A. De Verzegelde Boekrol
Openbaring 4:1 tot 8:1 bestaat uit twee delen. Daarin wordt over een boekrol gesproken waarvan de zegels door Jezus verbroken worden. Die boekrol bevat de oordelen over de wereld. Deel 1 (Openbaring 4-5) beschrijft een hemelse vergadering waar de beslissing genomen wordt om de oordelen te beginnen. Het 2e deel, Openbaring 6-8:1, bevat de uitvoering van de eerste serie oordelen. Hoewel het tafereel dat Johannes stamelend schetst (hij moet hemelse beelden met aardse begrippen beschrijven) slechts een verre echo is van de adembenemende werkelijkheid, lukt het hem wel om weer te geven wat daar gebeurt.
B. Een Hemelse Vergadering
Het eerste gedeelte gaat over een hoogst belangrijke bijeenkomst in de hemel. Die vindt plaats in de hemelse tempel; het huis van God of Vaderhuis. De scene die Johannes beschrijft is groots en meeslepend van aard. De Shechinah van de Jahweh (of Heerlijkheid des HEEREN) is aanwezig – God gezeten op Zijn troon (of troonwagen) – en Hij is omringd door vier vurige Cherubs die een glasachtig plateau (als van kristal; vers 6) dragen waarop de Hoogheilige troont. Boven de troonwagen blinkt een smaragdgroen uitspansel (een soort halo; wellicht een halfronde koepel), waardoor de vurige uitstraling van de hoge God wordt getemperd – dat de troonwagen completeert.
In een halve boog vóór de troonwagen staan de zeven aartsengelen die, vanwege de nabijheid van de Heerlijkheid van Jahweh, opvlammen als vuur. Ook in een halve boog, wat verder van de troonwagen, staan vierentwintig kleinere tronen. Daarop zijn vierentwintig oudsten gezeten, gekleed in blinkend witte gewaden met gouden lauwerkransen op hun hoofden. Het zijn hoge vertegenwoordigers van de mensheid. Twaalf voor de Gemeente van Christus en twaalf voor Israël. Op de achtergrond, in Openbaring 4 nog ongenoemd, verblijven duizenden gewone engelen (Openbaring 5:11) uit het gevolg van de aartsengelen.
Vanuit de troonwagen flitsen felle bliksemschichten (vers 5a) en klinken luide donderslagen 1). In deze omgeving die zindert van macht en majesteit vindt een belangrijke vergadering plaats, waar de laatste fase van de Raad Gods wordt ingeluid. De uitvoerder van die Raad, Jezus Christus, wordt door Jahweh ontboden om van Hem de boekrol van de oordelen van God over de aarde in ontvangst te nemen.
1) Waarschijnlijk gaan die geluiden gepaard met de verplaatsing van de troonwagen, zo blijkt uit Ezechiël 1 (in dit geval is dat de aankomst). In stilstand klinken ze dus niet.
C. Oordeel over een Verdorven Wereld
De boekrol bevat het Goddelijk oordeel over een verdorven wereld die de kant van Satan gekozen heeft. Johannes ziet de Eindtijd – het is nog niet gebeurd: Toch… Het staat vast dat het zal gebeuren!
Visioenen over de Eindtijd plaatst de ontvangende persoon in de invloedssfeer van God. Hij is Jahweh – de Zijnde en Eeuwige – onberoerd door de tijd. Voor de Hoogheilige vloeien verleden, heden en toekomst in elkaar over. Dat geldt ook de Raad Gods, want daar bestaan heden en toekomst niet achter, maar vaak naast elkaar (een voor de mens onwerkelijk en onbegrijpelijk fenomeen). Dat is een vorm van Perfectum Propheticum – de verleden tijd van de profeten – hemeltaal. Johannes ziet een onvervulde werkelijkheid die desondanks niet veranderd kan worden. Kunnen we daar een datum bijzetten? Neen, want het eerste zegel kan pas verbroken worden als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:
1. De Gemeente van Christus dient eerst van de aarde ‘geëvacueerd’ te worden, voordat de
Raad Gods een volgende fase binnengaat. Daarmee verdwijnt ook de Heilige Geest uit deze wereld.
