Mattheüs 13 Bethel (Grondtekst)

📄 Download deze Bijbelvertaling (PDF)

Mattheüs 13:1-50

1 Eens, op een gedenkwaardige dag, had de Heer Jezus de stad verlaten, weg van Zijn huis. Hij installeerde Zich op de oever van het Meer van Galilea

2 Daarop waren grote groepen mensen samengestroomd. Om die reden was Jezus aan boord gegaan van een boot die er al lag en ging daar zitten terwijl de menigte op het strand bleef staan. Toen heeft Hij hen grote dingen in gelijkenissen verteld.

De Gelijkenis van de Zaaier

3 Jezus richtte Zich tot hen en sprak – Hoor toe! Een zaaier ging eropuit om te zaaien.

4 Toen hij aan het zaaien was, viel een deel helaas aan de kant van de weg. Toen kwamen de vogels en aten dat op.

5 Een ander deel nu viel op de rotsgrond waar weinig aarde lag. De zaden schoten al snel op, hoewel de grondlaag er niet diep was.

6 Toen dan de zon opgekomen was, werden ze verschroeid en bij gebrek aan wortel verdorden ze.

7 Weer een ander deel viel tussen de dorens. Toen die dorens opschoten verstikten ze dat zaad.

8 De overige zaden vielen in goede grond en droegen vrucht; de één zelfs honderdvoudig, de ander zestig- of dertigvoudig.

9 Laat eenieder die oren heeft dit ter harte nemen.

Onthulling van Verborgenheden – Alleen voor de Discipelen

10 Nadien kwamen de discipelen naar Jezus toe en vroegen Hem: Waarom spreekt U hen toe in gelijkenissen?

11 Ten antwoord verzekerde Hij hen: Omdat het júllie gegeven is om alle verborgenheden van het hoge Hemelse Koninkrijk te kennen, maar aan hun is het niet gegeven.

12 Want alleen aan wie vasthoudend is, zal gegeven worden, ja bovenmatig toebedeeld. Wie echter niet vasthoudend is, van hem zal zelfs wat hij heeft afgenomen worden.

13 Dit is de reden waarom Ik in gelijkenissen tot hen spreek: Omdat zij ziende blind zijn en horende doof, noch iets begrijpen.

14 In hen wordt heel de profetie van Jesaja vervuld die voorzegt: Met uw oren zult u horen en er waarschijnlijk niets van begrijpen. En onder uw ogen zult u het zien gebeuren, maar het meestal niet kunnen doorgronden.

15 Want het hart van heel dit volk is egoïstisch geworden. Hun oren zijn te weerspannig om te horen en hun ogen hebben zij toegesloten. Wanneer zullen hun ogen eindelijk zien, hun oren horen, hun hart verstaan, zodat zij zich bekeren en Ík hen dan helen kan?

16 Echter jullie hebben gezegende ogen zodat zij dieper zien en jullie oren zijn gezegend zodat ze wel horen.

17 Want Ik verzeker jullie dat vele profeten en rechtvaardigen verlangend uitgezien hebben naar wat zich voor jullie ogen afspeelt, maar zij hebben het niet moge beleven – en te horen wat jullie horen en ze hebben het niet gehoord.

18 Daarom dienen júllie de werkelijke gelijkenis van de zaaier aan te horen.

De Gelijkenis van de Zaaier: de Uitleg

19 De meeste mensen zullen het Woord van het Koninkrijk dat zij horen niet verstaan. Als

het kwaad zijn werk doet, wordt het gezaaide in hun hart radicaal verwijderd. Dat is hetgeen langs de weg gezaaid werd.

20 Wat nu op de rotsgrond gezaaid was, is degene die het Woord hoort en dat meteen met vreugde tot zich neemt.

21 Helaas heeft het geen wortel in hemzelf; het is een opwelling. Als dan verdrukking en vervolging om het Woord hem overkomt, komt hij terstond ten val.

22 Het zaad dat tussen de dorens gezaaid werd, dat is iemand die het Woord hoort en afgeleid wordt door deze wereld en het bedrog van de rijkdom. Dan verstikt het Woord en wordt het onvruchtbaar.

23 Het overige zaad dat op goede grond gezaaid was, is hij die het Woord hoort én begrijpt. Die draagt dan vrucht: de één zelfs honderdvoudig, de ander zestig- of dertigvoudig.

De Gelijkenis van de Tarwe en de Dolik

24 Jezus vertrouwde hen een vergelijkbare gelijkenis toe. Hij vervolgde en zei: Het hoge Hemelse Koninkrijk is te vergelijken met een mens die goed zaad in zijn akker zaaide.

25 Toen dan de mensheid diep in slaap was, kwam de Vijand zelf. Hij zaaide dolik over de tarwe en verdween toen.

26 Pas toen het graan opgeschoten was en vrucht had voortgebracht kwam ook de dolik tevoorschijn.

27 De knechten benaderden de heer des huizes, spraken hem aan en zeiden: Heer, het is toch uitgesloten dat u in uw akker geen goed zaad hebt laten zaaien? Waar komt dan de dolik vandaan?

28 Hij legde hen toen uit: Dat heeft een vijandig mens gedaan. Toen drongen de dienaren erop aan: Zullen wij er dan heengaan om het te verzamelen?

29 Die heeft echter verklaard: Neen, jullie kunnen op dit moment de dolik niet verzamelen, omdat je daarmee ook de tarwe ontwortelt.

30 Als de tijd van de oogst aangebroken is, zal ik de maaiers opdragen: Verzamel eerst de dolik en bind die in bossen om ze te verbranden. Breng de tarwe zelf dan bijeen in mijn schuur.

