📄 Download deze Bijbelvertaling (PDF)
Mattheüs 5:1-48
De Tien Leefregels van Jezus
1 Het drong tot Jezus door hoe groot de mensenmassa was geworden. Hij klom daarom bovenop een berg die daar was en installeerde Zich daar.
2 Zijn discipelen kwamen naar Hem toe en toen begon Hij Zijn betoog. Hij onderwees hen met de volgende uitspraken:
3 Gezegend zijn allen die nederig van geest zijn, want in hen is het ware Hemelse Koninkrijk.
4 Gezegend zijn zij die op de juiste wijze treuren, want zij zullen bemoedigd worden.
5 Gezegend zijn zij die billijkheid nastreven, want zij zullen hun toegewezen land op aarde ontvangen.
6 Gezegend zijn zij die hongeren en dorsten naar ware gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7 Gezegend zijn alle barmhartigen, want zij zullen zelf Goddelijk erbarmen ervaren.
8 Gezegend zijn zij die blijvend rein van hart zijn, want zij zullen de hoge God zelf mogen aanschouwen.
9 Gezegend zijn zij die ware vrede stichten, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Gezegend zijn zij die om de gerechtigheid vervolgd worden, want in hen is het ware Hemelse Koninkrijk.
11 Gezegend bent u als men u smaadt, vervolgt en allerlei leugenachtig kwaad tegen u beraamt, omwille van Mij.
12a Reik uit naar God en gij zult u verheugen vanwege een rijke beloning in de hoge hemel.
12b Evenzo hebben ze de hoge profeten vervolgd die vóór u geweest zijn.
De Taak van de Gelovigen in het Messiaanse Rijk
13 U bent het ware zout op aarde. Als nu dat zout zijn invloed verliest, door wie zal de aarde dan gezouten worden? Niemand zal nog langer die macht hebben. Zal het niet weggedaan worden en door de mensen veracht?
14 U bent het ware licht van deze wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.
15 Noch steekt men een lamp aan en zet die onder een korenmaat, maar plaatst die op haar eigen kandelaar en zo schijnt de lamp voor allen die in het huis zijn.
16 Laat zo een ontdekkend licht op de mensen schijnen, opdat zij al uw goede werken opmerken ter verheerlijking van uw hoge Vader die in de hoge hemel is.
Onderwijzing van de Thora in het Messiaanse Rijk
17 Meen niet dat Ik ben gekomen om de Wet en de hoge profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen maar om ze te vervullen.
18 Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde verdwenen zijn, zal geen enkele letter of leesteken van de Wet tenietgedaan worden tot het zover is dat alles is geschied.
19 Wie desondanks één van deze hoge geboden ontbonden zal hebben – zelfs de geringste – en de mensen daarin onderwijst, zal als minste in het hoge Hemelse Koninkrijk beschouwd worden. Echter wie ze naar beste weten onderhoudt en onderwijst, zal in hoog aanzien staan in het hoge hemelse Koninkrijk.
20 Ik zeg u daarom: Tenzij uw eigen gerechtigheid overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën, zult u het ware hemelse Koninkrijk beslist niet binnengaan.
Toepassing van de Thora in het Messiaanse Rijk
21 U hebt gehoord dat tot de vaderen gezegd is: Gij zult niet doden. En: Wie nu toch moordt zal vervallen aan het Grote Oordeel.
22 Ík zeg u echter dat eenieder die zijn eigen broeder zonder reden tot toorn verwekt, wordt
overgeleverd aan een bevoegde rechter. Wie dan toch nog zijn eigen broeder voor sukkel uitmaakt, zal aan de hoge Raad vervallen. Wie dan nog durft te beweren: gij dwaas, zal vervallen zijn aan het
Verterend Vuur van het Gehenna.
23 Wanneer u om die reden uw voorgeschreven offergave op het grote altaar wilt aanbieden, moge u zich dáár dan realiseren dat deze broeder van u iets tegen u heeft.
