Vers 1: De hoge engel: Aan de gemeente in Sardes. Dat geschreven zij: Zo spreekt Hij (Jezus) Die de geesten van de hoge God houdt, namelijk de zeven sterren.
De vijfde brief is gericht aan de gemeente van Sardes. De stad was eens de hoofdstad van Lydië, waar de legendarisch rijke koning Croesus regeerde. Toen Openbaring werd geschreven was Sardes in verval. De stad had een grote Joodse gemeenschap, waaruit de plaatselijke gemeente van Christus was ontstaan.
De aanhef van de brief is als van een heraut van een machtig koning, waarin de toekomstige glorie van Jezus doorklinkt. In Openbaring 1:4, 16, 20 en 2:1 wordt ook over de zeven geesten gesproken. Het zijn aartsengelen in dienst van Jezus Christus. Ze worden sterren genoemd, wat verwijst naar hun blinkende uiterlijk. Zij dragen iets mee van het goddelijk licht, omdat ze in de nabijheid van de hoge God vertoeven.
________________________________________________________________________________________
Vers 2: Ik ken de werken van u en dat u de reputatie hebt te leven, maar u bent dood. Waak op en versterk dat wat resteert van wat stervende is. Ik heb uw werken namelijk niet tot vervulling zien komen voor het aangezicht van de hoge God.
De gemeente wordt hard toegesproken, want het is nogal wat om door Jezus Christus – het hoofd van de Gemeente op aarde – ‘geestelijk dood’ verklaard te worden. Wordt er hoop op verbetering gegeven? Neen, Jezus raadt hen aan om dat wat resteert zo goed mogelijk te beheren in een stervende gemeente. In feite is dat een vorm van afstand nemen van de falende Gemeente. De goede voornemens uit de begintijd – uw werken – zijn in de uitvoering blijven steken. Die doelstellingen zijn niet tot vervulling gekomen.
________________________________________________________________________________________
Vers 3: Bedenk toch hoe gretig u dat hebt aangenomen, toen u nog luisterde. Houd daaraan vast en bekeer u! Indien u dan niet wakker wordt, zal Mijn komst voor u als die van een dief zijn, want u zult absoluut geen benul hebben op welk tijdstip Ik over u zal komen.
Weemoedig herinnert Jezus Sardes eraan hoe het eens was. De tijd van de eerste liefde, toen men het evangelie gretig aannam. Sardes wordt opgeroepen wakker te worden. Dat vereist een omwenteling: bekeer u! In deze gemeente is de kandelaar reeds weggenomen, dus de Heilige Geest. De gestorvenen van Sardis worden niet opgewekt als Jezus naar de aarde komt om zijn Gemeente op te halen. Die belofte geldt alleen hen die een levende relatie met Christus hadden en hebben – 1 Thessalonicenzen 4:14 (HSV):
Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.
Voor de leden van de gemeente van Sardis geldt Openbaring 20:5 (HSV):
Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.
Zij verschijnen voor rechterstoel van de hoge God – de grote Witte Troon (Openbaring 20:11-13).
________________________________________________________________________________________
Vers 4: Er zijn onder u slechts enkele Namen – dus in Sardes –, die hun klederen niet hebben bevlekt. Ook zij zullen, met Mij, in stralend wit wandelen, want zij zijn het waard!
Slechts enkele ware christenen zijn overgebleven. Deze woorden lees ik met huiver, want dit lezende kijk ik naar mijn eigen gemeente en vraagt ik me af: Zijn wij als Sardes? Zijn er in mijn gemeente ook slechts enkele Namen die hun klederen niet hebben bevlekt? Jezus spreekt beeldend maar o zo duidelijk. Lauwe christenen hebben zich bevlekt – worden als onrein beschouwd door Jezus Christus en aldus afgewezen.
De ware gelovigen worden omschreven met Namen (het zijn slechts enkele mensen). Daarmee wordt de nieuwe Naam op de witte kiezelsteen bedoeld (Openbaring 2:17) die de ware gelovigen zullen ontvangen; de geheime naam die de ware christen verbindt met haar/zijn Heer: Jezus Christus. Die naam garandeert hun Zaligheid, vandaar dat zij in stralend wit met Hem mogen wandelen.
________________________________________________________________________________________
Vers 5: Wie overwint zal op dezelfde wijze in blinkend witte gewaden gekleed worden. Ook zal Ik zijn naam geenszins wissen uit het Boek des Levens. Want Ik zal zijn Ware Naam belijden voor het aangezicht van Mijn Vader en voor het aangezicht van de hoge engelen.
