwam een levensgeest uit de hoge God over hen en zij gingen op hun voeten staan. Daarop viel grote vrees op degenen die hen hadden aanschouwd.
Het mediaspektakel duurt drieënhalve dag. Een eindeloze stroom mensen defileert langs de twee lijken en er heerst een euforische stemming als bij carnaval. Televisiezenders doen 24 uur per dag wereldwijd verslag om de triomf van de Antichrist uit te dragen en dan… gaan de twee lijken op hun voeten staan. Ze komen tot leven! Geen wonder dat grote vrees op de aanwezigen en op kijkers wereldwijd valt. Uit de tekst blijkt dat men heel goed wist dat de twee getuigen van God gezonden waren. Voor het oog van de goddeloze wereld had Satan overwonnen, maar nu… – de twee getuigen leven weer.
________________________________________________________________________________________________
Vers 12: Toen hoorden men een luide stem uit de hemel die tot hen zei: Stijg op naar hier! En zij stegen op in de wolk naar de hemel en hun vijanden keken hen na.
Dan klinkt er een stem van Boven die iedereen hoort. Er wordt niet gezegd wie het is, maar de tekst spreekt over de twee getuigen van Mij (dat is Jahweh – Openbaring 11:3) dus klinkt hier de stem van God of van Jezus Christus die mede de uitvoerder van de oordelen is: Stijg op naar hier! De twee getuigen varen voor het oog van de gehele wereld ten hemel – op de wolk – en hun vijanden keken hen na.
________________________________________________________________________________________________
Vers 13: Op dat moment ontstond een zware aardbeving en een tiende deel van de stad stortte in. En door de aardbeving werden zevenduizend mensen van naam gedood. Toen werden zij die overbleven zeer bevreesd en zij gaven eer aan de hoge God in de hemel.
Na de spectaculaire hemelvaart van de twee getuigen volgt een zware aardbeving. De zevenduizend zijn belangrijke personen (van naam), leden van de regering en hoge ambtenaren van de Antichrist. De aard- beving treft dus vooral de regeringsgebouwen. Is er dan sprake van een selectief oordeel dat alleen de zevenduizend treft? Neen, Johannes spreekt ook van zij die overbleven. Er zullen veel meer slachtoffers vallen.
Het optreden van de twee getuigen, de reeds uitgevoerde oordelen, de dood van de twee getuigen en hun opstanding, waarmee de superioriteit van God over Satan wordt aangetoond, missen hun effect niet. De resterende bevolking van Jeruzalem is doodsbang geworden en de mensen beseffen dat zij geconfronteerd worden met de almacht van God. Dat brengt hen tot de erkenning dat Jahweh de macht heeft en daarom geven ze eer aan de hoge God in de hemel.
Is dit een bekering? Neen, slechts een onvermijdelijke constatering van wat de bewoners van Jeruzalem ervaren – Een erkenning die uit angst wordt geboren (zeer bevreesd). De bevolking van Jeruzalem (uitgezonderd de aanwezige gelovigen) erkent de superioriteit van God ‘tandenknarsend’.
________________________________________________________________________________________________
Vers 14: Het tweede wee is voorbijgegaan. Zie, het derde wee komt snel.
Met de hemelvaart van de twee getuigen is het tweede wee – ten einde. Waarom het woord wee? Omdat de geboorte van het Messiaanse Rijk aanstaande is. Romeinen 8:22 (HSV) zegt het zo: Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.
________________________________________________________________________________________________
Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:
De Openbaring van Jezus Christus door Gert A. van de Weerd.
Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

