📄 Download deze Bijbelvertaling (PDF)
Mattheüs 7:1-29
De Schijnheilige Samenleving
1 Oordeelt niet, opdat u niet geoordeeld zult worden.
2 Want met het oordeel dat u velt, zult ú geoordeeld worden. En met de feitelijke maat waarmee u meet, zult u zelf ook gemeten worden.
3 Waarom speurt u dan naar dat ene strootje in een oog van nota bene uw eigen broeder, terwijl u die balk in uw eigen oog niet opmerkt?
4 Hoe kunt u dan tot uw eigen broeder zeggen: Laat mij het strootje uit dat ene oog verwijderen terwijl eenieder ziet dat die balk in uw eigen oog er nog steeds zit?
5 Huichelaar!, verwijder eerst maar die balk uit je eigen oog. Pas dan zult u helder zien om dat strootje te kunnen verwijderen uit het ene oog van uw eigen broeder.
De Gelovige Samenleving
6 Niemand haalt het in zijn hoofd om heilig offervlees aan de honden te geven. Noch overweegt hij om al zijn parels voor de zwijnen uit te strooien. Zouden die de parels niet op een zeker moment met hun poten vertrappen en zich dan omkeren om u te verscheuren?
7 Als u vraagt, zal u ook gegeven worden. Als u zoekt, dan zult u vinden. Als u klopt, dan zal er voor u opengedaan worden.
8 Want eenieder die vraagt ontvangt en wie zoekt die vindt en wie klopt zal opengedaan worden.
9 Is er soms iemand onder u die, als zijn eigen zoon hem om een brood vraagt, hem een steen zal geven?
10 En als hij om een vis vraagt hem een slang zal geven?
11 Als ú dus, die het moeilijk hebt, er al in slaagt het goede aan uw kinderen te geven, hoeveel te meer zal uw hoge Vader Die in de hoge hemel is, het goede schenken aan hen die Hem daarom vragen!
12 Samenvattend: In alles wat u mogelijkerwijs wenst dat de mensen voor ú doen, doe dat zelf ook voor hen. Want dat vormt het hart van de hoge Wet en de hoge profeten.
De Brede en de Smalle Weg
13 U dient door de ene nauwe poort binnen te gaan, want breed is de poort en wijd juist de weg die naar het grote verderf leidt en het zijn er velen die daardoor binnengaan.
14 En omdat juist die poort zo smal is en de ene Weg die naar het ware Leven leidt verengd is geworden, zijn er weinigen die hem vinden.
Valse Profeten en Vruchten van het Geloof
15 Wees dan op uw hoede voor valse profeten die in schaapskleren naar u toe komen. Zijn ze eenmaal binnen dan blijken zij roofzuchtige wolven.
16 Aan juist de vruchten van hen zult u ze herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels?
17 Evenzo brengt een goede boom gezonde vruchten voort, maar elke boom die door rot is aangetast, brengt slechte vruchten voort.
18 Een gezonde vruchtboom kan geen slechte vruchten voortbrengen, evenmin kan een rottende boom gave vruchten voortbrengen.
19 Elke boom die geen gezonde vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gebracht.
20 Evenzo kunt u de (valse profeten) aan hun vruchten herkennen.
Ingaan in het Koninkrijk
21 Niet iedereen die Mij aanspreekt met Heer der Heren, zal in het ware Koninkrijk van de hoge Hemel binnengaan, maar alleen wie bezig is om de heilige Raad van Mijn hoge Vader Die in de hemel is, uit te voeren.
22 Velen zullen op de Dag der Beslissing tot Mij zeggen: Heer der Heren, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, hebben wij niet in Uw Naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet in Uw Naam wonderen verricht?
23 Maar dan zal Ik hen als volgt toespreken: Ga weg van Mij, gij die de wetteloosheid aanhangt. Ik heb u immers nooit gekend!
Het Huis op de Rots
24 Eenieder nu die deze belangrijke uitspraken van Mij hoort én ernaar handelt, zal Ik beschouwen als een wijs man die zijn huis op een vaste rots bouwde.
25 Toen zware regens neerstroomden en de watervloed kwam en hevige winden opstaken die tegen dat huis beukten, kon het niet instorten, want het was gefundeerd op een vaste rots.
26 Maar eenieder die deze belangrijke uitspraken van Mij hoort en ze niet doet, zal als een dwaze man beschouwd worden die zijn huis op het zand bouwde.
27 Toen zware regens neerstroomden en de stortvloed kwam en hevige wind opstak die tegen dat huis beukten, moest het dus wel instorten en zijn ondergang was volkomen.
Jezus: Rabbi met Semikhah
28 Het geschiedde nu, toen de Heer Jezus deze belangrijke rede af ging sluiten, dat allen die er waren versteld stonden over Zijn bijzondere leer.
29 Want Hij onderwees hen als gezaghebbend en week af van de Schriftgeleerden.
Mattheüs7:7-8
Als voorschot op de exegese geef ik een aangepaste versie van Mattheüs 7:7 en 8. Want die tekst wordt zo vaak misverstaan dat we daar extra aandacht aan moeten geven. In de NBG-vertaling staat:
Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
Deze verzen zijn onderwerp van de meest uiteenlopende beschouwingen en verklaringen. Die houden zich zelden aan de grondtekst en haar context. Dat begint al met het veel toegepaste opschrift: Gebedsverhoring of: Bid, en u zal gegeven worden. Nergens in de grondtekst van vers 7-12 is sprake van een gebed, ook niet indirect – dat is in vertalingen erin geslopen. Als we de context gehoorzamen dan zegt Jezus in Mattheüs 7:7 tot Zijn volgelingen (we voegen enige woorden ter verduidelijking in):
Als u het vraagt, zal dat Koninkrijk u ook gegeven worden. Als u dat zoekt dan zult u het Koninkrijk vinden. Als u klopt, dan zal de deur van dat Koninkrijk voor u opengedaan worden.
Wat is dat Koninkrijk? Dat is het Messiaanse Rijk! En aan WIE moeten Zijn volgelingen dat vragen? Aan Jezus natuurlijk, want ze moeten Hem aannemen als hun Verlosser! Vers 8 vervolgt daarom:
Want eenieder die naar het Koninkrijk vraagt ontvangt Jezus en wie aldus zoekt die vindt het Koninkrijk en wie dan klopt zal opengedaan worden en zo het koninkrijk mogen ingaan.
Dit is een directe vertaling uit de Griekse Grondtekst. Een verantwoording daarvoor vindt u in De Verklaring van Mattheüs door Gert A. van de Weerd. Daarin wordt deze afwijkende tekst breed verantwoord.
Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