2. De aanwezigheid van de Gemeente van Christus en de daaraan verbonden Heilige Geest blokkeert heden de komst van de Antichrist (zie: 2 Tessalonicenzen 2:6-8). Pas als de Gemeente is opgenomen is de weg voor Satan vrij om de Antichrist op de aarde los te laten.
3. Het Noachitische Verbond moet verbroken worden. Dit verbond garandeert de mensheid dat de aarde niet meer onder Gods oordeel zou vallen. Dat verbond wordt verbroken als de mensheid in grote meerderheid de Antichrist en de Valse Profeet gaat volgen en zo de kant van Satan kiest.
B. Buiten de Tijd
Verklaarders proberen deze Hemelse Vergadering in de tijd te plaatsen. Dat is vergeefs. De Raad Gods wordt beslist in tegenwoordigheid van Jahweh en Hij staat boven de tijd. Je zou dus kunnen zeggen dat Johannes niet naar de toekomst wordt verplaatst, maar buiten de tijdstroom. Want de Raad Gods is eeuwig en betreft een gerealiseerde werkelijkheid op Goddelijk niveau. Echter voor de mens is dat nog toekomst – inderdaad; heden, verleden en toekomst in één – de echo van de grote Naam van Jahweh.
________________________________________________________________________________________
Openbaring 4:1-11 Exegese – De Woonplaats van God
Vers 1a: Aansluitend kreeg ik een visioen en zie, er was een deur geopend in het hemelrond en de stem, die ik al eerder als een bazuin had horen schallen, sprak mij toe,
Een visioen is een persoonlijk ervaring die ondergaan wordt alsof het werkelijkheid is, echter lichamelijk blijft de persoon achter op de plaats waar hij het visioen krijgt. Johannes ziet een geopende deur in de lucht verschijnen en hoort een stem die hij herkent als de stem van de verheerlijkte Christus. Johannes doet heel precies verslag en legt daarom uit hoe hij Jezus Christus herkent, want hij verwijst naar Openbaring 1:10 en 15, toen hij de stem van Jezus ook hoorde. Daar sprak Jezus met luide stem, als van een bazuin. Nu is sprake van een normaal volume want het is persoonlijke boodschap aan Johannes.
Vers 1b: zeggende: Kom naar hier omhoog, dan zal Ik u laten zien wat noodzakelijkerwijs nog moet geschieden.
Johannes wordt gelast om naar hier omhoog (= de deur) te komen – die toegang biedt tot de hemelse woonplaats van God. De Heer Jezus zegt ook waarom Johannes ontboden wordt. De geliefde apostel wordt inzicht gegeven in de oordelen van de Eindtijd hier omschreven als: wat noodzakelijkerwijs nog moet geschieden. Dat betreft de laatste fase van de Raad Gods en die is eeuwig (Psalm 33:11). Die staat als Gods raadsbesluit buiten de tijd en is daarom onherroepelijk. Jesaja 46:9b-10 (HSV) getuigt daarvan:
Ik ben God, en er is er geen als Ik, Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn, van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben.
En Efeziërs 1:11 (HSV) spreekt van:
het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil (= de Raad Gods).
________________________________________________________________________________________
Vers 2: Terstond raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel en op die troon zat Iemand.
Johannes wordt niet lichamelijk naar de hoge hemel verplaats, maar geestelijk (hij krijgt een visioen). Dat kan ook niet anders, want geen sterfelijk mens kan in de nabijheid van God verkeren, zonder er het leven bij in te schieten. Johannes ziet een troon waar Iemand zich bevindt – een silhouet dat hij niet herkent.
________________________________________________________________________________________
Excurs 1: De Plaats waarop u Staat is Heilige Grond
A. Heilige Schroom
De woorden ‘de Plaats waarop u staat is Heilige Grond’ komen uit Exodus 3:5 (HSV), waar Mozes een brandende struik nadert die niet verteerd wordt door het vuur. Het blijkt een manifestatie te zijn van de aanwezigheid van God. Die waarschuwing is ook van toepassing als we over de verschijning van de hoge God spreken, zoals beschreven in Openbaring. We proberen niet via eigen suggesties God in de ogen te kijken. Dan zouden we in eerbied ernstig tekort schieten. Neen we slaan haast zijdelings met neergeslagen ogen gade wat God ons onthult. Daar passen geen theoretisch beschouwingen bij wie God is, noch hoe Hij eruitziet. Hier dient heilige schroom ons te leiden. Zijn woorden moeten ons genoeg zijn.
