Aflevering 5: Introductie op Openbaring 4-22

Eindtijdprofetie

Vanaf Openbaring 4 spreekt de apostel Johannes niet meer over zijn eigen tijd. Hij wordt door Jezus in een visioen naar de hoge hemel vervoerd (Openbaring 4:1). Daar is hij toeschouwer van een belangrijke hemelse vergadering en worden hem beelden van de toekomst getoond. Zijn taak is om wat hij ziet en hoort op te schrijven en dat naderhand te versturen aan de zeven gemeenten van Asia. Het is de laatste keer dat Jezus Christus tot Zijn Gemeente spreekt. Openbaring is dus Zijn testament aan ons.

De Hoogste Hemel: Een Tijdloze Omgeving

De ‘standplaats’ van Johannes gedurende de visioenen is in de hoge hemel ook hemelse tempel genoemd. Daar zit de hoge God op zijn troon die gedragen wordt door vier cherubim. In een halve boog vóór de troon verblijven zeven aartsengelen. Een stuk verder staan vierentwintig tronen; daarop vierentwintig oudsten. Op de achtergrond legioenen engelen uit het gevolg van de aartsengelen. Pas in Openbaring 5:5 komt de verheerlijkte Christus erbij. Hij neemt dan de boekrol van Gods oordeel in ontvangst.

De plaats waar God woont – de hoge hemel – draagt de kenmerken van de Almachtige. Hij is de eeuwige, dus staat God buiten de tijd en zijn woonplaats met Hem. Daar wordt de allerbelangrijkste vergadering aller tijden gehouden. Op deze vergadering wordt over het lot van de wereld beslist. Er wordt een plan neergelegd dat een eind maakt aan het kwaad op aarde en de macht van Satan. Doelstelling is om de aarde te heiligen voor God en die gereed te maken voor het koningschap van Jezus Christus. Dat plan is geen voornemen, afhankelijk van ‘hoe het loopt’. Gods plannen worden beschreven alsof ze al gerealiseerd zijn. Vanuit een tijdloze omgeving ‘ziet’ Johannes de uitvoering en doet verslag. Dat is een heel vreemde gewaarwording, want Johannes spreekt over wat hij gezien heeft in de verleden tijd, terwijl die beelden de toekomst beschrijven. We noemen dat fenomeen Perfectum Propheticum: de verleden tijd van de profeten.

Flitsen in de Tijd

Elke fase van de Raad Gods die Johannes verteld wordt of getoond, ziet hij echt ten uitvoer komen. Als een fase op aarde plaatsvindt, wordt hij in het visioen verplaatst naar die gebeurtenis op aarde. Hij verlaat dan in zekere zin de hoge hemel (die buiten de tijd staat) en ziet het toekomstige voorval (dat wel in de tijdstroom staat) alsof het voor hem het heden is. Is die fase afgelopen, dan wordt Johannes naar de hemel teruggevoerd alwaar hem de volgende fase getoond wordt. De scènes rond de troon in de hemel fungeren zo als een vaste standplaats voor Johannes van waaruit hij gebeurtenissen die in de Raad Gods bepaald worden, toegelicht krijgt in beelden van de toekomstige aardse werkelijkheid. Hij ‘pendelt’ dus heen en weer tussen tijd en on-tijd, een onbegrijpelijk fenomeen dat slechts God kan bewerken.

________________________________________________________________________________________

Excurs 1: Kom naar Hier Omhoog

Jezus draagt Johannes op om ‘naar hier omhoog’ te komen. Wat overkomt hem daar en wat ziet hij?

1. Johannes krijgt te zien wat noodzakelijkerwijs nog moet geschieden (Openbaring 4:1). Daarin wijst het woord noodzakelijkerwijs op de Raad Gods die de voorwaarden bepaalt waarop die toekomst gestalte krijgt. Dat wordt Johannes getoond door middel van visioenen over de Eindtijd.

2. De apostel wordt in de geest naar de hoogste hemel gebracht. Die plaats staat buiten de tijd. Wat hij daar ziet is namelijk onderdeel van de Raad Gods en die omspant heden, verleden en toekomst.