Wie overwint – de belofte van vers 4 geldt elke ware christen van alle tijden.
Gewist worden uit het Boek des Levens betekent verloren gaan. Dat gebeurt als de doden worden opgewekt en God vanaf Zijn grote witte troon de individuele mens oordeelt, wat aan het eind der tijden plaatsvindt; het laatste oordeel genaamd. Maar er staat nog meer in vers 5. Jezus Christus zal de Ware Naam van de gelovige belijden voor het aangezicht van Zijn Vader. Dat betekent dat die persoon ingeschreven staat in het boek des Levens van het Lam (= Christus). Zij komen op voorspraak van de Heer Jezus niet in het oordeel, want ze zijn van Hem en Christus heeft het oordeel reeds ondergaan, dus daarmee ook iedereen die aan Zijn lichaam is toegevoegd – de Gemeente van Christus.
________________________________________________________________________________________
Vers 6: Wie het oor heeft, moet luisteren naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt.
Deze vermaning klinkt nu voor de vijfde maal. Een dergelijke wijze van benadrukking is uitzonderlijk in de Bijbel. De vraag mag en moet gesteld worden: Spreekt de Heilige Geest nog in uw kerk?
________________________________________________________________________________________
Vers 7: De hoge engel: Aan de gemeente in Filadelfia. Dat geschreven zij: Zo spreekt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel die van David was, beheert; Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent.
Filadelfia werd in 17 na Christus door een aardbeving verwoest. Keizer Tiberius zond hulp en liet de stad herbouwen. Als dank werd de naam veranderd in Neocaesarea (Nieuw Caesar). Dat desondanks het boek Openbaring de oude naam gebruikt – Filadelfia – geeft aan dat de betekenis van die naam (broederliefde) een belangrijke rol speelt in deze brief.
De sleutel van David verwijst naar Jesaja 22:22 waar het moment beschreven wordt dat Jezus Christus die sleutel van God ontvangt. Deze sleutel geeft Hem macht om het koningschap van het huis van David te herstellen (Jesaja 22:21). Niet direct – er staat dat Jezus de sleutel van David beheert! Het wachten is nog op de volheid der heidenen, het einde van het Noachitische Verbond en de Grote Verdrukking. Als die onderdelen van de Raad Gods vervuld zijn, kan Jezus zijn koningschap aanvaarden. Dat gebeurt pas na zijn wederkomst op de Olijfberg (Zacharia 14:4), want dan neemt de Heer Jezus de beslissing wanneer de aanvaarding van Zijn koningschap plaatsvindt. En dan kan ook het duizendjarig vrederijk beginnen.
Die sleutel geeft koning David en zijn nakomelingen ook het recht op het koningschap over Israël in Gods naam. 2 Samuël 7:16 (HSV) spreekt daarover:
Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.
________________________________________________________________________________________
Excurs: De Sleutel van het Huis van David
Openbaring 3:7b verwijst naar Jesaja 22:22 (HSV), waar gezegd wordt dat Jezus die sleutel ontvangt:
Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen. Als hij opendoet, zal niemand sluiten. Als hij sluit, zal niemand opendoen.
Jesaja 22 is een omstreden hoofdstuk. Het spreekt over de Eindtijd, maar velen zien dat niet en komen tot heel andere vertalingen en verklaringen. Aangezien Openbaring naar dit hoofdstuk verwijst is het nodig daar dieper op in te gaan, want Jesaja geeft antwoord op belangrijke vragen. We geven daarom een directe vertaling uit de grondtekst. We beginnen met Jesaja 22:19, Grondtekst:
Ik (God) zal u uit uw ambt zetten en Hij (Christus) zal u (Satan) van uw positie verdrijven.
In vers 19 ziet Jesaja tot in de Eindtijd. Hij doet daar verslag van alsof het reeds vaststaat.
