Mattheüs 4 Bethel (Exegese)

📄 Download deze Bijbelverklaring (PDF)

Mattheüs 2:1-23 – De Verklaring

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn we getuige van een bijzonder tweegesprek tussen Jezus en Satan. Er duelleren twee hemelse machten – echter niet in de hemel, maar op de aarde. Satan is de huidige overste van deze wereld, Jezus Christus de toekomstige (dan met de titel: Koning). Jezus en Satan duelleren met woorden op een hoog niveau, waarin door beiden de hoge positie van de ander erkend wordt. Betreft het een duel met gelijke kansen? Neen, Jezus duelleert als het ware met één hand op Zijn rug gebonden. Want Zijn hemelse macht kan Hij niet voor Zichzelf aanspreken, wel voor anderen. Hij is immers aan de mens gelijk geworden (Filippenzen 2:7) en dat plaatst Hem in een kwetsbare positie.

Naast het Vaderhuis waar God Zijn woning heeft is er een engelenhemel, waar onder andere engelen, aartsengelen en zonen Gods verblijven, maar ook demonen en (zo blijkt uit Job 1:6) ook Satan is daar regelmatig. De engelenhemel is een ‘geesteswereld’. Dat heeft als bijeffect dat daar geen verhulling bestaat. Wat je ziet is wat je krijgt. De gestalte van een geest weerspiegelt zijn bedoelingen. Goede engelen en wezens tonen een aangename gestalte, terwijl boze machten als draken en verscheurende beesten worden beschreven (Openbaring 12 en 13). Echter dat is hun gestalte in de engelenhemel. Op aarde kunnen ze zich vermommen als een mens, zoals bijvoorbeeld de Antichrist. En Satan (de Draak) kan zich voordoen als een engel van het licht (2 Korintiërs 11:14).

Het Tweegesprek tussen Jezus en Satan

De geschiedenis over de verzoeking in de woestijn beschrijft een zeer wonderlijke ontmoeting op aarde: die tussen Jezus en Satan. Het is een verslag dat tot de verbeelding spreekt. Door de eeuwen heen werden dan ook allerlei schilderijen gemaakt die deze gebeurtenis in beeld brengen. Daarop zien we vaak een onaantrekkelijke figuur met vleugels (en soms horens) die Satan voorstelt (niet de vleugels van een ooievaar – de mooie dus – maar van een vleermuis) en een opvallend heilige persoon (vaak met aureool) die Jezus is – meestal met een lijdende trek op Zijn gezicht.

Niets van dit alles klopt. Satan draagt op aarde (als hij dat wil) een gestalte als van een engel van het licht – en heeft wellicht een mensengestalte zonder vleugels gehuld (wellicht) witte kleren (Mattheüs 28:3) – de gestalte die aartsengelen aannemen als ze een taak op aarde uitvoeren. Kortom een indrukwekkende en wellicht aantrekkelijke figuur. Jezus daarentegen heeft net 40 dagen gevast en zal er ‘getekend’ uitgezien hebben – hongerig en moe. Dat zijn van die momenten waarop verleidingen extra sterk binnenkomen.

De Verklaring – Mattheüs 4:1-11 De Verzoeking in de Woestijn

Vers 1 Korte tijd daarna werd de Heer Jezus door de Geest opwaarts weggevoerd naar de Grote Wildernis om beproefd te worden door de Duivel (de hoogste Lasteraar).

Jezus keert na zijn doop aan de Jordaan niet direct terug naar Neder-Galilea. De Geest van God neemt Hem op en voert Hem naar de Grote Wildernis – dat is de desolate rotsige wildernis, oostelijk van de Jordaan, die geleidelijk overgaat in de Syrische Woestijn. Het doet nogal vreemd aan dat juist de hoge God Jezus naar een eenzame plaats brengt om verzocht te worden en verklaringen gaan alle kanten op. Heeft Satan soms van God een seintje gekregen: ‘Ga je gang’? Of oefent Satan hier zijn recht uit als ‘overste van deze wereld’? Is het een voorafschaduwing van de beproeving van Jezus in Gethsémané? Of presenteert de hoge God hier Zijn Voorvechter aan Satan? Wordt met deze ontmoeting Satan de wacht aangezegd – dus in feite aangekondigd dat zijn heerschappij op aarde op termijn beëindigd zal worden? Ik denk het laatste.

