Mattheüs 8 Bethel (Grondtekst)

📄 Download deze Bijbelvertaling (PDF)

Mattheüs 8:1-34

De Genezing van een Melaatse

1 Nadat Jezus van de berg afgedaald was, waren grote groepen mensen Hem gevolgd.

2 Plotseling kwam een melaatse naderbij en viel voor Hem neer. Hij zei: Heer, indien U dat wenst, kunt U mij rein maken.

3 Nadat Hij Zijn hand had uitgestoken om hem aan te raken, zei Jezus hem: Het is Mijn verlangen dat u gereinigd wordt en terstond werd hij gereinigd van zijn melaatsheid.

4 Vervolgens zei de Heer Jezus tot hem: Zorg ervoor dat u er met niemand over praat, totdat u zich aan de bevoegde priester getoond hebt en de voorgeschreven gave geofferd hebt die Mozes tot een getuigenis voor de mensen geboden heeft.

Jezus en de Centurio

5 Toen de Heer Jezus nadien Kafarnaüm binnentrok, klampte een centurio Jezus aan en sprak indringend tot Hem:

6 Heer, mijn enige jongen ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.

7 Toen verzekerde de Heer Jezus hem: Als Ik daar aangekomen ben, zal Ik hem genezen.

8 Daarop reageerde de centurio beschroomd en zei: Heer ik ben niet waardig dat U onder mijn eigen dak zou komen. Spreek slechts een enkel woord en mijn enige jongen zal gezond worden.

9 Want ook ik ben een mens die onder bevel staat. Zo heb ik zelf ook weer soldaten onder mij. Als ik tot de één zeg: Ga! dan gaat hij. En als ik tot een ander zeg: Kom! dan komt hij. Als ik tot mijn eigen slaaf zeg: Doe dit! dan doet hij het.

10 Toen de Heer Jezus dat hoorde, verwonderde Hij zich. Daarop deed Hij de volgende uitspraak tot degenen die Hem volgden: Voorwaar Ik zeg u: Nergens in heel Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden.

11 Ik verzeker u daarom het volgende: Velen zullen van het oosten en het westen komen en zij zullen met Abraham, Isaak en Jakob zitting nemen in het Koninkrijk van de Hemelen.

12 Maar uit de afstammelingen van het uitverkoren Koninkrijk zullen er buitengesloten worden, de duisternis in die daarbuiten heerst. Daar zal alom het gejammer en tanden- geknars weerklinken.

13 Daarna sprak de Heer Jezus tot deze centurio: Ga heen, het zal precies zo gebeuren zoals u geloofd hebt. En op hetzelfde moment genas zijn enige jongen.

Genezing van de Schoonmoeder van Petrus

14 Toen de Heer Jezus het ouderlijk huis van Petrus was binnengegaan, merkte Hij op dat diens schoonmoeder door hoge koorts geveld was.

15 Hij heeft haar toen de handen opgelegd en de hoge koorts verliet haar. Vervolgens hielp men haar opstaan en zij diende hen.

Velen Werden Genezen

16 Ondanks dat de avond reeds aangebroken was, werden er velen bij Hem aangeboden die ernstige geestelijke of lichamelijke kwalen hadden. Hij verdreef de besmetting met een enkel Woord en genas eenieder die ziek was.

17 Opdat vervuld zou worden wat door de hoge profeet Jesaja gesproken is, zeggende: Hij is het Die al onze zwakheden op Zich genomen heeft en onze ziekten gedragen.

Het Volgen van Jezus

18 Toen de Heer Jezus op een gegeven moment al die drommen mensen rondom Hem overzag, gaf Hij opdracht om af te varen naar de overkant van het Meer.

19 Maar één van de Schriftgeleerden klampte Hem aan en zei: Leermeester, ik zal U volgen waar U ook heengaat.

20 De Heer Jezus reageerde en zei hem ter overdenking: De vossen hebben holen en de vogels in de lucht nesten, maar Hij Die de Zoon des Mensen is, heeft nergens een plaats om Zijn hoofd neer te leggen.

21 Een ander, één van Zijn eigen discipelen, had tot Hem gezegd: Heer, sta mij toe eerst weg te gaan om mijn eigen vader te begraven.

22 In weerwil daarvan heeft Jezus tot hem gezegd: Volg Mij! Laat dan degenen die dood zijn hun eigen doden begraven.

Aardbeving in het Meer van Galilea

23 Nadat Hij aan boord van hun vissersboot gegaan was, volgden Zijn discipelen Hem.

24 Plotseling ontstond een grote beving in het Meer van Galilea, zodat hun vissersboot door de golven daarvan bedolven werd, echter Jezus was diep in slaap.

25 Toen Zijn discipelen naar Hem toe gegaan waren, wekten zij Hem door te roepen: Heer, redt ons, wij vergaan!

26 Hij reageerde en zei: Waarom zijn jullie zo bang, kleingelovigen? Nadat Hij opgestaan was bestrafte Hij de winden en het Meer. Toen ontstond een opvallende stilte.

27 De mensen nu waren diep onder de indruk en zeiden: Waar komt Hij vandaan dat zelfs de winden en het Meer Hem gehoorzamen?

Genezing van Twee Bezetenen

28 Toen Hij aan de overkant van het Meer was aangekomen, in het land van de Gergesenen, kwamen twee door demonen bezetenen uit de tombes van de begraafplaats, die zich zo agressief gedroegen dat niemand over de weg daarlangs durfde te gaan.

29 Plotseling schreeuwden zij het volgende: Wat is er tussen ons en U, Jezus, Zoon van de hoge God? Bent U hier voortijdig gekomen om ons te kwellen?

30 Nu werd er een eind verderop een grote kudde varkens gehoed.

31 De demonen nu smeekten Hem met de woorden: Als U ons uitdrijft stuur ons dan in die varkens van de kudde.

32 Daarop beval Hij hun: Ga daarheen! Zij hebben toen de twee mannen verlaten en gingen over in de varkens van de kudde. En zie, plotseling stormde heel die kudde varkens de steile oever af het Meer in en zij stierven in het water.

33 Echter de herders sloegen op de vlucht. Toen zij in de stad gekomen waren, hebben zij alles verteld, ook wat er met de bezetenen gebeurd was.

34 En zie toch! De gehele stad liep uit de Heer Jezus tegemoet. Toen men bij Hem aankwam, hebben zij er heftig op aangedrongen dat Hij uit hun gebied zou vertrekken.

 

Dit is een directe vertaling uit de Griekse Grondtekst. Een verantwoording daarvoor vindt u in De Verklaring van Mattheüs door Gert A. van de Weerd. Daarin wordt deze afwijkende tekst breed verantwoord.

Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

Laat een reactie achter

Let op: reacties moeten eerst worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.