De Gelijkenis van het Mosterdzaadje

31 Jezus vertrouwde hen nog een soortgelijke gelijkenis toe. Hij ging verder en zei: Het hoge Hemelse Koninkrijk is gelijk aan een mosterdzaadje dat iemand nam en in zijn akker zaaide.

32 Dat is immers de kleinste van alle zaden, maar als het is opgegroeid groter dan alle andere tuinplanten, want het wordt een boom zodat de vogels van de hemel komen en in zijn takken nestelen.

De Gelijkenis van het Zuurdesem

33 Jezus vertrouwde hen nog een gelijkenis toe: Het hoge Hemelse Koninkrijk is gelijk aan gist dat door een vrouw gebruikt werd om het in drie maten meel te verbergen, totdat het helemaal doorzuurd was.

Jezus Neemt Afstand van de Menigte

34 Over al deze dingen sprak de Heer Jezus alleen in gelijkenissen tot de menigte. Behalve de gelijkenis zelf vertelde hij hen helemaal niets meer.

35 Opdat vervuld zou worden wat door de hoge profeet uitgesproken is, toen hij zei: Ik zal Mijn mond openen in gelijkenissen. Ik zal luid uitspreken wat verborgen is sinds de grondlegging van de wereld. Toen liet de Heer Jezus de menigte alleen achter.

De Gelijkenis van de Tarwe en de Dolik: de Uitleg

36 De Heer Jezus ging naar Zijn eigen huis. Daar drongen de discipelen erop aan dat Jezus hen de gelijkenis van de dolik op de akker zou verklaren.

37 Hij heeft ze toen wél geantwoord en lichtte hen toe: Hij die het goede zaad zaait is de Zoon des Mensen.

38 Welnu de akker is de wereld en het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk, maar de dolik duidt de kinderen van het kwaad. Echter de vijand die hen gezaaid heeft, is de Duivel.

39 Dit is bovendien ook de oogst van de voleinding van dit tijdperk en degenen die maaien zijn engelen.

40 Evenals de dolik wordt verzameld en met vuur verbrand, zo zal het gebeuren bij de voleinding van dit tijdperk.

41 De Zoon des Mensen zal Zijn hoge engelen uitzenden en zij zullen uit Zijn Koninkrijk allen verzamelen die een ander ten val brengt en eenieder die onrecht pleegt.

42 Dan zullen zij hen naar de oven van het verterend vuur overbrengen. Ter plaatse zal alom het gejammer en tandengeknars weerklinken.

43 In die tijd zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Laat eenieder die oren heeft dit ter harte nemen.

De Gelijkenis van de Schat in de Akker

44 Anderzijds is het hoge Hemelse Koninkrijk gelijk aan een schat die in de akker verborgen lag. Toen een man die vond, verborg hij hem en ging vervuld van blijdschap heen. Daarop verkocht hij alles wat hij had en kocht die akker.

45 Evenzo is het hoge Hemelse Koninkrijk vergelijkbaar met een koopman die op zoek was naar mooie parels.

46 Toen hij die gevonden had – het was een uitzonderlijke en kostbare parel – heeft hij alles wat hij bezat verkocht en kocht hem.

De Gelijkenis van het Visnet

47 Ook is het hoge Hemelse Koninkrijk gelijk aan een visnet dat in de zee wordt neergelaten en allerlei soorten vis bijeenbrengt.

48 Toen het vol genoeg was, trokken de vissers het net op de oever. Daarna gingen ze zitten en verzamelden de goede vis in kuipen, maar wat rot was werd buiten geworpen.

49 Aldus zal het geschieden bij de voleinding van dit tijdperk: De hoge engelen zullen uittrekken en alle kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden.

50 Zij zullen hen naar de oven van het verterend vuur overbrengen. Daar zal alom het gejammer en tandengeknars weerklinken.

De Bekeerde Schriftgeleerde

51 De Heer Jezus vroeg hen dringend: Hebben jullie dit alles begrepen? Zij antwoordden Hem: Jazeker Heer.

52 Hij echter voegde daaraan toe: Om die reden zal iedere schriftgeleerde die tot discipel gemaakt wordt in het hoge Hemelse Koninkrijk, gelijk zijn aan een heer des huizes die uit zijn schat nieuwe en oude dingen opdiept.

53 En het geschiedde toen de Heer Jezus deze gelijkenissen beëindigd had, dat Hij vandaar vertrok.

Jezus wordt door Zijn Vaderstad Verworpen

54 Hij kwam aan in Zijn vaderstad en gaf de inwoners onderricht in hun synagoge met de bedoeling om hen te schokken. Toen vroegen zij zich af: Waar heeft Hij toch dit inzicht en die bijzondere krachten vandaan?

55 Is dit niet die bekende zoon van de aannemer? Maria is toch Zijn moeder en Jacobus, Joses, Simon en Judas zijn toch Zijn broers en dan nog al Zijn zussen, horen die niet allen bij ons?

56 Wat is toch Zijn bron in dit alles? En zij namen aanstoot aan Hem.

57 Jezus echter deed de bittere uitspraak: Nergens is een profeet zonder eer behalve in Zijn vaderstad en in Zijn eigen huis.

58 Dus verrichtte Hij vanwege hun ongeloof daar niet veel wonderen.

Dit is een directe vertaling uit de Griekse Grondtekst. Een verantwoording daarvoor vindt u in De Verklaring van Mattheüs door Gert A. van de Weerd. Daarin wordt deze afwijkende tekst breed verantwoord.

Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.