📄 Download deze Bijbelvertaling (PDF)
Mattheüs 9:1-38
De Genezing van een Verlamde
1 Nadat Jezus in hun vissersboot was gestapt, voer die naar de overkant. Hij kwam aan land in Zijn eigen stad.
2 En zie! men bracht Hem een verlamde die op een bed lag. Toen de Heer Jezus hun groot geloof zag, richtte Hij zich tot de verlamde en zei: Houd moed Mijn kind, al uw zonden zijn u vergeven.
3 De aanwezige Schriftgeleerden reageerden ieder voor zich met groot misbaar: Die man lastert God!
4 Toen de Heer Jezus al hun misbaar opmerkte, richtte Hij Zich tot hen en zei: Wilt u beslist kwaad beramen in uw harten?
5 Wat dunkt u is gemakkelijker: te zeggen: ‘Al uw zonden zijn vergeven’ of ‘Sta op en wandel’?
6 Echter opdat u zult beseffen dat de hoge Zoon des Mensen macht heeft op de gehele aarde om zonden te vergeven, sprak Jezus toen tot de verlamde: Sta maar op, neem dan je bed op en ga heen naar je eigen huis.
7 Toen bleek dat hij kon opstaan, vertrok hij naar zijn eigen huis.
8 Echter alle mensen die dat gezien hadden, waren diep onder de indruk en verheerlijkten de hoge God Die een dergelijke bevoegdheid aan iemand uit de mensen gegeven heeft.
De Roeping van Mattheüs
9 De Heer Jezus ging vandaar weg en zag toen een man die in een tolhuis zat, Mattheüs genaamd. Hij zei hem: Volg Mij! Mattheüs stond op en volgde Hem.
10 Jezus lag op een gegeven moment aan voor een maaltijd in het huis van Mattheüs. Het viel op dat veel tollenaars en zondaars waren gekomen en samen aanlagen met de Heer Jezus en Zijn discipelen.
11 De Farizeeën, die dat ook opgevallen was, spraken Zijn discipelen aan en zeiden: Waarom eet uw Leermeester met tollenaars en zondaars?
12 Jezus nu Die het ter ore kwam, reageerde en zei tot hen: Wie zich geweldig voelen hebben geen dokter nodig, maar alleen wie ziek zijn. De Farizeeën gingen daarop weg.
13 Jezus zei: Wat leren jullie hiervan? Het is immers barmhartigheid die Ik verlang en geen offerande. Want Ik ben echt niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.
De Vraag Over het Vasten
14 Op een zeker moment kwamen enige uit de discipelen van Johannes de Doper tot Hem om de volgende vraag voor te leggen: Waarom toch vasten wij en de Farizeeën zoveel, maar al Uw discipelen geheel niet?
15 De Heer Jezus antwoordde hen: Er is geen aanleiding voor de ware zonen van de bruiloftszaal om te treuren zolang de hoge Bruidegom bij hen is. Echter eens zullen de dagen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen wordt; dan zullen zij vasten.
16 Niemand zet immers een onbewerkte lap stof op een oude mantel. Want het opgezette stuk op de mantel krimpt en een ergere scheur ontstaat.
17 Evenmin doet men jonge wijn in oude leren zakken. Want in dat geval barsten de leren zakken, de wijn stroomt weg en de zakken gaan verloren. Welnee, men doet jonge wijn in nieuwe leren zakken en zo blijven beide behouden.
De Bloedvloeiende Vrouw
18 Terwijl Hij dit tot hen zei, was onverwacht de overste van de Synagoge aangekomen en die viel voor Hem neer. Hij sprak indringend: Mijn enige dochter is zojuist gestorven! Maar toch… als U zou willen komen, leg dan Uw handen op haar en zij zal leven.
19 Nadat de Heer Jezus opgestaan was, volgde Hij hem samen met Zijn eigen discipelen.
20 Onverwacht naderde een vrouw, die al twaalf jaar aan voortdurend bloedverlies leed, Hem van achteren.
21 Zij pakte één van de kwasten van Zijn mantel vast, want ze dacht bij zichzelf: Als ik slechts Zijn mantel vastpak, zal ik genezen.
22 Jezus echter keerde Zich om en keek haar aan, terwijl Hij zei: Houd moed dochter, uw grote geloof heeft u verlossing gebracht. Vanaf dat moment was deze vrouw genezen.
De Dochter van de Overste van de Synagoge
23 Toen de Heer Jezus in het huis van de overste van de Synagoge aangekomen was, liet Hij Zijn ogen gaan over de groep fluitspelers en de vele klagende mensen.
24 Hij verzocht hen dringend: Trek u terug, want het meisje is niet gestorven maar slaapt, maar zij lachten Hem uit.
25 Nadat alle aanwezigen verwijderd waren en Hij naar binnen was gegaan, greep Hij haar handen stevig vast en het meisje stond op.
26 Het verhaal hierover verspreidde zich in de wijde omgeving.
De Genezing van Twee Blinden
27 Toen de Heer Jezus vandaar verderging, werd Hij gevolgd door twee blinden. Ze lieten luid van zich horen en zeiden: Heb toch medelijden met ons, Zoon van David!
28 Nadat Hij in het huis (van Petrus) was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe. De Heer Jezus sprak indringend tot hen: Gelooft u echt dat Ik dit kan doen? Zij verzekerden Hem: Ja, Heer! – Daarop heeft Hij hun ogen aangeraakt.
29 Hij vervolgde: Vanwege uw getoonde geloof zal dit aan u geschieden. Toen werden hun de beide ogen geopend.
30 De Heer Jezus nu had Zich zeer aan hen geërgerd. Hij drong erop aan: Zorg ervoor dat niemand dit te weten komt.
31 Toen zij echter vertrokken waren, bazuinden zij het nieuws over Hem rond in de wijde omgeving.
De Bevrijding van een Stomme Bezetene
32 Nadat zij zelf ook naar buiten gegaan waren, werd Hem plotseling een man gebracht die bezeten was en niet kon spreken.
33 Toen deze demon uitgedreven was, begon de stomme te praten. De vele aanwezigen waren diep onder de indruk en bespraken dat, zeggende: Zoiets is toch nog nooit in Israël voorgekomen?
34 Echter de Farizeeën verklaarden: Het is dankzij de vorst der demonen dat Hij demonen uitdrijft.
De Oogst is Groot
35 De Heer Jezus trok door alle steden en dorpen, terwijl Hij in elke plaatselijke synagoge onderwijs gaf. Zo predikte Hij het evangelie van het hoge Koninkrijk. Ook genas Hij elke ziekte en elke kwaal.
36 Aangezien Hij al die mensen doorgrondde, werd Jezus omwille van hen door medelijden bewogen, want zij waren onzeker en murw geslagen als schapen zonder herder.
37 Hij sprak toen Zijn discipelen toe: De oogst is dan wel groot, toch zijn er maar weinig arbeiders.
38 Daarom dient u de hoge Heer van de oogst te bidden dat Hij arbeiders zal uitzenden voor de oogst die Hem toekomt.
Dit is een directe vertaling uit de Griekse Grondtekst. Een verantwoording daarvoor vindt u in De Verklaring van Mattheüs door Gert A. van de Weerd. Daarin wordt deze afwijkende tekst breed verantwoord.
Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