24 Laat daar dan liever de voorgeschreven offergave achter, vóór het grote altaar en ga heen. Verzoen u eerst met deze broeder en als u dan weer aangekomen bent, biedt dan pas uw voorgeschreven offergave aan.
25 Stel u vanaf het begin welwillend op jegens uw tegenstander zolang u met hem op de juiste weg bent, opdat deze tegenstander u niet uitlevert aan een bevoegde rechter en deze rechter u overlevert aan de gerechtsdienaar en u dan in de gevangenis wordt geworpen.
26 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Dan zult u beslist niet vrijkomen totdat het zover is dat u zelfs de laatste cent betaald hebt.
27 U hebt gehoord dat tot de vaderen gezegd is: Pleeg geen overspel.
28 Echter Ík zeg u dat eenieder die uit lust een vrouw met zijn ogen uitkleedt, in zijn eigen hart reeds overspel met haar aan het plegen is.
29 Als dan uw eigen rechteroog u ten val brengt, verwijder dan zelf uw oog en doe het weg, want het is u tot winst dat één van uw eigen lichaamsdelen vergaat en niet uw gehele lichaam naar het Gehenna overgebracht wordt.
30 En als uw eigen rechterhand u ten val brengt, hak hem af en doe hem weg, want het is u tot winst dat één van uw eigen lichaamsdelen vergaat en niet uw gehele lichaam naar het Gehenna overgebracht wordt.
31 Ooit is gezegd dat wie overweegt zijn eigen vrouw weg te zenden, haar een scheidbrief moet geven.
32 Maar Ík zeg u dit: Wie overweegt zijn eigen vrouw weg te zenden, uitgezonderd vanwege een beschuldiging van overspel, zet haar aan om zelf echtbreuk te plegen en wie van plan is een gescheiden vrouw te trouwen pleegt overspel.
33 U hebt meermalen gehoord dat tegen de vaderen gezegd is: Leg geen valse eed af, maar houdt alle eden die u voor de hoge Heer gezworen hebt.
34 Ík echter zeg u helemaal niet te zweren, noch bij de hoge hemel – omdat het de troon van de hoge God is;
35 noch bij deze aarde – want dat is Zijn voetbank; noch bij Jeruzalem – want dat is de stad van de Grote Koning;
36 noch zou u moeten zweren bij uw eigen hoofd – want u kunt zelfs niet één haar wit of zwart maken.
37 Laat echter uw eigen jawoord echt ja zijn; nee echt nee. Al wat daaraan toegevoegd wordt leidt tot ellende.
De Liefde als Drijfveer in het Messiaanse Rijk
38 U hebt gehoord dat gezegd is: Oog om oog en tand om tand.
39 Maar Ík zeg u: Reageer niet vijandig op de veroorzaker van het kwaad. Integendeel, keer iemand die u op de rechterwang slaat ook de andere toe.
40 Als iemand u een proces wil aandoen ten einde uw eigen onderkleed af te nemen, sta hem dan ook de bijpassende mantel af.
41 En als iemand u zal dwingen één mijl te gaan, ga dan twee mijl met hem.
42 Geef eenieder wat hij vraagt en keer u niet af van iemand die geld van u lenen wil.
43 U hebt altijd gehoord dat gezegd werd: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand haten.
44 Echter Ík zeg u: Heb uw vijanden lief en zegen hen die u vervloeken. Doe goed aan allen die u haten en bidt voor hen die u bedreigen en vervolgen, opdat u kinderen van uw hoge Vader moge worden, Die in de hemelen is.
45 Hij laat immers Zijn zon opgaan over ellendige en goede dingen en laat het regenen over rechtvaardigen en overtreders.
46 Als u liefhebt omdat iemand anders u liefheeft, is dat dan een verdienste? Beslist niet! Ook de tollenaars handelen zo.
47 En als u alleen uw eigen broeders groet, wat voor bijzonders doet u dan? Ook de tollenaars handelen zo.
48 Wees dan geestelijk volwassen. Uw hemelse Vader is immers volmaakt!