Vers 2 Toen Hij dan veertig dagen en veertig nachten gevast had, begon Hij uiteindelijk gebrek te leiden.

Jezus verblijft veertig dagen in de woestijn. Overdag is het schroeiend heet, in de nacht bijtend koud. Dat mergelt een mens uit – ook Jezus, want Hij was in alles de mens gelijk, uitgenomen de zonde. Aan het einde van die 40 dagen is zijn voedsel op en dreigt de hongerdood.

Vers 3 De sluwste Beproever was ook daarheen gekomen (Satan). Hij deed de suggestie: Als u de Zoon van de hoge God bent, beveel dan deze stenen hier opdat zij broden mogen worden

Als Jezus honger krijgt, verschijnt Satan en spreekt hij Jezus aan als zijns gelijke en zegt hoofdschuddend: Wat doe jij jezelf aan? Als je zo’n honger hebt, waarom beveel je dan deze stenen niet dat ze brood worden? Zo zinspeelt Satan op de macht die Jezus als Goddelijk wezen had en die Hij vrijwillig opgegeven heeft om de hoge God te dienen. Voor Satan is een dergelijke opoffering absurd; een teken van zwakte.

Vers 4 Jezus nu negeerde zijn vraag. Hij zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van heel het Woord dat van de mond van God uitgaat.

Jezus gaat niet eens in op de suggestie van Satan. Hij gehoorzaamt een andere roep. Die van het Woord van God – dus de Raad Gods. Want de Hoogheilige heeft Hem met een taak belast die Hij vrijwillig op Zich nam. Namelijk om voor mensen een nieuwe weg tot de hoge God te openen door de zonde te verzoenen, opdat zij aan God toebereid de Zaligheid kunnen beërven. Dat gaat recht tegen de doelstelling van Satan in die immers zelf als God wil zijn en daarom mensen verleidt om zijn kant te kiezen.

Had Jezus dat brood dan niet hard nodig? Natuurlijk wel, maar Hij maakt Satan duidelijk dat er hogere doelen in het leven zijn dan behoefte aan voedsel. Wellicht moeten we hier zelfs vermoeden dat ‘brood uit stenen maken’ zijn menswording overstijgt, dus niet beantwoordt aan het mandaat dat de hoge God Hem gegeven heeft. Want elk verzoek van Satan in dit kader is bedoeld om Jezus tot zonde te verleiden.

Dat Jezus Satans suggestie negeert, is een subtiele doch keiharde afwijzing. Jezus presenteert zich zo als de ware Voorvechter van God en dat geeft Hem een uitzonderlijk verheven status.

Jezus citeert hier Deuteronomium 8:3b. Het Woord van God is niet alleen een bevel van God. Hier spreekt Jezus over heel het Woord van God. Dat wijst op al het gesproken Woord, dus de Thora en de profeten. En al die profetieën samen vormen de Raad Gods – Gods plan met de mensheid.

Vers 5 Vervolgens nam de Duivel Hem mee naar de hoogheilige stad en zette Hem op de buitenste kantelen van de Tempel.

De macht van Satan is groot. Hij neemt Jezus mee door de lucht naar Jeruzalem (wellicht tegen Zijn wil) en zet Hem op de buitenste kantelen van de Tempel neer. Dat kan de zuidzijde zijn, maar ook de westkant waar we heden de Klaagmuur vinden. Vanaf de kantelen van de buitenste muur keek je daar in een aanzienlijke diepte.

Vers 6 Toen legde hij Hem voor: Als U de Zoon van de hoge God bent, begeef U dan naar de diepte. Er staat geschreven: Indien nodig zal Hij Zijn hoge engelen bevelen die U omringen en zij zullen U met hun handen opvangen opdat U niet verwond zou worden.