B. De Heerlijkheid van Jahweh
Als de Bijbel spreekt over vormen van de aanwezigheid van God, dan wordt de uitdrukking Sjechinah van Jahweh (of: Heerlijkheid van de HEERE) gebruikt. Ook dat dient voldoende te zijn. Er bestaat geen feitelijke beschrijving van God. Geen mens heeft Hem ooit gezien en geen wezen uit de nabijheid van God heeft Hem ooit aan mensen beschreven. Dat beseffende, dienen we ons daar bij neer te leggen.
C. Antropomorfisme
Indien we afgaan op de woorden van God zelf, dan valt op dat de Hoogheilige in menselijke begrippen tot ons spreekt en Zich zelfs menselijke eigenschappen toeschrijft – we noemen dat antropomorfisme. Dat is geen actuele beschrijving van het wezen van God, maar in feite een vorm van genade, waarin de Hoogheilige ons tegemoet komt en waardoor communicatie tussen God en mens mogelijk wordt.
D. Een Onbepaalde Gestalte
Toch, het mysterie lokt en verleidt mensen om zich een voorstelling van God te maken, zoals die van een eerbiedwaardige oude man met baard, wat tegen het gebod van God indruist en daarom per definitie lasterlijk is. We weten zelfs niet of de Goddelijke aanwezigheid, zoals die in Openbaring 4 beschreven wordt, het gehele wezen van God omvat. Slechts dat de Hoogheilige God Geest is en alom tegenwoordig en dat Hij soms iets van Zijn luisterrijke wezen laat zien, zij het altijd getemperd door een wolk of wat dan ook, opdat de volle kracht van Zijn vurige verschijning de sterfelijke toeschouwer niet zou verteren; Deuteronomium 4:12 HSV getuigt daarover:
En de HEERE sprak tot u vanuit het midden van het vuur; het geluid van de woorden hoorde u, maar een gestalte zag u niet, er was alleen een stem.
En 1 Timoteüs 6:16 HSV:
Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien.
Ook in Openbaring 4 gaan we ervan uit dat sprake is van de Heerlijkheid van Jahweh. Op zich is dat een vaag begrip, zeker, maar daar moeten we het mee doen.
________________________________________________________________________________________
Vers 3: En Degene die daar zat, had een uiterlijk als van jaspis en carneool. Ook was er een stralen- krans die de hoge troon omcirkelde, welke het uiterlijk van smaragd had.
Johannes ziet Iemand op de hoge troon en probeert het fenomeen te beschrijven. Hij gebruikt daarvoor kostbare edelstenen; een hoge norm die bij de hemelse verschijning past. Johannes ziet een stralenkrans (geen regenboog zoals men ook vertaald). Een smaragd is groen en groene regenbogen bestaan niet.
Jaspis is fijnkristallijne kwartssteen die meestal een roodbruine of rode kleur heeft. Carneool of sardius is ook een kwartssteen, echter met een dieprode kleur. Johannes ziet dus een vage figuur die een rode of dieprode uitstraling heeft. Dat suggereert een vurige bron die wordt afgeschermd, zoals de Heerlijkheid des HEEREN (of: Sjechinah van Jahweh) werd afgeschermd in de wolkkolom (Exodus 13:21, Psalm 99:7).
Het woord stralenkrans gebruikt Johannes kennelijk om aan te geven dat, wat hij bij of boven de troon ziet, een boog of uitspansel is (het is zeker geen regenboog en ook de kleur wijkt af (1)). Smaragd is een diepgroene edelsteen. Kennelijk hebben we te maken met een soort halo van diepgroene kleur die zich als een boog of gewelf rond de troon van God verheft. Ezechiël 1:28 spreekt erover:
Zoals het uiterlijk van de regenboog, die in de wolken verschijnt op de dag van de regen, zo was het uiterlijk van de lichtglans rondom. Het was de verschijning van de gedaante van de heerlijkheid van de HEERE.