In Jesaja 22:19 wordt aangekondigd dat het mandaat van Satan, de overste van deze wereld, door God (Ik) beëindigd wordt. Want de aarde was en is zijn leengoed en (wel gezien vanuit deze profetische toekomst). Hij heeft er duizenden jaren over geregeerd. Uit de grondtekst blijkt dat het einde van het mandaat van Satan met geweld gepaard gaat (verdrijven). Het woord positie wijst op de hoge staat van Satan; al zijn glorie (Jesaja 22:18b) wordt hem afgenomen. In plaats van Satan wordt Jezus Christus (Hij) de nieuwe stadhouder van deze aarde. Dan volgt een cruciaal vers: Jesaja 22:20b, Grondtekst *:
En het zal te dien dage geschieden, dat ik mijn dienaar – de verhoogde Godheid (Christus) – zal ontbieden, de Zoon die met Jahweh verbonden is.
Jesaja spreekt over het einde van de Grote Verdrukking als God Jezus naar de aarde zendt. Hij arriveert op de Olijfberg (Zacharia 14:4) met zijn heiligen (Zacharia 14:5c). Dan zegt Jesaja 22:21, Grondtekst *:
Dan zal Ik Hem (Jezus) bekleden met uw (Satans) gewaad, Hem uw sjerp ombinden en de heerschappij over u zal Ik in Zijn hand leggen. Hij zal als een vader voor de inwoners van Jeruzalem zijn en voor het huis van Juda.
In prachtige bewoordingen schetst Jesaja de benoeming van Jezus tot heerser over de gehele wereld en dat werd eeuwen gedaan voordat Jezus geboren werd! Met de heerschappij wordt de regering van Satan bedoeld (Jesaja 22:19) die heden overste van deze wereld is.
* In de meeste vertalingen staat (we geven de HSV): Op die dag zal het gebeuren dat Ik Mijn dienaar Eljakim, de zoon van Hilkia, zal roepen. In mijn tekst zijn de woorden Eljakim en Hilkia vertaald en wordt de grondtekst woordvoorwoord gevolgd – het staat er dus echt! / Een uitgebreide verantwoording voor deze vertaling vindt u in: Weerd, Jesaja 1, pagina 660-663; een samenvatting in: Weerd, Jesaja 1, Kanttekeningen 22B)
________________________________________________________________________________________
Vers 8: Ik weet van uw goede daden – Zie, Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor u openstaat en dat niemand die kan sluiten, want uw macht is beperkt –, daarin heeft u het Woord van Mij in acht genomen en Mijn Naam hebt u niet verloochend.
De gemeente van Filadelfia ontvangt de hoogste lof en wordt een open deur naar de Zaligheid geboden.
Zij mogen samen met Jezus het Vaderhuis binnengaan (1 Tessalonicenzen 4:14). Maar, de profetie ziet veel verder en verwijst naar volgelingen van Jezus Christus van alle tijden die in de geest van Filadelfia leven (dus in broederschap = het lichaam van Christus), want dat betekent die naam.
Want uw macht is beperkt – Wonderlijke uitdrukking?... Neen, hier wordt gezegd dat gelovigen zelf niet in staat zijn de Zaligheid te beërven. Daarvoor is het bloed van Christus nodig en dat noemen we genade.
________________________________________________________________________________________
Genade, de Brug naar God
Genade is een kernbegrip, waar de Gemeente van Christus op gefundeerd is. Over het wezen van genade hebben we het echter zelden. Het is Jesaja 43:25 (HSV) waarin dat in één enkele zin wordt uitgelegd.
Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelg omwille van Mijzelf, en aan uw zonden denk Ik niet.
Er bestaat een onoverbrugbare kloof tussen God en mens. Wij noemen die kloof zonde en dat legt men uit als een besmetting die we bij de geboorte oplopen. Ik zie als een gebrek aan heiligheid. Aan de andere kant van de kloof staat God (die liefde koestert voor mensen), maar die kloof niet kan sluiten. Wellicht verbaast deze uitspraak u, want God is immers Almachtig? Inderdaad, echter zelfs almacht is in zekere zin beperkt en dat zit in Zijn rechtvaardigheid. Want God is Zichzelf tot wet en zijn rechtvaardigheid eist genoegdoening voor de zonde. Een mens kan die prijs niet betalen zonder er het leven bij in te schieten. Zo ontstaat een patstelling en ontzegt God Zichzelf mensen die naar Hem willen overkomen en waardoor Hij vereerd zou worden en liefde ontvangt. Om die kloof te sluiten zond Hij Jezus Christus naar ons en Die betaalde de prijs voor onze zonde met zijn leven. Genade is dus de brug die ons bij God brengt.