3. Aanwezig zijn: De hoge God en wat later de verheerlijkte Jezus Christus, de zeven aartsengelen met hun gevolg en 24 oudsten.

Ziet Johannes de Toekomst?

Daarop moeten we een vreemd antwoord geven: Ja en Neen! Ja, als het de taferelen op aarde betreft. Die vallen bijna alle in de Eindtijd of de Grote Verdrukking. Neen als het om beelden in de hemel gaat, want die scènes voltrekken zich in de nabijheid van God. De Hoogheilige en Zijn woonplaats staan namelijk buiten de tijd. Daarom zeggen we dat de Raad Gods van eeuwigheid is. Het plan van God heeft dus een feitelijke waarde, alsof het al gerealiseerd is – heden, verleden en toekomst in één hand – de echo van de grote naam van Jahweh. Dat is voor mensen een volslagen onbegrijpelijk concept. Het gaat boven onze pet. De beelden in de hemel die Johannes ziet, zijn dus niet aan een ‘aards jaartal’ te verbinden.

C. Is de Raad Gods een Tijdpad?

Neen, God werkt zelden met een aan jaartallen verbonden plan. De Hoogheilige spreekt gewoonlijk van doelstellingen. Dat blijkt onder andere uit Efeziërs 1:8b-10 (NBV):

Hij (God) heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.

Deze profetie wordt vervuld als het Messiaanse Rijk wordt uitgeroepen en Jezus tot koning gekroond wordt. In de lange weg daarnaar toe – die heden al bijna 2000 jaar duurt, heeft God voorwaarden en doelen geformuleerd. Sommigen doen wat cryptisch aan, zoals de ‘volheid der heidenen’ (Romeinen 1:6-7) of staan onbepaald in de tijd, zoals de Opname van de Gemeente. Dat geldt ook de wederkomst van Christus – niemand weet wanneer dat gebeurt, zelfs Jezus niet: Handelingen 1:6b en 7 (NBV):

Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen? Hij antwoordde: Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden.

D. Inzicht in de Raad Gods

Het is weinig mensen gegeven inzicht te hebben in de Raad Gods. Degene die het meest door God geïnformeerd werd, is (naast Johannes) de profeet Daniël. Hem werd een soort schema gegeven, waarlangs de Raad Gods zich ontwikkelt. Voor een deel is dat schema vastgezet in de tijd (wat bijzonder is, want gewoonlijk gebeurt dat niet); een ander deel echter niet. We noemen dat schema: De Profetie van de Zeventig Jaarweken. In de volgende Excurs wordt dat verder besproken.

________________________________________________________________________________________

Excurs 2: De Profetie van de Zeventig Jaarweken

Deze profetie (die God aan Daniël openbaarde) dient als een soort gebruiksaanwijzing om Openbaring 4-22 te kunnen begrijpen. Het voorzegt belangrijke hoogtepunten in de Eindtijd tot aan de vestiging van het Messiaanse Rijk. We behandelen de betrokken teksten in vogelvlucht. Gewoonlijk citeren we de HSV-vertaling, maar die schiet tekort. We gaan daarom over naar de Hebreeuwse grondtekst.

In Daniël 9:24 (Grondtekst) staat geschreven:

Zeventig (1) weken zijn bepaald betreffende uw volk (2) en betreffende de stad van uw heiligheid 2), om de overtredingen te beëindigen en een einde te maken aan zonde, maar ook om verdorvenheid te verzoenen en de eeuwen der rechtvaardigheid (3) te verwerven. En tevens, om het profetisch visioen te verzegelen (4) en de heiligste van de heiligen te zalven (5).

1) Grondtekst: zeventig zevens – dat zijn zeventig ‘weken’ van zeven jaar; totaal 490 jaar.
2) Uw volk is het volk Israël en de stad van uw heiligheid is Jeruzalem.
3) Dat zijn de rechtvaardige eeuwen van het Messiaanse Rijk of het Duizendjarig Rijk.
4) Om de profetie over de Raad Gods – het pad naar de Eindtijd – vast te leggen.
5) De heiligste van de heiligen* te zalven duidt op de kroning van Jezus Christus in Jeruzalem.
* qodashim (heiligen) wijst in het Oude Testament altijd op aartsengelen.