De vurige verschijning van God die Johannes in zijn visioen ziet, wordt aanvullend beschreven in Ezechiël 1:4 (HSV):
En uit het midden ervan kwam iets als de schittering van edelmetaal, uit het midden van het vuur.
En ook daar is sprake van een soort halo – Ezechiël 1:4 (HSV) spreekt namelijk van een lichtglans eromheen of uitspansel.
1) Laten we vooral duidelijk zijn: een groene regenboog bestaat niet. Desondanks wordt in de meeste vertalingen toch van een regenboog gesproken. Dat verbindt men vervolgens met de belofte in Genesis 9:12-16 dat de hoge God de aarde niet meer zal verderven en daarmee wordt die vermeende regenboog tot een teken van hoop voor de christelijke kerk of de mensheid. Zo wordt een onzorgvuldige vertaling de basis voor een foute uitleg die grote gevolgen heeft. Want op die hemelse vergadering die met Openbaring 4 begint, verdwijnt het ‘teken van de regenboog’ en dat is tevens het startsein voor de oordelen van God over de aarde, zoals bevestigd wordt in Openbaring 6:2, Exegese.
________________________________________________________________________________________
Vers 4: Rondom de hoge troon stonden vierentwintig (andere) tronen en op die tronen zag ik vierentwintig oudsten zitten die bekleed waren met witte klederen. Ook hadden zij gouden kransen op hun hoofden.
Van de vierentwintig vertegenwoordigen twaalf oudsten het ware Israël in de hemel, het tweede twaalftal de Gemeente van Christus (een verwijzing naar de twaalf apostelen). Mattheüs 19:28 (HSV) getuigt:
Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.
De oudsten worden in het getal vierentwintig als eenheid gepresenteerd. Dat bevestigt Openbaring 21. Want als het Nieuwe Jeruzalem nederdaalt op de aarde, worden de beide takken van het heil verenigd. Openbaring 21:12-13 spreekt namelijk van twaalf poorten in de muren van het nieuwe Jeruzalem die de namen van de stammen van Israël dragen én twaalf fundamenten die de namen van de twaalf apostelen van het Lam dragen. De oudsten worden hoog geëerd, want zij zitten op tronen rond de Heerlijkheid van Jahweh en zijn bekleed met witte klederen. Zij hebben de zaligheid ontvangen en bezitten een verheerlijkt lichaam. Ook de gouden kransen – teken van de overwinning in Jezus Christus – duiden daarop.
________________________________________________________________________________________
Vers 5a: Van de hoge troon gingen bliksemschichten uit samen met donderslagen; te weten de geluiden daarvan.
Het aanzicht van de hemelse verschijning was al indrukwekkend. Daar komen nog bliksemschichten en zware donderslagen bij. Ook Ezechiël 1:4a spreekt daarover:
Toen zag ik, en zie, een stormwind (= een zwaar onweer) kwam uit het noorden, een grote wolk, flitsend vuur en een lichtglans eromheen.
Bliksemschichten kun je zien, donderslagen niet. Echter dan zie je onweerswolken. Ezechiël (1:4) zag die wolken daadwerkelijk, Johannes niet, vandaar zijn accurate toevoeging: te weten de geluiden daarvan.
Vers 5b: Ook brandden er zeven vurige lampen vóór de hoge troon; deze zijn de zeven Geesten van God.
Aartsengelen kunnen menselijke gestalten aannemen (Lucas 1:26-38, Handelingen 1:10-11). Ze vertonen zich als mannen in witte klederen. In andere gevallen stralen ze een soort licht uit (Lucas 2:9, 24:4). Dat licht kleeft hen aan omdat zij vaak dichtbij God verkeren. Ook hier staan ze dicht bij God. Zij ondergaan zo directe invloed van het Goddelijk vuur, vandaar dat Johannes hen als vurige lampen omschrijft. Waar mensen sterven vanwege dat verterend vuur, blijken aartsengelen het te kunnen verdragen.
Vers 5c: deze zijn de zeven Geesten van God.