Haast terloops suggereert Satan Jezus: Doe eens een stap naar voren en bewijs zo je hoge positie als Zoon van God. Wat kan je gebeuren? God zal je immers nooit laten verongelukken! Weer herinnert Satan Jezus aan de macht die Hij als Engel van Jahweh had. Maar wat is de zin daarvan? Zoekt Satan een bewijs dat deze Jezus dezelfde is als de Engel van Jahweh (of Engel van de HEER). Wist Satan niet zeker of Jezus inderdaad als Gods Zoon geboren was? Zoekt Hij soms bewijs dat Jezus de beloofde Messias is? De woorden: Als U de Zoon van de hoge God bent suggereren dat wel.

Vers 7 De Heer Jezus heeft hem toen tegengeworpen: Maar er staat ook geschreven: Gij zult de Heer, Die uw hoge God is, niet verzoeken.

Het antwoord van Jezus is deels ontwijkend. Hij geeft geen uitsluitsel over Zijn positie. Hij geeft slechts aan dat een mens de Here God niet mag verzoeken door middel van een nutteloze demonstratie om Satan te gerieven. Jezus citeert uit Deuteronomium 6:16. Deze woorden zijn tevens een subtiel verwijt aan Satan. Want Jezus zegt in feite dat de Hoge God ook boven hem staat – ook Satan mag God niet verzoeken. Zo wordt Satan op zijn plaats gezet en daarmee is de tweede verleiding mislukt.

Vers 8 Opnieuw nam de Duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle grote koninkrijken van deze wereld en hun faam.

Satan geeft het nog niet op en voert Jezus mee naar een hoge berg. De grote macht van Satan blijkt ook hier, want hij laat Jezus alle belangrijke koninkrijken van deze wereld en hun faam zien. Hoe hij dat deed legt Mattheüs ons niet uit, maar het zal zeker grote indruk op Jezus gemaakt hebben.

Vers 9 Vervolgens gaf hij Jezus ter overweging: Die zal ik U allemaal geven, mits U door neer te vallen mij aanbidt.

In wezen biedt Satan Jezus hier het koningschap over deze aarde aan. Kon hij dat? Kennelijk wel, want Jezus spreekt hem niet tegen, maar er zit wel een adder onder het gras. Het aangeboden koningschap is onder supervisie van Satan – Jezus zal hem moeten aanbidden.

Vers 10a Daarop adviseerde de Heer Jezus hem: Geef het toch op, Satan. Er staat immers geschreven: De Here, de hoge God, zult gij aanbidden en uitsluitend Hem zult gij vereren. Toen verliet de Duivel Hem.

Dit vers is van grote schoonheid. Jezus wordt niet kwaad en spreekt ook geen vervloeking uit. Haast overbeschaafd klinkt het advies: Geef het toch op. Daarmee zet Hij Satan op zijn plaats en verklaart Hij Zijn missie van een hogere orde dan de beweegredenen van Satan. Uitsluitend Jahweh komt aanbidding toe en dat verwijst naar de centrale belijdenis van het Joodse volk – het Shema: Luister Israël, de HEER, onze God, de HEER is de enige (Deuteronomium 6:4, NBV21). Welnu, dat ‘enige’ bestrijdt Satan; hij wil aan God gelijk zijn. Satan beseft dat zijn poging Jezus te verleiden mislukt is. Hier legt boosaardige sluwheid het af tegen soevereine standvastigheid – een toekomstig Koning waardig. Jezus’ resolute afwijzing – hoewel in beschaafde taal verpakt – zal hard bij Satan aangekomen zijn en we kunnen ervan op aan dat hij Jezus in grote woede verliet.

Vers 11 En zie! engelen verschenen en dienden Hem.

Jezus bleef standvastig, ondanks zijn honger en lichamelijke conditie. Daarin eerde Hij Zijn Vader in de hemel die Hem uitzond. Als dank stuurt de hoge God engelen om Hem te verzorgen en te voeden.

De Verklaring – Mattheüs 4:12-17 Jezus Begint Zijn Aardse Taak

Vers 12 In dezelfde tijd had de Heer Jezus gehoord dat Johannes was gearresteerd. Daarom week Hij uit naar Neder-Galilea.