Genade leidt tot liefde – De verering van God is geen ‘adoreren van’ zoals een popster ten deel valt. De verering van God is geworteld in het wezen van God, waaruit de Zaligheid – de Sjalom – ontspringt. En die Sjalom – vrede, liefde, balans, welbevinden, schoonheid en zingeving –, doet alles op zijn plaats vallen. In het proces dat wij bekering noemen, ontdekken we iets van die Sjalom. En zoals een hert verlangt naar water (het is namelijk een instinct! – Psalm 42:2-3) zo verlangt onze ziel naar God en Hij naar ons. Het betreft een groeiproces dat tot allesomvattende liefde leidt. Daarom zegt Jezus (Mattheüs 22:37 HSV): U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Een beetje liefde tot de hoge God doet Hem dus tekort. Dat effect kunnen we niet beschrijven. Het wekt een geluksgevoel op; een heilig weten zonder te zien. Het heeft ook iets kinderlijks – het is een verwachtingsvol, blind vertrouwen; als het blijde uitzien van een kind naar een schoolreisje.
Toch blijft er een verschil. Onderweg zijn naar de bron is wat anders dan zelf drinken uit de bron. Wij
zien nog maar een glimp (Romeinen 8:18) en hoewel we deelhebben aan Christus, drinken we nog niet van het levende water. Dat is weggelegd voor allen die door Zijn bloed gerechtvaardigd worden.
________________________________________________________________________________________
Vers 9: Zie, uit de synagoge van Satan geef Ik hen over die van zichzelf zeggen Joden te zijn, maar het niet zijn, want zij liegen. Zie, Ik zou hen moeten aandoen dat zij komen en zich neerwerpen voor uw voeten, opdat zij beseffen dat Ik u heb liefgehad.
Evenals in Smyrna (Openbaring 2:9) zijn ook in Filadelfia christenen overgegaan tot het Judaïsme. Zij noemen zich Joden om vervolging te ontlopen, want de Joodse godsdienst werd in het gehele Romeinse Rijk officieel toegestaan. Daarvoor gingen deze ‘pseudo-Joden’ over van christendom naar het Judaïsme. Zo verloochenden zij Jezus Christus en dat wordt de lastering van de Geest genoemd, waarvoor geen vergeving is. Daarom worden zij de synagoge van Satan genoemd – overgeleverd aan Satan.
In vers 9b lezen we een onvervulde profetie, want Jezus’ tijd is nog niet gekomen. Wel heeft God Hem aangewezen als koning van het Messiaanse Rijk, maar voordat dit kan gebeuren moet eerst het oordeel over de wereld voltrokken worden. Vers 9b wijst naar een eeuwenoude profetie, Jesaja 49:23 (HSV):
En koningen zullen uw verzorgers zijn en hun vorstinnen uw voedsters. Zij zullen zich voor u neerbuigen met het gezicht ter aarde en zij zullen het stof van uw voeten likken. U zult weten dat Ik de HEERE ben: zij zullen niet beschaamd worden die Mij verwachten.
_____________________________________________________________________________________
Vers 10: Omdat u Hét Woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik u eveneens bewaren uit het uur van de Grote Verzoeking die over de gehele bewoonde wereld komen zal, teneinde degenen die op aarde wonen te beproeven.
Jezus prijst de gemeente van Filadelfia om hun vasthoudendheid. Maar de profetie ziet verder. Want het uur van de Grote Verzoeking, waarvoor deze gemeente bewaard zal worden, wijst op de Eindtijd als de Antichrist de macht heeft en de oordelen van God vallen. 2 Thessalonicenzen 2:3-4 (HSV):
3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval* gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf (= de Antichrist), geopenbaard is, 4de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.
3) Deze vertaling is onjuist. Er staat afscheiding en dat duidt op de Opname van de Gemeente.
Filadelfia staat model voor de ware kerk die de eeuwen door vervolgd is op de huidige dag, dus daar is de kerk niet voor bewaard. Dat lijden bedoelt Jezus niet. Met nadruk wijst Hij op de Grote Verzoeking, die over de gehele bewoonde wereld komen zal, dus als de verdrukking op z’n ergst is en dat valt in de Grote Verdrukking, want dan regeert de Antichrist. Dan is de keuze: verloochen Christus of sterf. Daar wordt de Gemeente van Christus voor bewaard doordat Jezus Christus de Zijnen ophaalt (= de Opname).
________________________________________________________________________________________
Vers 11: Zie, Ik kom met haast. Houd u stevig vast aan wat u hebt, opdat niemand u de lauwerkrans zal afnemen.