De apostel Johannes spreekt van Geesten, omdat aartsengelen, in tegenstelling tot gewone engelen, zelfstandig denkende wezens zijn die goed en kwaad kunnen onderscheiden en kiezen. Oorspronkelijk waren er twaalf aartsengelen die God ten dienste stonden. Satan rebelleerde tegen God en vier aartsengelen volgde hem in het kwaad. Die vier gevallen aartsengelen zijn heden gelukkig in verzekerde bewaring gesteld, dus gebonden. We komen hier in een later stadium uitgebreid op terug.
________________________________________________________________________________________
Vers 6: En in de tegenwoordigheid van de hoge troon was iets dat leek op een transparante zee, als van kristal. In het centrum bij de hoge troon en tevens rondom die troon waren vier levende wezens, geheel bedekt met ogen, zowel van voren als van achteren.
Vers 7: Het eerste levende wezen zag eruit als een leeuw; het tweede levende wezen als een stierkalf; het derde levende wezen had een gezicht als van een mens en het vierde levende wezen leek op een vliegende adelaar.
Glas was toen slecht doorzichtig, daarom gebruikt Johannes helder water als voorbeeld. Hij vergelijkt het tevens met kristal vanwege het geschitter. Johannes beschrijft dus een plateau dat eruit zag als doorzichtig kristal. Levende wezens kan op mensen slaan of op elk denkbaar dier. Uit Ezechiël 1 en 10 leren we dat Johannes Cherubs ziet; hemelwezens die kennelijk geheel met ogen bedekt zijn, wat bevestigd wordt in Ezechiël 10:12. Wat het uiterlijk van de vier Cherubs symboliseren is onbekend. We laten het maar open.
________________________________________________________________________________________
Excurs 1: De Troon of Troonwagen
De troon van God is een verhoogde plaats, waar de Heerlijkheid van Jahweh op rust. Ezechiël 1:28 helpt ons verder (we geven een directe vertaling uit de grondtekst (1)):
Ik zag dat die gelijkenis van vuur (2) door stralend licht (3) was omgeven. Het was als de verschijning van de regenboog, zoals die in de wolken staat op een regenachtige dag. Aldus was de verschijning van de omhullende uitstraling (4).
Dankzij de gegevens van de profeet Ezechiël kunnen we nu een redelijk betrouwbare beschrijving van het hemelse tafereel geven. De hoge God troont op een glasachtig plateau dat gedragen wordt door Cherubs (= de vier levende wezens) die er in een kring onder staan. Zijn vurige uitstraling wordt getemperd door een omhullende uitstraling (wellicht een wolk, zoals de wolkkolom in Exodus 13:21-22). Daar boven – rustend op het doorschijnend plateau – ziet Johannes een smaragdgroene boog, die mogelijk een soort koepel of uitspansel boven de troonwagen vormde. Het geheel vormt de troonwagen van Jahweh, waarmee Hij zich verplaatst, zoals Ezechiël 11:22-23 beschrijft.
Op hetzelfde niveau als de vier Cherubs – vóór de troonwagen, in een halve kring daaromheen – staan de vierentwintig tronen van de oudsten.
Wat de ogen van de Cherubs voorstellen, wordt nergens vermeld. Gaan we simpel af op de literaire betekenis van de tekst dan zal misschien bedoeld worden dat Cherubs het vermogen hebben alles te zien wat om hen heen gebeurt.
Noten en Verwijzingen:
2) Dat betreft de Sjechinah van Jahweh, ook wel genoemd: de Heerlijkheid des HEEREN.
3) Met een uiterlijk van smaragd – Openbaring 4:3.
4) De afscherming van de Goddelijke verschijning voor menselijke ogen.
(Weerd, Ezechiël 1, pagina 44, 54 en 55 1))
________________________________________________________________________________________
Vers 8: De vier levende wezens, elk voor zich, hadden zes vleugels boven elkaar die rondom en aan de binnenkant vol ogen waren. Bij dag noch nacht hadden zij rust. Ze zeiden: heilig, heilig, heilig is de Heer, de ware God, de Almachtige, Die was en Die is en Die komt.
