📄 Download deze Bijbelvertaling (PDF)
Mattheüs 4:1-25
De Verzoeking in de Woestijn
1 Korte tijd daarna werd de Heer Jezus door de Geest opwaarts weggevoerd naar de Grote Wildernis om beproefd te worden door de Duivel (de hoogste Lasteraar).
2 Toen Hij dan veertig dagen en veertig nachten gevast had, begon Hij uiteindelijk gebrek te leiden.
3 De sluwste Beproever was ook daarheen gekomen (Satan). Hij deed de suggestie: Als u de Zoon van de hoge God bent, beveel dan deze stenen hier opdat zij broden mogen worden
4 Jezus nu negeerde zijn vraag. Hij zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van heel het Woord dat van de mond van God uitgaat.
5 Vervolgens nam de Duivel Hem mee naar de hoogheilige stad en zette Hem op de buitenste kantelen van de Tempel.
6 Toen legde hij Hem voor: Als U de Zoon van de hoge God bent, begeef U dan naar de diepte. Er staat geschreven: Indien nodig zal Hij Zijn hoge engelen bevelen die U omringen en zij zullen U met hun handen opvangen opdat U niet verwond zou worden.
7 De Heer Jezus heeft hem toen tegengeworpen: Maar er staat ook geschreven: Gij zult de Heer, Die uw hoge God is, niet verzoeken.
8 Opnieuw nam de Duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle grote koninkrijken van deze wereld en hun faam.
9 Vervolgens gaf hij Jezus ter overweging: Die zal ik U allemaal geven, mits U door neer te vallen mij aanbidt.
10 Daarop adviseerde de Heer Jezus hem: Geef het toch op, Satan. Er staat immers geschreven: De Here, de hoge God, zult gij aanbidden en uitsluitend Hem zult gij vereren. Toen verliet de Duivel Hem.
11 En zie! engelen verschenen en dienden Hem.
Jezus Begint Zijn Aardse Taak
12 In dezelfde tijd had de Heer Jezus gehoord dat Johannes was gearresteerd. Daarom week Hij uit naar Neder-Galilea.
13 Aangezien Hij het gebied van Nazareth reeds verlaten had, begaf Hij zich naar Kapernaüm waar Hij toen woonde. Dat lag aan de oever van het Meer (van Galilea) in het gebied van Zebulon en Naftali.
14 Opdat vervuld zou worden wat door de hoge profeet Jesaja was gesproken, zeggende:
15 ‘Land van Zebulon en Naftali, grenzend aan het Meer tot over de Jordaan – Galilea van de heidenen:
16 Het uitverkoren volk dat in duisternis verkeert, heeft een groot licht gezien. Ja over hen die verblijven in dat land en onder de schaduw van de dood leven, is een licht opgegaan.’
17 Vanaf die tijd begon de Heer Jezus te prediken. De kernboodschap was: Kom tot inkeer, want het hoge Hemelse Koninkrijk is nabijgekomen.
De Roeping van de Eerste Discipelen
18 Op zekere dag wandelde de Heer Jezus langs het Meer van Galilea. Hij zag daar twee
broers: Simon die Petrus genoemd werd en Andreas die zijn enige broer was. Zij lieten een visnet neer in het meer, want ze waren vissers.
19 Toen sprak Hij indringend tot hen. (En zei ook): Ga mee, wees Mijn discipel, dan zal Ik jullie vissers van mensen maken.
20 Zij dan lieten zo spoedig mogelijk al hun netten achter en volgden Hem.
21 Toen Hij vandaar verderging, zag Hij twee andere broers – Jacobus de zoon van Zebedeüs en Johannes die zijn enige broer was – op hun eigen schip met Zebedeüs die hun vader was. Zij waren hun netten aan het prepareren toen Jezus hen riep.
22 Zij op hun beurt verlieten ook zo spoedig mogelijk de boot met hun vader en volgden Hem.
Jezus Geneest de Zieken
23 De Heer Jezus trok rond in heel Neder-Galilea en gaf onderricht in alle synagogen. Tevens verkondigde Hij het goede nieuws over het hoge koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal onder het uitverkoren volk.
24 Toen verspreidde de tijding over Hem zich als een lopend vuur, zelfs tot in het gehele Syrische land. En zij brachten allen die in grote ellende verkeerden tot Hem, omdat zij aan allerlei ziekten leden en onder ernstige pijn gebukt gingen, evenals bezetenen, geesteszieken en verlamden – Hij genas hen allen.
25 Daarna volgden grote groepen mensen Hem; zij kwamen uit Neder-Galilea, Dekapolis, Jeruzalem en het gebied achter de Jordaan.
Dit is een directe vertaling uit de Griekse Grondtekst. Een verantwoording daarvoor vindt u in De Verklaring van Mattheüs door Gert A. van de Weerd. Daarin wordt deze afwijkende tekst breed verantwoord.