De opwinding over het optreden van Johannes de Doper, de doop van Jezus in de Jordaan én de ‘stem uit de hemel’ die Jezus als Zoon van God presenteerde, leiden tot een explosieve stemming onder de bevolking van Judea en Galilea. Het gonst van de geruchten. Koning Herodes Antipas besluit in te grijpen voordat het tot een opstand kan komen en beveelt de leiders van de nieuwe beweging gevangen te nemen. Als eerste wordt Johannes gearresteerd. Jezus hoort ervan en besluit naar Neder-Galilea uit te wijken.

Vers 13 Aangezien Hij het gebied van Nazareth reeds verlaten had, begaf Hij zich naar Kapernaüm

waar Hij toen woonde. Dat lag aan de oever van het Meer (van Galilea) in het gebied van Zebulon en Naftali.

Jezus heeft Nazareth, waar Zijn ouderlijk huis stond voor zijn doop al verlaten. Hij woont nu aan de noordzijde van het Meer van Galilea, in Kafarnaüm, wat een veel grotere stad was.

Vers 14 Opdat vervuld zou worden wat door de hoge profeet Jesaja was gesproken, zeggende:

Vers 15 ‘Land van Zebulon en Naftali, grenzend aan het Meer tot over de Jordaan – Galilea van de heidenen:

Vers 16 Het uitverkoren volk dat in duisternis verkeert, heeft een groot licht gezien. Ja over hen die verblijven in dat land en onder de schaduw van de dood leven, is een licht opgegaan.’

Mattheüs citeert uit Jesaja 8:23 tot 9:1 – een van de vele profetieën in de Bijbel die eeuwenlang voor Zijn geboorte de komst van Jezus voorzeggen. Het uitverkoren volk ziet een groot licht (vers 1). Dat licht is Jezus Christus (Mattheüs 4:16 en 5:14) en na Hem wordt dat verspreid door de Gemeente van Christus die immers Zijn lichaam is en waarvan Zijn discipelen de kern vormden. Dat licht verschijnt op twee manieren. In Zijn eerste komst op aarde (dat gebeurde met Zijn geboorte in Bethlehem) en zijn tweede komst op aarde, de wederkomst op de Olijfberg (Zacharia 14:4).

In het Oude Testament leefde het volk Israël onder de bescherming van het Sinaïtische Verbond. Dat was een tweezijdig verbond en de partners daarin waren Jahweh en het volk Israël. Het kon dus eenzijdig door Israël verbroken worden en dat gebeurde uiteindelijk ook. Na die breuk legde de hoge God als straf een bedekking op het volk Israël, zoals onder andere Jesaja 29:10 (NBV21) profeteert:

Want een geest van diepe slaap heeft de HEER over jullie uitgestort: Hij heeft jullie ogen – de profeten – gesloten en jullie hoofden – de zieners – toegedekt.

Die bedekking bewerkte dat de Joden het juiste zicht op het woord van de profeten verloren. De geestelijke staat van het volk Israël (dus ook van Juda – de Joden) is na de breuk in het Sinaïtische Verbond ingrijpend gewijzigd. Het volk Israël dat in Gods Koninkrijk woonde – Kanaän, het Beloofde Land –, genoot onder het Sinaïtische Verbond bescherming en zegen van Jahweh zolang het volk Hem diende. Toen die bescherming Israël ontviel, stond het plotseling in de ‘gure wind’ van de aandacht van Satan die Israël haat. Welnu is was gebleken, want sindsdien overkomt Israël ramp op ramp.

De periode na de breuk in het Sinaïtische Verbond noemt Mattheüs: verblijven in dat land, onder de schaduw van de dood. Het schetst een haast uitzichtloze situatie. Met de komst van Jezus Christus is echter een licht opgegaan voor het uitverkoren volk.

Maar Wat Is dat Licht dan? – Antwoord: Jezus verklaarde de Joden de Schriften en hief daarmee de bedekking op (Jesaja 29:10). Hij liet ‘licht schijnen’ over Gods Woord. Hij toonde tevens aan dat Hij de Messias is en dat het Messiaanse Rijk aanstaande was! Echter, het was een verklaring onder voorwaarde. Die was dat het Joodse volk Jezus Christus als hun Verlosser moesten aannemen.