Daniël 9:25 (Grondtekst):

U zult weten en verstaan: vanaf de uitgifte van het decreet, om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen (6), tot op de Messias, de Vorst, zijn zeven weken (7) en tweeënzestig weken (8). Het zal hersteld en herbouwd worden, zowel straat als walgracht (9), echter in benauwdheid der tijden (10).

6) Op 5 maart 444 voor Christus vervaardigde de Perzische koning Ataxerxes Longimanus dit decreet uit.
7) Zeven jaarweken = 7 x 7 = 49 jaar na 444 voor Christus, dus in 395 voor Christus werd de herbouw van Jeruzalem volgens de profetie van Daniël voltooid. Wat inderdaad klopt!
8) Tweeënzestig jaarweken = 62 x 7 = 434 jaar later (na het jaartal 395 v.Chr.) (Zie: 11)).
9) Bedoeld wordt de voltooiing van de herbouw van huizen, stadsmuur en straten.
10) Er waren vijandige volken rondom die de herbouw probeerden te verhinderen.

Daniël 9:26 (Grondtekst):

En na de tweeënzestig weken zal de Messias worden afgesneden (11) en er zal niets tegen hem zijn (12). Dan zullen de troepen, van een heerser in opkomst (13), de stad en het heiligdom verwoesten (14). En zijn einde zal zijn gelijk de Vloed.

11) Hier wordt de kruisdood van Jezus Christus, de Messias, voorzegd, eeuwen voordat het gebeurde. Dat vond 434 jaar na de voltooiing van de herbouw van Jeruzalem plaats. Wie hier goed telt vanaf 395 voor Christus en daar 434 jaar bij optelt, komt op 40 na Christus uit (er is geen nulde jaar). De Joodse kalender wijkt echter af van onze kalender. Als we die misaanpassing herleiden, klopt de profetie precies.
12) Jezus Christus werd onschuldig bevonden en toch ter dood veroordeeld.
13) Dat was Titus, de zoon van keizer Vespasianus, die het laatste deel van de belegering van Jeruzalem leidde. Hij werd enige jaren later keizer (een heerser in opkomst).
14) Jeruzalem en de tempel werden in 70 na Christus volledig verwoest. Daniël omschrijft die gruwelijke oorlog met: een einde gelijk de Vloed.

Daniël 9:27 (Grondtekst):

Naar het einde toe (15), zo is het beschikt, zal er een verwoestende oorlog zijn (16). Dan zal hij (17) een verbond, voor één week (18), met de meerderheid bevestigen (19). Maar in het midden van de week (20) zal hij een einde maken aan het brengen van slachtoffers en kleine offers (21). En op een pinakel (van de tempel) zal een afschuwelijks iets zijn, dat verwoesting veroorzaakt (22). En op het Einde zal - gelijk vast besloten is (23) - het uitgestort worden op hetgene dat verwoest is.

15) De Eindtijd; te weten de Grote Verdrukking.
16) De oorlogen en oordelen van de Grote Verdrukking.
17) Hij is de Antichrist die de absolute macht over de wereld zal grijpen.
18) Deze week is een jaarweek en telt dus zeven jaren en die staat los in de tijd, want de vervulling kan pas beginnen als de Gemeente van Christus in de hemel wordt opgenomen.
19) Dat verbond wordt gesloten met een grote meerderheid van de Joodse bevolking van de staat Israël in de Eindtijd. Dat verbond wordt voor een periode van één jaarweek, dus zeven jaar, gesloten. Dat is dezelfde periode die we de Grote Verdrukking noemen.
20) In het midden van de week is dus halverwege de zeven jaar = na drieënhalf jaar.
21) Er wordt een einde gemaakt aan de tempeldienst aan God in Jeruzalem. Daniël spreekt over de Eindtijd, dus volgt tevens daaruit dat de tempel wordt herbouwd.
22) Er wordt na drieënhalf jaar een afschuwelijk afgodsbeeld in de voorhof van de tempel gebouwd. Jezus spreekt erover in Mattheüs 24:15. Dat beeld is een incarnatie van Satan en zal kunnen spreken (Openbaring 13:14-15).
23) Het einde (of de dood) van de Antichrist en de verwoesting van het beeld van het beest.
24) De resten van het beeld zullen over het verwoeste land worden uitgestort.