Tot op heden is Jezus Christus nog niet gekomen om Zijn gemeente op te halen, dus kan deze tekst onmogelijk vertaald worden met: Zie, Ik kom spoedig, zoals velen doen. Het staat er ook niet. Er staat: Ik kom met haast. Er moet dus een reden zijn voor die haast en dat kan niet anders zijn dan de plotselinge verschijning van de Antichrist die, om één of andere reden, grote macht krijgt. Die toename in macht is waarschijnlijk het gevolg van een catastrofe. Velen denken dan aan een wereldwijde natuurramp en sinds kort hoort daar de opwarming van de aarde ook bij. Zelf vermoed ik dat het een economische ramp zal zijn – de instorting van het geldsysteem –, want Openbaring 13:17 spreekt van volledige controle over dat geldsysteem. Een werelddictator, de Antichrist, kan dan bepalen wie toegang krijgen tot dat geldsysteem. Dat zijn alleen de mensen die hem aanbidden! Aldus ontstaat er een dwingende reden om de gemeente van de aarde weg te nemen, voordat de Antichrist kan toeslaan. Zo lost Jezus Christus Zijn belofte van Openbaring 3:10 in – zal Ik u eveneens bewaren uit het uur van de Grote Verzoeking die over de gehele bewoonde wereld komen zal. Voor de hedendaagse mens is de Opname een onbepaald moment in de toekomst. Onbepaald? Jazeker, want we lopen hier tegen de voorwaarden aan die de wederkomst van Christus nu nog verhinderen. Eerst moet de volheid der heidenen ingaan (11.2); pas dan kan Jezus Zijn gemeente ophalen. Voor de eeuwen vanaf de Gemeente van Filadelfia tot op heden en de toekomst geldt: Houd u stevig vast aan wat u hebt, opdat niemand u de lauwerkrans zal afnemen.
Met de Opname van de Gemeente begint de klok van de oordelen van God te lopen; daarmee ligt het tijdspad van de zeven geprofeteerde jaren van de finale Eindtijd vast. Het betreft dus een ‘kantelmoment’ in de heilsgeschiedenis; een gebeurtenis die het startsein is voor de Grote Verdrukking en de oordelen van God over de aarde. We noemen dat een Gestelde Tijd.
Wat de volheid der heidenen precies betekent, is niet duidelijk. De één ziet er het totale aantal gelovigen van alle tijden is, dus een streefgetal dat God als voorwaarde stelt, voordat Christus Zijn gemeente ophaalt. Een ander verwacht dat het op de goddeloze regering van de Antichrist wijst. Een derde ziet er simpelweg het einde van de bedeling (of tijdperk) van de Gemeente van Christus in (dus geen getal). In die laatste hypothese wordt gesteld dat de kerk uit niet-Joden bestaat (goyim genoemd) die dan ‘de heidenen’ voorstellen (staat niet sterk, want de kerk is uit de Joden ontstaan).
Meest voor de hand liggend keuze en vierde mogelijkheid, is dat met de ondergang van Juda, als laatste vertegenwoordiger van het oude Godsrijk op aarde, de tijd van de heidenen (bedoeld wordt gojim; niet-Joden) is aangebroken. Die periode zou dan op twee momenten kunnen eindigen:
1. Wanneer de Antichrist aan de macht komt, want dan regeert Satan.
2. Als met het uitroepen van het Messiaanse Rijk op aarde een einde wordt gemaakt aan alle autonome menselijke regeringen, want dan staan die onder controle van koning Jezus.
Hoe dan ook, niemand slaagt erin om de eigen exegese een stevig Bijbels fundament te geven. Aan speculaties wagen we ons niet. Als het zover is, zullen we het zeker weten.
________________________________________________________________________________________
Vers 12: Wie overwint zal Ik tot een pilaar in de hoge tempel van Mijn God stellen en hij zal daaruit nooit meer weggaan. Dan zal op hem de Naam van Mijn God geschreven staan en de naam van de hoge stad van Mijn God: het nieuwe Jeruzalem dat neerdaalt uit de hemel van Mijn God; zijn ware nieuwe naam.
Met de hoge tempel wordt de woonplaats van God bedoeld; het Vaderhuis dus. Dat is de plaats waar Jezus Christus Zijn gemeente naartoe zal brengen door middel van de Opname. Daarmee wordt elke gelovige onderdeel van een nieuwe scheppingsorde; dat is de Zaligheid.