Het Heil Begon in Galilea – De profetie van Jesaja wijst eeuwen vóór de geboorte op de tijd dat Jezus Christus op aarde vertoefde. Het land van Zebulon en Naftali (vers 15) kreeg toen een nieuwe naam: Opper- en Neder-Galilea. En juist daar deed Jezus Zijn wonderen. Niet in Judea, waar de heilige tempel stond en de ‘bewakers van het Joodse geloof’ woonden. Het heil begon niet in Jeruzalem, maar in Galilea.

Vers 17 Vanaf die tijd begon de Heer Jezus te prediken. De kernboodschap was: Kom tot inkeer, want het hoge Hemelse Koninkrijk is nabijgekomen.

Met de gevangenneming van Johannes de Doper is de heraut van de Messias uitgeschakeld. Dat blijkt het sein voor Jezus om zelf te gaan prediken. Niet in Judea, maar in Galilea zoals de profeet Jesaja gesproken had. Het is dezelfde boodschap als van Johannes (Mattheüs 3:2) en daarmee verklaart Jezus indirect Johannes de Doper als Zijn heraut/voorloper, zoals de profeten hadden voorzegd.

Jezus was geen prediker zonder status. Hij was een rabbi met Semikhah en dat verschafte Hem groot prestige, waardoor Hij overal enthousiast ontvangen werd toen Hij begon te prediken.

Rabbi met Semikhah

Het concept Semikhah (autoriteit) dateert uit de tijd van Mozes, toen Jahweh op de berg Sinaï aan Israël de wet schonk. Sindsdien bestond er een ononderbroken lijn van Thora-onderwijzing. Iemand met die status werd in Jezus’ tijd rabbi met Semikhah genoemd. Jezus Christus kwam om de Wet te vervullen, dus is Zijn bediening – als rabbi met Semikhah – een volstrekt logische afsluiting van die eeuwenlange onderwijzing.

Jezus was een gestudeerd man, want Hij voerde de titel rabbi. Dat betekent: gerespecteerde leraar. Hij was tevens een rabbi met Semikhah (= met autoriteit). Dat was een rabbi die grote geleerdheid en wijsheid werd toegedacht (wij zouden zeggen: een Hoogleraar van naam) en dat tilde Hem boven gewone rabbi’s uit. De autoriteit van een rabbi met Semikhah werd als volgt beschreven (en ook als publieke aankondiging gebruik bij een optreden): Yoreh Yoreh. Yadin Yadin. (Mag hij beslissen? Hij mag beslissen! Mag hij rechtspreken? Hij mag rechtspreken!).

Rabbi met Bijzondere Volmachten – Een gewone rabbi had een vaste standplaats. Echter, rabbi’s met Semikhah trokken door het land. Zij mochten eigen discipelen werven, waren bevoegd om recht te spreken volgens de Joodse wet en om koosjere dieren te offeren (korban). Een rabbi mocht, nadat zijn opleiding was voltooid, die titel vanaf zijn dertigste jaar voeren en dat klopt met de leeftijd van Jezus als Zijn bediening begint. Leidende groepen in Judea en Galilea als Farizeeën, Sadduceeën, Schriftgeleerden en Herodianen spraken Jezus daarom met rabbi aan – dus met respect. De hoge theologische positie van Jezus wordt bevestigd door de Farizeeën en Schriftgeleerden ook al waren ze het vaak niet met Hem eens. Want Jezus wordt van meet af aan geaccepteerd als ‘van hun niveau’ of zelfs nog daarboven, want zij leggen Hem regelmatig omstreden theologische vraagstukken voor. Een rabbi met Semikhah was daarvoor de juiste persoon, want het was hem toegestaan om afwijkende theologische standpunten uit te dragen, mits die adequaat onderbouwd werden.