Profetie van God Is Betrouwbaar!

Het is bijzonder dat de hoge God ons zo nauwkeurig informeert. Wij, die vele eeuwen na Daniël leven, kunnen nu vaststellen dat het reeds vervulde deel van zijn profetie wonderlijk goed klopt en dat levert een fantastisch bewijs dat Goddelijke profetie betrouwbaar is.

De Laatste Jaarweek

Hoewel een groot deel van Daniel’s profetie een exact tijdpad volgt, wordt niet aangegeven wanneer de laatste jaarweek van de zeventig jaarweken begint. Die staat los in de tijd. Dat heeft de volgende redenen:

1. Op het moment dat Daniël de profetie van de zeventig jaarweken ontving, stond nog niet vast dat het volk Israël Jezus Christus af zou wijzen. Pas toen dat gebeurde, ontstond ruimte voor de Gemeente van Christus die immers een geheimenis was.

2. Volgens Handelingen 1:5 was de beslissing voor de wederkomst van Jezus Christus nog niet gevallen. De daarmee verbonden ‘zevende jaarweek’ lag dus ook niet vast.

Het Tijdpad van de Laatste Jaarweek

Over de laatste jaarweek of de Grote Verdrukking (die ook heden nog niet vervuld is) geeft Daniël gedetailleerde informatie. Daar spreken we verder over in de volgende Excurs.

________________________________________________________________________________________

Excurs 3: Het Tijdpad van de Grote Verdrukking of 70e Jaarweek

A. Een Strak Tijdschema

Daniël openbaart ons details over de Eindtijd en onthult een strak tijdschema waarlangs de 70e jaarweek zich af zal spelen. Dat schema start kort na de Opname van de Gemeente. Pas daarna ligt een keten aan geprofeteerde gebeurtenissen vast tot aan het Einde van Het Messiaanse Rijk. In de nu komende perikoop bespreken we een aantal belangrijke teksten. Deze zijn (waar nodig) direct uit de grondtekst vertaald.

B. De Aanvangsvoorwaarden

In Daniël 7, 8, 9, 12 vinden we belangrijke gegevens over de Eindtijd, zoals de mysterieuze 1290 en 1335 dagen (Daniël 12:11-12). Om die te verklaren is een tijdsbalk gemaakt met daarop belangrijke periodes en tijdstippen. Er zijn vier aanvangsvoorwaarden die bepalen wanneer de laatste jaarweek zal beginnen:

1. Het evangelie moet eerst aan alle volken verkondigd zijn.

2. De Gemeente van Christus moet worden opgenomen in de hemel (1 Thessalonicenzen 4:13-18).

3. Hij die weerhoudt moet verdwenen zijn (2 Thessalonicenzen 2:6 en 7 – dat is de Heilige Geest). Als de Gemeente van Christus in de hemel opgenomen is, verdwijnt daarmee ook de Heilige Geest van de aarde, want Die is daarmee verbonden. Pas dan kan Satan zijn trawanten, de Antichrist (= de wetteloze, 2 Thessalonicenzen 2:8) en de valse profeet naar voren schuiven om hun verderfelijk werk te doen.

4. De Antichrist zal een zevenjarig verbond sluiten met Israël (Daniël 9:27b).

Tijdstippen en Tijdsduur

Daniël zegt nergens wanneer de 70e jaarweek begint. Toch spreekt hij vaak over tijdstippen en tijdsduur. Hij gebruikt daarvoor geen jaartal, maar meet die tijdsduur af tegen:

1. Het begin van de 70e jaarweek (een periode van zeven jaar = de Grote Verdrukking);

2. tegen het einde van die 70e jaarweek of

3. tegen de aanvangsdatum van het Messiaanse Rijk, kort daarna.