Ook betreffende dit vers geeft Ezechiël aanvullende gegevens, namelijk in hoofdstuk 1:23. We geven een directe vertaling uit de Hebreeuwse grondtekst, want die is wat duidelijker dan de meeste traditionele vertalingen:
En onder dat uitspansel (1) waren hun twee vleugels – degenen die uitgestrekt waren (2) –, elk daarvan naar één van de andere. Bij elk behoorden er twee die hen diende als overdekking (3) en twee die hun lichamen afdekten (4).
1) Het uitspansel in Ezechiël bestaat niet alleen uit een zee of plateau van glas, waar God op troont, maar ook nog uit een soort koepel die daarop rust. In Openbaring vinden we die koepel niet, tenzij de ‘groene stralenkrans (vers 3) daar op duidt.
2) De twee middelste vleugels blijken, links en rechts, naar de volgende Cherub uitgestrekt.
3) De bovenste twee vleugels dienen als drager van het transparante plateau, waar God op troont.
4) De onderste twee vleugels bedekken de lichamen van de Cherubs.
Hier geeft Ezechiël 1:23 nog aanvullende gegevens. We geven een directe vertaling uit de grondtekst:
Onder dat uitspansel waren hun twee vleugels – degenen die uitgestrekt waren, elk daarvan naar één van de andere. Bij elk behoorden er twee die hen diende als overdekking en twee die hun lichamen afdekten.
Het is nauwelijks aannemelijk dat de levende wezens voortdurend het heilig, heilig, heilig, etc. scanderen, zoals sommigen verklaren. Waarschijnlijk is hun invocatie de inleiding op een belangrijke gebeurtenis aan het Hof van Jahweh, namelijk de overhandiging van de boekrol van het oordeel aan Jezus Christus.
Een Permanente Taak
De vier levende wezens hebben een permanente taak, waarvan ze nooit ontheven worden. Zij dragen de troon van God en verplaatsen die op Gods bevel. Kennelijk vormen de troon, de vier Cherubs, het plateau en de groene koepel of halo één geheel. Vandaar dat in verklaringen van Ezechiël 1 en 10 door velen van een troonwagen wordt gesproken. Deze profeet beschrijft ook hoe die troonwagen zich verplaatst (onder andere in Ezechiël 1:12 en 24) 1).
________________________________________________________________________________________
Vers 9 tot 11:
9 En als de levende wezens lof, eer en dank brachten aan Hem die op de hoge troon zat, Die leeft tot in eeuwigheid,
10 wierpen de vierentwintig oudsten zich neer voor het aangezicht van Hem Die op de hoge troon zat, aanbaden Hem Die leeft tot in eeuwigheid en wierpen hun kransen vóór de hoge troon, zeggende:
11 U, o Heer, bent waard te ontvangen de glorie en de eer en de macht, want u hebt geheel het AL geschapen; ja, door de wil van U is het geworden en werd het geschapen. U, o Heer, bent waard te ontvangen de glorie en de eer en de macht.
Uit vers 11 blijkt wie die gestalte op de troon is: de hoge God. Jezus zit nu niet meer naast Hem (zoals in Openbaring 3:21). Hij is van die plaats afgedaald om de boekrol in ontvangst te nemen (Openbaring 5).
Vers 8b-11 leidt in tot een sleutelmoment in de heilsgeschiedenis. De plaats van handeling is allerheiligst. Alle grote machten die God dienen, zijn aanwezig. De ceremonie begint met een driewerf gescandeerd heilig door de Cherubs, gevolgd door Zijn titels: de ware God, de Eeuwige. Zo wordt Hij nadrukkelijk buiten de tijd geplaatst. Na de Cherubs spreken de oudsten. Zij vertegenwoordigen de mensheid op aarde (het ware Israël en de gelovigen uit de volken) én de mensheid in de hemel (de Gemeente van Christus samen met de oudtestamentische heiligen). Hun invocatie betreft de erkenning dat de Hoogheilige de bron van geheel het AL is. Dat AL wijst op de gehele schepping. Zij getuigen dus over wat wel in de tijd staat en spreken daarom van: ja, door de wil van U is het geworden en werd het geschapen.
________________________________________________________________________________________
Deze studie is niet meer dan een uittreksel met beperkte inhoud. Voor een veel uitgebreider bespreking verwijzen we naar:
De Openbaring van Jezus Christus door GertA. van de Weerd.
Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