Jezus werd in alle synagogen (Mattheüs 4:23) als vanzelfsprekend ontvangen als prediker en Hij sprak met gezag (Marcus 1:22 en Lukas 4:32). In beide gevallen dient daar een duidelijke grond voor de zijn en dat was zijn status als rabbi met Semikhah.

Waren er Veel Rabbi’s met Semikhah? Volgens historici waren er in de eeuw vóór Jezus en de eeuw daarna maximaal twaalf. Ten tijde van Jezus kunnen het er dus hooguit twee of drie geweest zijn. Het was daarom een belangrijke gebeurtenis als een rabbi met Semikhah in het openbaar sprak. Dan stroomden de mensen toe om hem aan te horen.

De Verklaring – Mattheüs 4:18-22 – De Roeping van de Eerste Discipelen

De manier waarop Jezus discipelen verwierf, wordt nogal wereldvreemd verklaard. Het volgende beeld wordt geschetst: Jezus wandelt langs de oever van het Meer van Galilea. Daar ziet Hij enige jonge mannen en Hij vraagt hen Hem te volgen. Die laten vervolgens alles uit hun handen vallen en voegen zich bij Jezus – de eerste vier discipelen. Ik noem dat wereldvreemd, want zo is het niet gegaan. Hoe dan wel?

We moeten hier meenemen dat Jezus een hoge status werd toegedacht. Hij was immers een Rabbi met Semikhah en die titel gaf Hem grote autoriteit. Als zo iemand in het openbaar sprak dan stroomden de mensen toe. Welnu volgens vers 17 ging Jezus al predikend rond in Galilea. Het optreden van Johannes de Doper had bij velen al het idee opgeroepen dat deze Jezus wellicht de Messias was. Andreas en Petrus (vers 18), maar ook Jacobus en Johannes (vers 21) waren daar beslist van op de hoogte, want het was het gesprek van de dag. Als Jezus ze uitnodigt om Zijn discipel te worden, spreekt Hij tot jonge mensen die wellicht Hem al als de Messias zagen.

Vers 18 Op zekere dag wandelde de Heer Jezus langs het Meer van Galilea. Hij zag daar twee broers: Simon die Petrus genoemd werd en Andreas die zijn enige broer was. Zij lieten een visnet neer in het meer, want ze waren vissers.

Vers 19 Toen sprak Hij indringend tot hen. (En zei ook): Ga mee, wees Mijn discipel, dan zal Ik jullie vissers van mensen maken.

Toen Jezus aan kwam lopen werd Hij ongetwijfeld herkend. De vissersboot was dicht bij de kust dus konden de twee enthousiaste jongelui snel aan land gegaan. Dan spreekt Jezus hen toe en vraag hen (heel verrassend) Zijn discipelen te worden. Alleen een rabbi met Semikhah mocht dat doen (gewone rabbi’s niet) en dat was een grote eer. Het gerucht ging bovendien dat Jezus de Messias was, dus besluiten beide broers om Jezus te volgen. Zij willen erbij zijn als de Messias koning wordt en de Romeinen verdrijft!

Vers 20 Zij dan lieten zo spoedig mogelijk al hun netten achter en volgden Hem.

Petrus en Andreas trekken de boot op de wal en slaan de netten op. Het ligt voor de hand dat ze toen naar huis gingen om kleding en voedsel klaar te maken. Pas daarna gingen ze naar Jezus toe.

Hoewel in onze vertaling van de grondtekst wat van de abruptheid is verdwenen, zullen de ouders van Petrus en Andreas niet ‘aangenaam verrast’ zijn geweest. Zoons van die leeftijd waren immers belangrijke kostwinners. Toch… aan de andere kant zullen ze ook trots geweest zijn dat een beroemde rabbi – wellicht de Messias – hun zoons als discipel uitkoos.

Vers 21 Toen Hij vandaar verderging, zag Hij twee andere broers – Jacobus de zoon van Zebedeüs en Johannes die zijn enige broer was – op hun eigen schip met Zebedeüs die hun vader was. Zij waren hun netten aan het prepareren toen Jezus hen riep.

Vers 22 Zij op hun beurt verlieten ook zo spoedig mogelijk de boot met hun vader en volgden Hem.