De overwinnaar in Jezus Christus wordt een belangrijke plaats in het Vaderhuis toegezegd; die wordt namelijk een pilaar in de hoge tempel van God genoemd. En die heilige woonplaats wordt in Openbaring 21 het Nieuwe Jeruzalem genoemd.
De Naam van Mijn God die op de gezaligde gelovige geschreven wordt, wijst volgens velen op de naam van de hoge God zelf. Anderen wijzen op de naam die op de witte steen geschreven staat en de laatste woorden van vers 12 lijken dat te bevestigen. Voor beide is wat te zeggen, maar echt duidelijk wordt het niet. Te Zijner tijd zal het ons wel duidelijk worden.
________________________________________________________________________________________
Vers 13: Wie het oor heeft, moet luisteren naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt.
Voor de zesde maal klinkt deze waarschuwing en daarmee neemt het gewicht van deze profetie nog verder toe. Terecht, want wie niet op luisteren ingesteld is, zal niet voorbereid zijn als Jezus Christus zijn gemeente ophaalt.
________________________________________________________________________________________
Vers 14: De hoge engel: Aan de gemeente in Laodicéa. Dat geschreven zij: Zo spreekt Hij Die bevestigt – de getrouwe en waarachtige Getuige, Die het prilste begin van heel de schepping van de ware God is:
De zevende en laatste aartsengel treedt aan. Daarmee is de gehele Raad der Heiligen – Jezus Christus en de zeven aartsengelen – aan het woord geweest, wat een duidelijke verwijzing is naar hun taak om de oordelen van God uit te voeren en zo de komst van het Messiaanse Rijk mogelijk te maken. Zo staat ook het optreden van de aartsengelen, die de brieven aan de zeven Gemeenten dicteren, in dienst van het grote doel. Dat is Gods voornemen om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.
Laodicéa is samengesteld uit de woorden laos (volk) en dike (oordeel of straf). Laodicéa werd van water voorzien door de warmwaterbronnen van Pamukkale die een tiental kilometers van de stad lagen. Laodicéa was toen een rijke stad en een beroemd kuuroord. De sneeuwwitte kalksteenterrassen trekken ook nu nog elk jaar tienduizenden toeristen. Het water dat de stad uit de bronnen ontving, was bij aankomst nog steeds lauwwarm en daar verwijst vers 15 naar.
Voor de zevende maal opent een brief met een kenmerkende eigenschap van Jezus Christus. Nu bevestigt het zijn rol als sleutelfiguur in de vervulling van de Raad Gods. Dat is een lange en moeizame weg, waarin Jezus Christus zelfs zijn leven gaf, maar Hij nooit afliet de getrouwe en waarachtige Getuige van God te zijn. Het bevestigt tevens dat heel de schepping van het begin af aan al op Christus gericht is geweest, zoals Efeziërs 1:8b-10 (NBV) zo kernachtig samenvat.
________________________________________________________________________________________
Vers 15: Ik ken uw werken – dat u noch koud noch heet bent. Ach, was u maar koud of heet!
Onverschilligheid is de ergste vorm van koude liefde. Niets is zo verwoestend in de relatie tussen mensen als onverschilligheid en dat geldt ook de relatie tot God. Het is een houding die zelfgenoegzaamheid uitstraalt; liefde voor het eigen ik. Eigenlijk is dat nog erger dan de geestelijke doodsheid van Sardes.
________________________________________________________________________________________
Vers 16: Maar omdat u lauw bent, namelijk noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen.
Laodicéa ontving zijn water uit de warme mineraalbronnen van Pamukkale die enige kilometers buiten de stad lagen. Dat water smaakte bitter en was nauwelijks geschikt om te drinken en met dat als voorbeeld wordt de geestelijke situatie van Laodicéa treffend beschreven.
________________________________________________________________________________________
Vers 17: Echter, omdat u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden – ja ik heb niets nodig – en niet beseft hoe ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt u bent;
De reden voor die onverschillige houding blijkt mede de economische welvaart van Laodicéa te zijn. De gemeente was rijk en werd steeds rijker. Was dat geen zegen van God en tevens het bewijs dat zij op de goede weg waren? – ik heb niets nodig! Was de gemeente van Laodicéa een toonbeeld van liefdebetoon en geluk? Neen Jezus Christus noemt ze ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt. Zij denken Christus te dienen, maar Hij staat buiten (vers 19). De Heilige Geest is reeds weggenomen.