Binnen die laatste jaarweek (= de Grote Verdrukking) vallen de volgende tijdsbegrippen:

één week                            Daniël 9:27    De 70e en laatste jaarweek van Daniel’s profetie
tijd, tijden, een halve tijd  Daniël 7:25    De tweede 3½ jaar daarvan of 1260 dagen
het midden van de week   Daniël 9:27    De Antichrist verbreekt het verbond met Israël
1290 dagen                        Daniël 12:14    Tijdperk van het beeld van het beest
1335 dagen                        Daniël 12:14    Tijdspanne tot de kroning van Jezus Christus
2300 avond-morgens        Daniël 8:14    De periode van de ontheiliging van de tempel

Eén week: De zeventigste jaarweek

De laatste jaarweek (Daniël 9:24-27 –de Grote Verdrukking) zal zeven jaar duren. Dat is het tijdperk waarin de Antichrist naar een absolute machtspositie in de wereld zal groeien. Aan het eind van de Grote Verdrukking zal Jezus Christus terugkomen op de Olijfberg (Zacharia 14:4). Kort erna wordt de Antichrist door Jezus zelf gedood (2 Thessalonicenzen 2:8). Dan wordt een eind gemaakt aan de afgodendienst in de Voorhof van de Tempel en het beeld van het Beest verwoest (Daniël 9:27). Het dagelijks offer wordt hersteld en met die daad komt er een einde aan de Grote Verdrukking, dus ook aan de 70e jaarweek.

Tijd, Tijden en een halve Tijd

Deze woorden staan in Daniël 7:25. De duiden op een periode van 3½ jaar; de tweede helft van de 70e jaarweek (Daniël 9:27). Die wordt namelijk verdeeld in tweemaal 3½jaar (1260 dagen) (Openbaringen 11:3 en 12:6), maar ook 42 maanden (van 30 dagen – Openbaringen 11:2 en 13:5).

De tweede 3½ jaar vormt tevens de tijdspanne dat de Babylonreligie – dus de afgodendienst aan het beeld van het Beest – wordt gepraktiseerd. Jezus noemt dit beeld: De Gruwel van de Verwoesting (Mattheüs 24:15). Het woord verwoesting wijst daarin op de oordelen van God die daardoor veroorzaakt worden.

Het Midden van de Week (Daniël 9:27)

Dit valt halverwege de 70e jaarweek. Dan zal de Antichrist het verbond met Israël eenzijdig verbreken, omdat hij de cultus rond het beeld van het beest instelt (Openbaring 13:11-18). Gelovige joden zullen weigeren om dit afgodsbeeld te aanbidden. Ze zullen genadeloos vervolgd worden en velen gedood.

Voor de duidelijkheid plaatsen we de gevonden tijdstippen en periodes op een tijdsbalk. Ten overvloede: De aanvang van de 70e jaarweek (= einde van het Huidige Tijdperk) ligt nog onbepaald in de toekomst.

De Periode van 1290 Dagen

De 1290 dagen omvatten de gehele periode dat het beeld van het Beest in de voorhof van de tempel in Jeruzalem zal staan. Daniël (9:27) en Jezus (Mattheüs 24:15) noemen dat de gruwel van de verwoesting. De aanvang van de bouw van het afgodsbeeld is ook het moment waarop het dagelijks offer in de tempel wordt beëindigd (Daniël 12:11). Het beeld van het Beest wordt verwoest als de Messias terugkeert op de Olijfberg en daarmee eindigt tevens de Grote Verdrukking.

De tweede helft van de Grote Verdrukking telt 1260 dagen. De periode van het beeld van het beest 1290 dagen, dus 30 dagen meer. Het einde van de profetie van de 1290 dagen is tevens het einde van de Grote Verdrukking en die ligt vast. Dus start de periode van 1290 dagen kennelijk 30 dagen vóór de aanvang van de tweede 3½ jaar van de 70e jaarweek. Dat is 30 dagen voor het midden van de week (Daniël 9:27).

Gedurende deze 30 dagen wordt waarschijnlijk het beeld van het beest in de voorhof van de tempel geplaatst (Openbaring 11:1-3, Exegese) en worden de voorbereidingen getroffen voor het ‘feest van de 

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.