Een tweede schip staat op het punt uit te varen, want zij waren de netten aan het klaarleggen toen Jezus hen riep. De twee andere broers – Jakobus en Johannes – vergaat het net zo als Petrus en Andreas. Ook hier zullen de twee met rabbi Jezus gesproken hebben en na dat gesprek besluiten ook zij om Hem te volgen. Vader Zebedeüs bleef zo alleen achter.

De Verklaring – Mattheüs 4:23-25 – Jezus Geneest de Zieken

Vers 23 De Heer Jezus trok rond in heel Neder-Galilea en gaf onderricht in alle synagogen. Tevens

verkondigde Hij het goede nieuws over het hoge koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal onder het uitverkoren volk.

Deze tekst bevestigt indirect de hoge positie van Jezus. Want alle synagogen ontvangen Hem als Rabbi met semikhah; dus als een rabbi met autoriteit. Bij een optreden werd het volgende afgekondigd: Yoreh Yoreh. Yadin Yadin (Mag hij beslissen? Hij mag beslissen! Mag hij rechtspreken? Hij mag rechtspreken!).

Er waren maar heel weinig rabbi’s die semikhah werden. Misschien waren er toen buiten Jezus nog één of twee, of wellicht was Jezus de enige op dat moment. Hoe dan ook elke synagoge keek uit naar Zijn komst. Dat Hij volgens de geruchten de Messias was, wakkerde de nieuwsgierigheid extra aan – men had immers zo lang op de Messias gewacht!

Toen Ontstond de Eerste Twijfel – Galilea was in opschudding, want met Zijn daden suggereerde Jezus dat Hij de Messias was. Toch maakt Jezus zich niet als zodanig bekend. De mensen zullen zeker verwacht hebben dat Jezus op zou roepen tot een opstand; tot de vorming van een leger met Hem als generaal. Want een lijdende Messias, zoals Hij zich later manifesteerde, kenden de Joden niet. Zij verwachtten een geweldenaar, een Simson. Met Zijn stilzwijgen op dit punt, is de twijfel aan Jezus Christus begonnen.

Vers 24 Toen verspreidde de tijding over Hem zich als een lopend vuur, zelfs tot in het gehele Syrische land. En zij brachten allen die in grote ellende verkeerden tot Hem, omdat zij aan allerlei ziekten leden en onder ernstige pijn gebukt gingen, evenals bezetenen, geesteszieken en verlamden – Hij genas hen allen.

Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe de mensen in Galilea dit beleefd hebben. Wij gaan meestal zonder veel commentaar aan dit vers voorbij, alsof het te groot is om te kunnen geloven. Welnu ik geloof Mattheüs wel en die spreekt over een enorme opschudding onder de bevolking. Opvallend is dat Herodes Antipas niet ingrijpt. Ik denk dat hij volledig verrast werd door deze massale volksbeweging en niet durfde ingrijpen.

Duizenden werden Genezen – Hoeveel mensen zou Jezus genezen hebben? Het zijn er minstens vele honderden geweest, wellicht zelfs duizenden. Het moeten fantastische genezingsdiensten geweest zijn die het land in een toestand van euforie gebracht zullen hebben. Geen wonder dat het zelfs in het naburige Syrië, dat ten noordoosten van Galilea lag, gonsde van de geruchten.

Waarom genas Jezus zo velen? Antwoord: Om Zijn volk te tonen dat Hij de profetieën vervulde en inderdaad de Messias was.

Vers 25 Daarna volgden grote groepen mensen Hem; zij kwamen uit Neder-Galilea, Dekapolis, Jeruzalem en het gebied achter de Jordaan.

De massale genezingen raken overal bekend en dat lokt mensen vanuit de wijde omgeving om naar Jezus te komen. Honderden, misschien zelfs duizenden, volgen Hem.

1) Dekapolis was een Overjordaanse Romeinse provincie ten zuidoosten van het Meer van Galilea.

Dit is een uittreksel van de Verklaring van Mattheüs door Gert A. van de Weerd. Daar wordt de grondtekst diepgaand verantwoord.

Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.