En weer vraag ik me af: Is mijn gemeente als Laodicéa? We zijn inderdaad rijk en worden steeds rijker, waarvoor we God danken. Maar heeft die rijkdom ons dichter tot God gebracht? – De vraag stellen is hem beantwoorden, want onze kerken lopen leeg en we begrijpen niet waarom! Of… willen we het niet begrijpen?
________________________________________________________________________________________
Vers 18: Daarom raad Ik u aan: Koop van Mij goud, gelouterd door vuur, zodat u (echt) rijk wordt; te weten door de witte klederen, opdat u bekleed wordt. Dan zal de schande van uw naaktheid niet openbaar worden. Smeer ook ogenzalf op uw ogen opdat u zien moge.
Goud is het meest begeerde metaal op aarde. Het is een symbool voor macht en invloed. Met goud is alles te koop. Maar juist dat goud, die rijkdom, heeft Laodicéa gecorrumpeerd; heeft deze gemeente van God losgeweekt. Het is dus ‘besmet goud’ dat het zegel van Satan draagt. Het is daarom dat Jezus Christus hen aanraadt om van Hem onbesmet goud te kopen – zuiver goud. Dat zuivere goud is een metafoor voor Gods Geest die na persoonlijke bekering (= gelouterd door vuur) op gelovigen neerdaalt als zij Christus volgen. We noemen dat: wedergeboorte (Efeze 1:13-14 spreekt erover). En als die Geest eenmaal neerdaalt op de gelovige is hij of zij pas echt rijk. Die gelovige wordt na dit leven bekleed met witte klederen die een gift/beloning van de Heer 1) is.
De geloofsdaad, om gelouterd goud van Jezus Christus te kopen – dus Hem te volgen en zo de Heilige Geest te verwerven, vereist inzicht in de huidige, zondige situatie. Vandaar het advies om ogenzalf te gebruiken, opdat de ogen geopend mogen worden 2).
2) Laodicéa stond bekend om zijn geneesmiddelen voor ogenziekten.
________________________________________________________________________________________
Vers 19: Ik wijs terecht en bestraf naar de maat van Mijn grote liefde. Zet u daarom volledig in en bekeer u!
Voor de gemeente van Laodicéa is de weg naar bekering nog open. Er wordt geen oordeel uitgesproken, integendeel, Christus wijst hen slechts terecht en ‘bestraft’ hen naar de maat van zijn grote liefde. Dat is een aanbod dat alleen Hij kan doen, want Hij heeft de zonde van de wereld op zich genomen. Hij hoeft dus niet naar goddelijk recht te handelen, maar biedt soevereine genade. Dat vereist wel een radicale bekering - Zet u daarom volledig in.
________________________________________________________________________________________
Vers 20: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hijzelf met Mij.
Vers 19 wordt hier verder uitgewerkt en de Heer Jezus gebruikt een prachtige metafoor. Hij klopt aan de deur van ons hart 1) en vraagt onze liefde, opdat ook Hij Zijn liefde aan ons kan schenken.
Er staat niet de maaltijd, zoals velen vertalen, maar maaltijd. Dat betreft dus een algemene uitdrukking van verbroedering. Op aarde zien we daar een voorafschaduwing van in het avondmaal. Ten diepste echter duidt de uitdrukking op de ‘eschatologische maaltijd’ in de hemel, als de gelovige met Jezus Christus wordt verenigd en het hemelse manna mag eten in het Vaderhuis.
________________________________________________________________________________________
Vers 21: De overwinnaar zal Ik toekennen dat hijzelf, met Mij, in Mijn troon zitting mag nemen, evenals ook Ik overwonnen heb en zitting genomen heb met Mijn Vader in Zijn eigen troon.
Het woord troon heeft hier niet de betekenis van de zetel van een koning. Het duidt op een ‘bekroonde plaats’ en dat is natuurlijk het Vaderhuis. Jezus verwijst hier naar Johannes 14:1-3 (HSV), waar Hij ware gelovigen de zaligheid toezegt:
1 Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij.
2 In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.
3 En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.
________________________________________________________________________________________
Vers 22: Wie het oor heeft, moet luisteren naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt.
Voor de zevende maal klinkt deze waarschuwing. Zouden we dan niet oplettend luisteren naar de woorden van onze God?
________________________________________________________________________________________
Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:
Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

